Wie van duiven houdt

‘Wie houdt er nou van duiven?’ vroeg de vogelaar. Een duif was geen vogel, vond de man die alles van vogels wist. Een duif moest je opdienen op een bedje van veldsla met een sausje van wijn, alleen dan was een duif te pruimen. Nee, dan parelduikers en torenvalken, dat waren pas vogels vond hij. En dan had hij het niet over een geroosterde parelduiker op een bedje van torenvalk. ‘Maar,’ stelde hij mij gerust ‘wie van duiven houdt is al een eind op weg om vogelliefhebber te worden.’ Toch keek ik sindsdien altijd licht beschaamd naar de duiven, bij gebrek aan torenvalken. Ik zou nooit een Nico de Haan worden.
Maar vorige maand wandelde ik met mijn vriendin Titia over een pleintje in Rome. Het was aan het eind van de dag en we zochten een terras vanwaar we het palazzo Farnese konden bewonderen. En daar waren ze, honderden, nee duizenden, misschien wel tienduizend spreeuwen. Ze vlogen in formatie over het plein, soms krijsend, dan weer doodstil. Geometrische patronen in de lucht. Vijf zwarte ballen op een rij die overgingen in een perfect vierkant, een zwarte ovaal werden en dan weer uiteenvielen in een wolk die het hele plein vulde. In totale aanbidding bleef ik staan kijken. Zelfs Michaelangelo’s Palazzo Farnese verbleekte hierbij.
Eenmaal terug in Amsterdam probeerde ik mijn collega-schrijvers te vertellen hoe bijzonder het was geweest, hoe indrukwekkend, hoe – en nu overdrijf ik niet eens – goddelijk. ‘Jaja,’ zeiden de schrijvertjes en keken mij aan met een zelfde meewarige blik die ik krijg als ik zeg dat ik van duiven houd.
Maar om een lang blog nog langer te maken: vorige week kwam mijn collega Janneke terug uit Rome. En ook zij had de spreeuwen boven het plein gezien en ook zij was gegrepen door het wonder. Het had niets, maar dan ook niets met de hordes schijtende spreeuwen voor het Centraal Station in Amsterdam te maken. ‘Nee,’ zo sprak ze, en ze keek daarbij devoot, ‘dit waren Romeinse spreeuwen, vliegende kunstenaars uit de Citta Eterna. ‘Halleluja,’ zeiden mijn Janneke en ik in koor.

Hoe het met mij ging, vroeg de vogelaar, die ik tegenkwam op een soort congres van vogelaars. ‘Heel goed,’ zei ik. ‘En met de duiven,’ zo wilde hij weten, al kon hij zijn lachen bijna niet houden. ‘Ik houd nu niet alleen van duiven, maar ook van spreeuwen,’ zei ik. Hij keek me aan alsof ik nu reddeloos was verloren. Dat was ik ook. ‘Het komt wel goed,’ zei hij.

spreeuwen_zwerm.jpg

About these ads

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s