Maandelijks archief: oktober 2007

De huisarts die liever stukadoor was II

huisarts-die-liever-stukadoor-was2.jpg

Alain Clark

‘Zal ik wat te drinken halen?’ vroeg ik aan mijn vriendin en haar man. We hadden net met z’n drieen een fietstocht door donker ijskoud Zuid-Oost gemaakt om bij de Heineken Music Hall te komen. Onder twaalf snelwegen door, langs de spoorlijn Amsterdam-Diemen en langs het voetbalveld van Ajax. Ik ben geen geoefende concertganger. Gelukkig kenden mijn vriendin en haar man de Heineken hal op hun duimpje. Ze hadden er al een paar keer de poema’s gezien, of de lama’s. Om een drankje te drinken in de Heineken hal kun je, anders dan de naam doet vermoeden, niet gewoon naar de bar lopen en een biertje bestellen. Sterker: ze verkopen niet eens bier, alleen champagne. En zo stond ik een half uur in de rij bij de muntjesautomaat, zag ik tot mijn schrik dat de automaat mijn briefje van vijftig euro inslikte zonder wisselgeld te geven en kreeg ik in ruil daarvoor honderd muntjes. En zo misten mijn vriendin, haar man en ik het voorprogramma van Amy Winehouse. Terwijl wij bij het champagnebarretje mijn honderd muntjes inwisselden voor heel veel glazen champagne (‘doe maar de hele fles, hier zijn dertig muntjes’), hoorden we in de verte Alain Clark. We wisten niet wie hij was. We zullen het nooit weten. Maar Amy was geweldig. Wat een geweldige stem! Maar of ze dronken was, zoals iedereen na afloop wilde weten, konden we niet zeggen. Daarvoor kregen we haar niet helemaal scherp in beeld.
amy1.jpg

Marathon

image001.jpg
Of ik mee wilde lopen met de halve marathon, vroegen mijn hardloopvrienden na afloop van de Dam tot Dam-loop. ‘Volgend jaar,’ zei ik. Gisterochtend had ik daar vreselijke spijt van. Het was een prachtige herfstdag, het mooiste hardloopweer en ik was in prima conditie. En dus liep ik stiekem toch mee. Ik was niet de snelste vrouw, ik was ook niet de snelste man, maar ik was wel de enige marathonloper die in een rok en een leren jasje liep.

Amy Winehouse

Maandagavond speelt ze in Amsterdam en kan ik haar zien en horen, mijn nieuwe heldin. Volgens de laatste berichten uit Noorwegen (1 dag in de gevangenis wegens drugsgebruik) gaat het optreden door, misschien.

Sladjana en Prem

Een vriendin bij het Parool stelde me ooit voor aan iemand die Sladjana heette. Ik vond het een prachtnaam. Sindsdien groet ik haar altijd zo uitbundig mogelijk. Via de blik van herkenning, de zwaai vanaf de fiets, de stevige handdruk en de drie obligate zoenen ben ik nu al zo ver dat ik Sladjana stevig mag omhelzen. We hebben geen idee hoe we elkaar kennen, en ergens over praten doen we ook niet, maar die naam die is gewoon om te omhelzen zo mooi.
Vorige week hoorde ik haar naam vallen in een cafe op de Wallen. Een prachtige setting als je Sladjana heet. Nog voor ik me had omgedraaid wist ik dat zij het was. Ik sloeg haar drie keer op de schouders, zo hard als ik kon, en bestelde een fles wodka voor iedereen aan haar tafel. Met zo’n naam moet je wodka drinken.
‘Heb je al gezien dat je op de foto staat van het Vrouw en Media-feest?’ vroeg Sladjana, die iets grappigs doet in het bestuur van Vrouw en Media. Ik beloofde haar direct te kijken. En ja hoor, daar was ik, rechts achteraan, nog net zichtbaar in de schaduw van Prem. Prem is trouwens ook een prachtnaam.
Sladjana en Prem, het klinkt misschien als een Oost-Europese horror film, of als een Hindoestaanse soft-porno-film, maar ik vind die namen prachtig bij elkaar passen. Misschien gebruik ik ze wel in mijn nieuwe kinderboek, ik was toch nog hard op zoek naar nieuwe namen voor mijn hoofdpersonen.

prem.jpg

Chaperonne

‘Wil je mijn chaperonne zijn?’ vroeg de vriend die een uitnodiging had voor een boekpresentatie van Herman Franke.
‘Natuurlijk,’ zei ik. Ik ben niets liever dan iemands chaperonne. Het liefst laat ik me in een caleche voor rijden, neem ik mijn balboekje mee en wapper ik wat met een zakdoekje boven een glas champagne. ‘Wie is die vrouw die met haar zakdoek wappert?’ vragen mensen dan. ‘O,’ zegt mijn metgezel hopelijk, ‘mijn chaperonne.’ Een soort geisha, maar dan anders.

Omdat ik nog nooit iets van Franke had gelezen, en mijn metgezel mij op het hart drukte dat het hier om een onvervalste Ako-literatuurprijs-winnaar ging, kocht ik snel zijn verzameld werk. Het zou de boekpresentatie der boekpresentaties worden, met een buffet en glazen champagne en natuurlijk mijn vrienden van Propria Cures, die altijd op elk boekenfeest zijn. Ik kon me al verheugen.

‘Eh… sorry,’ schreef mijn metgezel vandaag. Hij had zich vergist. Niet ik was zijn chaperonne, maar een vrouw met een lui oog en een hazenlip. Ze had ook een bochel en een horrelvoet en ze sleepte een beetje met haar been. En ze kwam bijna nooit onder de mensen, dus hij kon niet anders dan haar meenemen. ‘Dat vind je toch niet erg he?’ schreef mijn metgezel die nu niet mijn metgezel was. ‘Die andere vrouw is een beetje zielig. Ze mist ook een arm en haar huis is vorige week afgebrand en ze moet binnenkort geopereerd worden aan een liesbreuk en daar ziet ze nogal tegenop. Je snapt, ze heeft dit feestje echt meer nodig dan jij.’
In al mijn coulantie, zoals een werkeloze chaperonne dat betaamt, stelde ik hem gerust. Natuurlijk zat ik liever op een vrijdagavond thuis. Drank, brrr, ik moest er niet aan denken. En bovendien had ik nog het complete werk van Herman Franke in de kast staan. Had ik eindelijk eens tijd om dat te lezen.

Emailvrijedag

bank.jpg

Omdat ik niet weet hoe je emailvrijedag schrijft, en ik geen zin heb om het op te zoeken, schrijf ik het gewoon aan elkaar. Mijn Amerikaanse vriendin vertelde me gisteren tijdens een fijne herfstwandeling in de bossen van Leersum over het wonder dat emailvrijedag heet (zij wist ook niet hoe je dat schrijft). Er was een wereld voor haar open gegaan. Elke woensdag sprak ze af met haar vriendinnen, voerde gesprekken met haar zoon en ging naar de kapper. Dat wilde ik ook wel. Vooral dat laatste is heel erg nodig. Vol goede moed ging ik naar huis en typte ‘e-mail vrije dag’ in google in. Bovenaan verscheen het: als feestdag in Tsjechie!

Tarte tatin

Mijn uitgeefster had mij voor de televisie weg gesleept. ‘Je moet eens onder de mensen komen,’ zei ze, ‘dat is goed voor je.’ In het cafe overhandigde ze me de Framboos, een prijs voor slechtste auteur, ‘maar wel de leukste’! Ik had al in geen jaar een boek voor haar geschreven, zei ze, nou ja, behalve dan dat bestsellertje (AU!) dat dit voorjaar was uitgekomen. We dronken op de tweede druk van het bestsellertje en op de derde of vierde druk van Dutch Cooking en op het nieuwe kookboek dat de uitgeefster zelf had geschreven. En we dronken op Vrouw en Media, waarvan het complete bestuur mij vriendelijk vanaf een andere tafel toezwaaide, behalve een. We dronken op de vrienden die in relatietherapie waren en op de vrienden die niet in therapie waren en we dronken op de fotograaf die vanuit het verleden van het cafe uitzinnig naar mij zwaaide en we dronken op Gerard Reve, die een jaar geleden nog aan het tafeltje had gezeten waar wij nu zaten.
‘Dank je voor de leuke avond,’ zei ik tegen mijn uitgeefster. Het was goed dat ik eindelijk eens onder de mensen was. En terwijl ik zwaaiend op de fiets over de Nieuwmarkt weg fietste, riep ze me nog na: ‘Vergeet niet om reclame te maken voor mijn nieuwe kookboek op je blog!’ Daarom: Koop allemaal Tarte Tatin, het kookboek van Anaisa Bruchner en Jasmin Schults.

De vrouw is een optische illusie

Natuurlijk moet ik hard werken en heb ik deadlines en afspraken, maar vandaag heb ik een half uur van mijn tijd verloren met staren naar een dansend silhouet (klik hier) De vrouw is een optische illusie. Hoe je haar waarneemt is afhankelijk van hoe dominant je rechter- of linker-hersenhelft is. Ik nam de proef op de som met twee collega’s. Collega A zag de vrouw naar links draaien (rechter hersenhelft dominant), collega B zag de vrouw op precies hetzelfde moment naar links draaien (linker hersenhelft dominant) en zelf kon ik de vrouw of naar links of naar rechts laten draaien. In totale verwondering hebben we met z’n drietjes naar de vrouw gekeken. Ga ik nu weer aan het werk, met twee hersenhelften.

Gloednieuw blogje

‘Ik kan niet echt wennen aan het nieuwe blogje,’ schreef een van mijn lezertjes. ‘Vooral niet omdat alle oude stukjes verdwenen zijn.’ Ik stelde mijn lezertje gerust: de oude stukken staan nog gewoon onder de archief-tab op mijn site. ‘Maar je moet geen oude stukken lezen,’ drukte ik hem op het hart. ‘Let bygones be bygones.’
Maar de lezertje had moeite met het verleden loslaten. Noemde hij zichzelf niet Heintje Davids, hij die geen afscheid kan nemen… Terwijl je juist flink moet zijn en banden moet durven doorknippen, nieuwe stappen zetten, rigoreus al je oude agenda’s en al je oude e-mails in de prullenbak gooien. Ballast heet dat in de psychologiebladen waar ik voor schrijf. Maar het lezertje kon dat niet. Hij mocht dan vertrokken zijn uit het kantoortje aan de gracht, maar hij was niet weg. En terugkomen deed hij ook niet. Daarom spraken we af om elkaar gewoon te ontmoeten in 2012, dat is al over 5 jaar!