Een jaar geleden was ik op een feestje van het Parool. ‘Kijk,’ zei ik tegen mijn vriendin die er net was gaan werken, ‘dat is Mark Moorman, de man die niet de postcodeloterij heeft gewonnen. Kom mee, dan stel ik je aan hem voor.’
Mijn vriendin en Mark weken daarna niet meer van elkaars zijde, want het toeval wilde dat ook zij niet de postcodeloterij had gewonnen. Dat schept natuurlijk een band.
‘Wat doe je hier?’ vroeg de man van de sportredactie, ‘jij schrijft toch nooit meer voor ons? Je kent hier niet eens iemand.’
‘Ik ken jou toch?’ antwoordde ik. ‘En kom, hoe heet die jongen ook alweer die daar op de grond zit?’
‘Nathan,’ zei de man van de sport. ‘Zal ik hem aan je voorstellen?’
‘Nee,’ zei ik, ‘dat kan ik zelf wel.’
En zo liep ik met ferme pas op hem af. Hij zat in innige omstrengeling met een vrouw, maar daardoor liet ik mij niet weerhouden. Ik haalde zijn hand uit haar bloes en schudde die. ‘Hallo, ik ben Manon.’
Hij zoende de vrouw in haar nek en op haar neus. De vrouw had haar ogen stijf dicht. Omdat ik verder niemand kende en de enige mensen die ik kende al met elkaar in gesprek waren, ging ik tussen hen in zitten. ‘Jullie vinden het toch niet erg dat ik er even bij kom zitten, he? Ik ken hier namelijk niemand.’
Ze vonden het niet erg, maar het leidde wel een beetje af, zeiden ze.
‘Hé, ken ik jou niet?’ vroeg de vrouw. Nu ze eenmaal haar ogen open had, herkende ze in mij iemand die ze wel eens eerder had ontmoet. Vaag begon ook zij in mijn geheugen vorm te krijgen, al zat haar haar toen wat netter en hing haar bloes toen niet open.
‘Wat leuk om je hier tegen te komen,’ zei ze. ‘Ik ben Martine.’
Alles wat daarna gebeurde ben ik vergeten, maar ik weet wel dat ik een paar dagen later een mailtje van mijn uitgeefster Gonnie kreeg. Ze bedankte me voor het in contact brengen van haar met Martine. Ze had het wel een beetje gek gevonden dat ik haar om twee uur ’s nachts uit bed had gebeld daarvoor, maar ze was toch blij. Martine ging een boek voor haar schrijven en Gonnie ging het uitgeven voor Martine.
En zo geschiedde. En het boek is uit en ook nog heel erg prachtig geworden. En omdat ik vermoed dat ik die avond beloofd heb om er uitgebreid aandacht aan te besteden op mijn blog: bij deze.

Entries from november 2007
Blog sell
november 30, 2007 · 1 Reactie
Categorieën: Uncategorized
getagged: Gonnie Mulder, Mark Moorman, Martine de Vente, Van oma mag alles
Opgeruimd staat netjes
november 29, 2007 · Laat een reactie achter
‘Mam, wat doet die kist in de kamer?’
‘Welke kist, lieverd?’
‘Die houten kist daar.’
‘O, die, daar zit je vader in.’
‘Hadden we die niet al begraven twintig jaar geleden?’
‘Ja, maar de grafrechten moet je elke tien jaar verlengen en ik vond het wel weer welletjes geweest.’
‘En nu?’
‘Nu staat er dus een kist in de kamer.’
‘Heb je ‘m met dat vrachtwagentje hiernaartoe gehaald?’
‘Nee, dat vrachtwagentje heb ik gehuurd om dit weekend wat spullen naar het huis in Frankrijk te brengen.’
‘Kun je niet…?’
‘Wat een goed plan. Ik breng ‘m gewoon naar Frankrijk. Je weet hoe dol je vader was op het Franse platteland. Maar je gaat dit toch niet op je blog schrijven he?’
‘Nee, mam.’
‘Beloofd?’
‘Beloofd.’
.‘
Categorieën: Uncategorized
Zeggers en zingers
november 28, 2007 · Laat een reactie achter
‘Wat is dat voor gekkigheid met blogjes opgedragen aan lezertjes?’ vroegen mijn dichtende vriend en zijn aanstaande vrouw. ‘Waarom kun je niet gewoon reclame maken op je blog voor onze nieuwe voorstelling?’
‘Oke, oke,’ zei ik, want ik blijf mijn lezertjes graag te vriend.
Daarom: Op zondag 16 december gaat de nieuwe voorstelling van Zeggers en Zingers in premiere in het oude raadhuis in Hoofddorp. HET NOORDEN – over de dood, over mythes en helden, over sneeuw en ijs en heiligheid. Met muziek, zang en gedichten, met kaarsen en brieven, met mist en mysterie…
Meer informatie: www.demeerse.com
Komt allen!!!!
![]()
Categorieën: Uncategorized
getagged: zeggers en zingers
Mijn lezertjes 3
november 27, 2007 · Laat een reactie achter
‘Ik lees uw blog nooit meer,’ zei het lezertje. ‘Ik heb wel wat beters te doen.’
‘O, ja?’ vroeg ik. ‘Wat dan?’
‘Ik moet de hele dag in de fabriek werken.’
‘In de fabriek? Dat had u mij nooit verteld.’
‘Nee,’ zei het lezertje, ‘ik vertel u ook niet alles. Sterker, ik vertel u eigenlijk niks.’
Natuurlijk had ik dat wel gemerkt. Het was stil aan het lezertjesfront. Vroeger stuurden de lezertjes nog wel eens een brief of lieten een postduif op het raam tikken. Maar ja, lezertjes hebben ook een eigen leven. Ik heb nu nieuwe lezertjes. De nieuwe lezertjes laten ook berichten op mijn blog achter. Daar schrik ik van. Lezertjes moeten niet schrijven, lezertjes moeten lezen.
‘Hallo, lezertje, bent u daar nog?’
‘O, ja, sorry,’ zei het lezertje. ‘Ik ben er wel ook al ziet u mij niet.’
‘Zal ik dan nog één keer?’ vroeg ik.
‘Ja, doet u dat,’ zei het lezertje. ‘Draagt u nog een keer een stukje aan mij op.’
‘Vooruit dan maar,’ zei ik, ‘deze is alleen voor u, want zo veel als het regent zo veel denk ik aan u.’

Categorieën: Uncategorized
6 minuten
november 27, 2007 · Laat een reactie achter
Nico de Niet kwam terug van een dagje naar het strand. In de keuken werd hij onwel en viel, plop, op de grond. Gelukkig waren daar zijn buren Paul van Onderen en Ed Gladstone. Met wat hartmassage en mond-op-mondbeademing brachten zij Nico de Niet weer tot leven. En dat allemaal in zes minuten. Dit verhaal las ik vandaag paginagroot in een advertentie in de krant. ‘Overlevingsverhalen’ heette de gezellige rubriek, een advertentie van de Hartstichting. Nu ben ik dol op het lezen van rouwadvertenties, maar overlevingsadvertenties? Hoe nobel het doel ook is van de Hartstichting, ik hoef niet te weten dat er een paar mensen zijn die hun hartstilstand hebben overleefd. Ik heb ook van alles overleefd: een gebroken hart, een tropische ziekte, een helikopterongeluk, een aanvaring met een Rijnaker. En nu ik weet dat overlevers ook advertenties in de krant kunnen zetten, voel ik opeens de onbedwingbare behoefte om daarmee te adverteren.
Kijk, ik leef nog, tadaaaa! En jullie, dode sukkels, hebben lekker het nakijken. Hadden jullie ook maar wat meer geluk moeten hebben, net als ik.
Categorieën: Uncategorized
getagged: 6 minuten, Ik leef nog, Nederlandse Hartstichting
De kleine winterse keuken
november 25, 2007 · Laat een reactie achter
Deze week liggen ze in de boekwinkel: De kleine vegetarische keuken en De kleine winterse keuken. Twee kekke kookboekjes die mijn uitgeefster (Gonnie) en redacteur (Anaïsa) hebben samengesteld. Met daarin recepten van onder andere Michiel en mij.
Categorieën: Uncategorized
getagged: de kleine vegetarische keuken, De kleine winterse keuken, kookboeken, Manon Sikkel, Michiel Klonhammer
Magazine party
november 23, 2007 · 1 Reactie
Omdat ik wat vaker onder de mensen moet komen was ik gisteravond op de Magazine party 2007, die was aangekondigd als de Roxy revisited, maar die meer weg had van een willekeurige bijeenkomst in de Rai, maar dan anders. Roemeense magiërs, paaldanseressen en vrouwen die niet konden zingen waren uit de kast gehaald om er een Roxy-achtig feest van te maken. De beste DJ van Ibiza had zijn razenddrukke tourschema omgegooid om speciaal voor ons te draaien en her en der stonden sofa’s met daarop blote vrouwen. Hoe zeer ze ook hun best deden, het wilde maar geen Roxy worden. Gelukkig trad Zavilov op, de magiër. Hij werd aangekondigd als de Roemeen die al twintig jaar niet in Nederland was geweest. Volgens mij geldt dat voor de meeste Roemenen, maar ik kan er naast zitten natuurlijk. Zavilov moest de zaal op het puntje van zijn imaginaire stoel krijgen. En Zavilov zou Zavilov niet zijn als hij niet ook een Roemeense side kick had meegenomen, de mooiste vrouw van Roemenië. Met één soepele beweging vouwde zij zich op en verdween in een klein houten kistje. Daarop pakte Zavilov zijn zaag en begon het kistje doormidden te zagen. Verveeld keken wij toe, van een doorgezaagde vrouw kijken wij namelijk al lang niet meer op. In de Roxy-jaren zaagden wij elkaar allemaal door. We deden niks anders. En dan op muziek van iemand die gewoon de beste DJ van de Roxy was in plaats van de beste DJ van Ibiza. Gelukkig liet Zavilov zich niet van de wijs brengen door een zaal verveelde journalisten en redacteuren. Zavilov zaagde door. Een ijselijke gil bracht ons in een keer op het puntje van onze imaginaire stoelen. Daar stond Zavilov, lijkbleek en met zijn lange zwarte haren in zijn hand (zijn Roemeense lokken bleken een pruik te zijn). Naast hem twee stukken kist met in elke helft een stuk vrouw. De mooiste vrouw van Roemenië was gewoon echt doormidden gezaagd. Om mij heen begonnen mensen te gillen. Iemand sprong op en riep dat we 112 moesten bellen. Ik stond redelijk vooraan en keek recht in de ingewanden van de mooiste vrouw van Roemenië. Het bloed spoot alle kanten op. Drie paaldanseressen waren het podium op gesprongen en probeerden de twee stukken vrouw uit de kist te trekken. ‘Niet doen,’ gilde iemand. Een stevige vrouw met zwart haar liep het podium op, pakte de microfoon en zei dat we allemaal rustig moesten blijven. In Roemenië gebeurde dit wel vaker, zei ze. Ze bood ons zelfs allemaal een gratis breezer aan, maar dan mochten we tegen niemand vertellen wat we hier gezien hadden. Dit moesten we zien als een soort bedrijfsongeval. En ook al waren alle tijdschriftredacties van Nederland bij elkaar, niemand zou hier over schrijven. We zouden alleen maar schrijven dat de Magazine Party 2007 het leukste feest in jaren was. Dat is niet waar, maar ik schrijf het toch maar op. Ik blijk gewoon een vrouw die alles doet voor een breezer.Hier komt ie:Voor zover de MagazineParty een introductie behoeft: Beroemd en Berucht. Beroemd vanwege zijn Roxy-achtige aankleding met bizarre theatrale acts en buitenissige decors. Berucht vanwege het feit dat daags na het feest, geen enkele redactie of reclamebureau nog bereikbaar is.Zo leuk dus.
Categorieën: Uncategorized
getagged: blaadje, Magazine Party 2007, magazineparty
Mijn tweelingzus en ik
november 22, 2007 · Laat een reactie achter
Of ik lid wilde worden van de schaakvereniging, vroeg de man in de rolstoel. Hij had een rolstoel waarbij zijn benen langs latten gebonden recht vooruit staken. Hij had ook een zuurstoftank op zijn rug met een klein slangetje eraan dat in zijn neus verdween. Zijn ogen kon hij onafhankelijk van elkaar bewegen, meestal tegelijkertijd naar buiten. En ondanks zijn kleine handicaps was hij toch een knappe man, en een briljant schaker. Ik wilde geen lid worden van de club, zei ik. Waarom ik dan zo vaak in het schaakkeldertje zat vroeg de man. Omdat ik er heel gelukkig kan zijn, antwoordde ik. De kelder zit verstopt onder een kerk van een evangelische broedergemeente, die ergens in de jaren zestig moet zijn gebouwd. Via een betonnen trap kom je in een gang die langs de fietsenkelder van de kerk loopt. Aan het eind van de gang is een geheime deur waarachter een donker zaaltje is met vitrinekasten met stoffige bekers. Er hangen tl-balken aan het plafond en er is een houten barretje waar alleen maar bier of marsen worden verkocht. Er zijn lange houten banken langs de muren en in het midden staan formicatafels waar kinderen met dikke brillenglazen en bochels schaken. De eerste keer dat ik er kwam om mijn kinderen er af te leveren, schrok ik van zo veel lelijkheid. Maar de schoonheid, zag ik al snel, zat niet in de mensen maar in het spel. En zo zat ik soms op drukke dagen wat voor me uit te staren in de kelder van de Christus Koningskerk. Nog een paar keer vroeg de man in de rolstoel of ik ook lid wilde worden, want er waren toch al zo weinig vrouwelijke schakers. Ik bedankte elke keer. Want behalve dat ik – in tegenstelling tot mijn kinderen – een hele matige schaker ben, doe ik ook eigenlijk niets liever dan naar schaken kijken. Maar de belangrijkste reden, zo vertrouwde ik hem toe, is dat ik helemaal geen tijd heb om te schaken.Tot vandaag. Want zojuist ontdekte ik hoe ik mijn leven in twee kan delen. De ene Manon speelt de hele dag schaak en keuvelt wat met haar nieuwe schaakvrienden, de andere Manon schrijft artikelen en boeken. Via de site mycybertwin.com kan ik namelijk met één klik mijn virtuele dubbelganger maken. En hoe meer tijd ik met mijn dubbelganger doorbreng, hoe meer ze op mij gaat lijken. Althans, dat beloven ze bij cybertwin. Wie voortaan denkt van mij een mailtje te ontvangen, praat in werkelijkheid gewoon met mijn virtuele tweelingzus. En zelfs de stukjes op dit blog worden niet langer door mij geschreven. U dacht nog steeds met mij van doen te hebben? Haha! Terwijl u dit leest, zit ik gewoon in mijn keldertje en speel een potje kannibalenschaak. Maar schrijft u rustig door, mijn tweelingzus mailt altijd terug.
Categorieën: Uncategorized
Ga toch lekker je eigen moeder interviewen
november 20, 2007 · Laat een reactie achter
‘Mag ik wat vragen?’ vroeg ik aan een collega-schrijfster. Dat mocht. Of ze het boek X zelf had geschreven of dat ze al het werk door iemand anders had laten doen. ‘Daar mag ik helaas niets over zeggen,’ zei mijn collega. Ik bleef nog een tijdje doorzeuren, waarna ze mij toeschreeuwde: ‘Ga toch lekker je eigen moeder interviewen!’
Dus zo gezegd:
‘Mam, mag ik je wat vragen?’
‘Tuurlijk, jij altijd.’
‘Wat vind je van mijn blog?’
‘Heb je een blog dan?’
‘Ja, mam, lees je dat dan nooit?’
‘Nee. Heb ik daar een wachtwoord voor nodig?’
‘Nee, mam, dat kun je gewoon lezen via mijn site.’
‘Is dat de reden dat ik je nooit meer zie?’
‘Ja, mam, het is makkelijker om op mijn blog te schrijven dan om bij jou langs te gaan. Weet je hoe ver Bussum is?’
‘Je schrijft toch niks onaardigs over mij he?’
‘Nee, mam. alleen de waarheid.’
‘De waarheid? Wat is dat voor gekkigheid? Jij schrijft toch nooit de waarheid? Dat zal echt de eerste keer zijn. Ja, leer mij mijn dochter kennen.’
‘Mam, mag ik je interviewen voor mijn blog?’
‘Nee, daar heb ik geen tijd voor. Heb je trouwens gezien dat je neef vandaag in de Volkskrant staat? Ga die maar interviewen. Dag!’
‘Dag, mam.’
Categorieën: Uncategorized
Mijn lezertjes 2
november 19, 2007 · Laat een reactie achter
‘Wist u dat ik elke dag uw blog lees? vroeg het lezertje. ‘Aha,’ zei ik, ‘die ene lezer dat bent u!’ Het lezertje lachte vriendelijk. ‘Ach, weet u,’ zei hij, ‘het is een kleine moeite.’ En omdat ik mijn lezertjes graag koester, stelde ik voor vandaag een blog speciaal voor hem te schrijven. ‘Maar niet doorvertellen, hoor,’ zei ik er bij, ‘anders worden de andere lezertjes jaloers.’
Categorieën: Uncategorized

