Manon Sikkel

Entries from september 2007

Ferry Mingelen

september 30, 2007 · 1 Reactie

Vrijdag las ik in de trein naar Den Haag een verhaal van Peter Middendorp over het Binnenhof. Hard heb ik gelachen over de twee versies van Ferry Mingelen die er bestaan, een van boven en een van beneden, met benen en voeten er aan. Ik scheurde het verhaal uit de krant en stopte het in mijn tas. Op het diner waar ik verwacht werd, las ik voor. De ene zin nog leuker dan de andere. ‘Luister,’ zei ik, en ik kon mijn lachen bijna niet meer houden. ‘Er bestaan twee Ferry Mingelens. Je hebt de Ferry van de televisie. Dit is alleen de bovenste helft. En je hebt de echte, dagelijkse Ferry. De Ferry met heupen, benen, voeten. De totale Ferry. Als Ferry in beeld is, zie je niet dat hij van onderen geen pak draagt, geen pantalon die bij het colbertje past, maar een spijkerbroek, die onparlementair hoog is opgetrokken.’ Nooit zou ik meer naar Ferry kunnen kijken zonder aan de onderkant van Ferry te kunnen denken. ‘Wacht,’ zei ik, ‘dan lees ik het hele artikel voor, het is echt zo grappig.’
Mijn Haagse vrienden waren muisstil. Toen schraapte een van hen hard haar keel. ‘Mijn kinderen zitten op school bij de kinderen van Ferry.’ Een andere vriendin viel haar snel in de reden. ‘Ferry is mijn achterbuurman.’ En binnen de kortste keren schreeuwden ze door elkaar heen. ‘Ik ken zijn vrouw nog uit Schlemmer.’ ‘Ik ben bevriend met zijn oudste zoon uit zijn vorige huwelijk.’ ‘Ik zat laatst nog naast hem in de schouwburg, zijn vrouw doet iets met toneel.’ ‘Onze kinderen zitten samen op hockey.’
‘Kom,’ zei ik, ‘ik ga eens naar huis.’ Ik vouwde het artikel op en stopte het in mijn tas. In lijn 17, op weg naar het station, legde ik het stukje krant op de stoel voor me. Misschien dat iemand het zou vinden en er net zo hard om zou lachen als ik.
ferry.jpg

Categorieën: Uncategorized
getagged: ,

Een pistool is geen föhn

september 29, 2007 · Laat een reactie achter

Ik heb een nieuwe fohn nodig. Mijn oude fohn is een staand exemplaar met een oranje kap. Die staat midden in de woonkamer. Soms, als ik mijn kinderen niet wil horen, maar wel zien, ga ik onder de droogkap zitten. Vrienden die uren door de regen hebben gefietst om bij mijn huis te komen, zet ik ook wel eens onder de droogkap. De kap is een erfstuk van mijn grootmoeder.
Maar na dertig jaar heeft de kap het begeven en moet ik op zoek naar een föhn. Nog mooier dan de oranje thuiskapstoel is de föhn in de vorm van een pistool. Als mijn lezertjes zich straks afvragen waarom ik het haar heb van een CNN-nieuwslezeres, dan weten ze waarom dat is. Omdat ik mijn nieuwe föhn zo mooi vind, dat ik er de hele dag mee in mijn haar zit.

fohn-1.jpg
fohn22.jpg
fohn32.jpg

Categorieën: Uncategorized

Gevangenis goed voor depressieve en angstige mensen

september 28, 2007 · Laat een reactie achter

Van alle Z-verkopers is de mijne het leukst. Dat vinden natuurlijk alle mensen, maar de mijne is dat ook echt. Hij is een kleine man van anderhalve meter met een rode baard en een zwaar Engels accent. Heel soms koop ik een Z bij hem, maar meestal loop ik lachend en vriendelijk knikkend langs hem en voel me vreselijk schuldig dat ik niet elke week zijn krant koop. Vandaag moest ik aan hem denken omdat ik een drie jaar oude Z onderin de kattenbak vond. Daarin een interview met Rogi Wieg, een van mijn lievelingsdichters, over zijn tijd in de gevangenis. Ik weet niet of je op een blog mag citeren uit de Z. Daarom vroeg ik het mijn Z-man. ‘Geen probleem,’ zei deze. De Z was van iedereen:

Wieg: “Ik heb me best op mijn gemak gevoeld in de gevangenis, kon het heel goed vinden met de andere gedetineerden, was niet bang. Je zit tussen mensen die gevaarlijk zijn, moet goed oppassen dat je geen ruzie krijgt. Maar aan de andere kant heeft het ook wel iets goeds, die stevige, harde aanpak die je in de gevangenis ondergaat. Ik heb bijvoorbeeld de helft van mijn medicatie die ik slik tegen depressies kunnen afbouwen.
Toen ik in de gevangenis terechtkwam dacht iedereen: die jongen haalt het niet, die gaat daar dood. Hij is al min of meer chronisch depressief, nou komt hij ook nog in de gevangenis. Ik miste mijn vrouw heel erg, mocht haar maar een keer in de week zien. Dat is heel zwaar. Toch knapte ik erg op. De gevangenis is heel goed voor mensen met een depressie. In inrichtingen word je niet hard genoeg aangepakt. Als je op bed blijft liggen laten ze je liggen. Je mag ook constant naar buiten toe, dus doe je het niet. Het ijzeren regime in de gevangenis is beter. Als je weet dat je maar een uur per dag gelucht wordt, maak je daar gebruik van: je gaat hardlopen, sporten, hoe somber je ook bent. Je weet dat je daarna weer achter de deur terechtkomt. Ook moeten gevangenen zich inspannen om vrij te komen, moeten ze alert zijn, oppassen dat ze geen ruzie krijgen, niet gestoken of verkracht worden. Allerlei levensdriften worden aangeboord waar in een inrichting niet aan wordt geappelleerd. Een heel strak systeem is goed voor depressieve en angstige mensen.” (c Sylvester Hoogmoed)

En voor wie de dichter niet kent:

Oktober zegt mij niets,
hij is niet vals in al zijn schitteringen,
niet onredelijk in zijn voorbijgaande
wolken. Maar ik schrijf niet over
deze weerloze tijdsspanne, over
de verlatenheid in de dunne,
schommelende lucht.
Ik schrijf hoogstens over onze ontmoetingen,
die onvoorstelbare jongheid
van wat ik opschreef, en zei,
en mij tenslotte als oktober onverschillig liet.

Categorieën: Uncategorized
getagged:

Mijn lezertjes

september 27, 2007 · Laat een reactie achter

Ooit had ik zes lezertjes. Het waren niet zomaar lezertjes, het waren mijn lievelingslezertjes. Ze hadden allemaal hun eigen reden om mijn blog te lezen. De een las het uit verveling, de ander uit gewoonte en er waren zelfs lezertes die mijn blog lazen omdat ze vonden dat ik leuk schreef. Ik was een schrijvertje tussen de schuifdeuren. Ik mag dan wel twintig boeken hebben geschreven en zelfs een echte bestseller hebben, maar schrijven voor mijn zes lezertjes was het leukste wat er was. Ik gaf mijn lezertjes een nummer. Lezertje 1 was de leukste, lezertje zes de stomste (of andersom). Ik verzon inloopavonden voor mijn lezertjes, huurde een bus en met z’n allen gingen we naar het strand. Het was voorjaar en altijd mooi weer, ook als het regende.
Maar blogschrijvers moeten vooruit. Die moeten meer lezertjes bereiken. Die moeten targets halen en doelgroepen bereiken. Die moeten de IJsselhallen in Zwolle kunnen volkrijgen met hun lezertjes. En zo werd ik van een klein blogschrijvertje een blogschrijver op WordPress. En al na een dag kreeg ik een overzichtje van WordPress waarin stond dat ik honderdtien bezoekers had gehad. Twintig keer zo veel als op het oude blog. ‘Nu moet je pas echt oppassen wat je schrijft,’ zei mijn verloofde. ‘Voor je het weet leest de buurman mee.’
Vanochtend keek ik nog eens goed naar de buurman. ‘Dag, buurman,’ zei ik. ‘Dag, Maxima,’ zei hij, precies hetzelfde als elke ochtend. Zie je, sprak ik mezelf geruststellend toe, er is niks veranderd. De buurman leest niet stiekem op mijn blog.
‘Niet te veel drinken hoor,’ riep de buurman, terwijl ik mijn fiets pakte.
Had hij dan toch mijn blog gelezen, over mijn liederlijke avond in de ‘piano bar’?
‘Ik zag je thuiskomen,’ zei de buurman, die heel goed gedachtes kan lezen.
Pffjoei. De buurman had mijn blog niet gelezen, thank you lord. Maar ja, hij had me wel op woensdagochtend wankelend naar mijn voordeur zien lopen. Ontaarde moeder uit de Watergraafsmeer.
‘Dag, buurman,’ riep ik, zo monter als ik kon.
‘Dag, Maxima, werkze!’
maxima2_200.jpg

Categorieën: Uncategorized
getagged:

Ik ben weg

september 26, 2007 · Laat een reactie achter

ik-ben-weg.jpg

‘Waarom zwaaide je nooit naar me,’ vroeg ik aan de acteur die vroeger in mijn straat woonde. ‘Zwaaide je dan naar mij?’ vroeg de acteur. ‘Ja,’ antwoordde ik, ik zwaaide altijd naar jou, elke dag, maar je zwaaide nooit terug. Nou ja, ik zwaaide natuurlijk alleen in gedachten, want echt zwaaien dat durfde ik niet.’
‘Als ik dat had geweten had ik natuurlijk wel terug gezwaaid,’ zei de acteur die vroeger in mijn straat woonde.
‘Ik liep elke ochtend achter je als je je kinderen naar school bracht,’ zei ik, ‘en je keek altijd zo somber. Zo somber, dat ik je ook niet durfde aan te spreken, terwijl we toch praktisch buren waren. Er zaten maar 58 huizen tussen jouw oude huis en het mijne.’
En nog voor ik verder kon gaan met gekke dingen zeggen, haalde mijn vriendin mij naar de bar. Achter de bar zat een hele rare man op een Hammond-orgel te spelen. Iemand bleef ons glazen wijn geven en we dansten op de bar. Het was dinsdagavond, de beste avond om uit te gaan.
De acteur moest maar eens naar huis gaan vond hij, het werd al licht.
‘Volgende keer wel terugzwaaien hoor als ik in gedachten naar je zwaai,’ riep ik.
Hij lachte en zei: ‘Ik ben weg.’

Categorieën: Uncategorized
getagged: , , , ,