‘Gaat het wel goed met je?’ vroeg mijn collega-schrijfster per sms. ‘Er is toch niks aan de hand?’ mailde een ander. ‘Waar blijf je, wij zijn er wel, maar jij bent er niet,’ sprak weer een andere collega paniekerig mijn voicemail in. Een kerstborrel aan mij voorbij laten gaan was niks voor mij. Ik, de ongekroonde Prom-queen van de kerstborrel zat zomaar thuis, alleen, met zevenentwintig flessen Marie-Henriette die ik per ongeluk had besteld, dom zappend op de bank.En terwijl mijn collega’s Ethiopisch bananenbier dronken en sigaren rookten en dansten op de bar, keek ik naar Het Gesprek. Na 41 keer op het knopje van de afstandsbediening drukken kon ik de moed niet meer opbrengen om terug te zappen. En zo keek ik naar twee mannen aan een tafel. Ze hadden het wel ergens over, maar ik wist niet waarover. Ik was te moe om te luisteren. Halverwege het gesprek stond een van de mannen, die verdomd veel op Huub Stapel leek, op en liep naar de wc. Zijn gast aan tafel bleef een beetje verbouwereerd achter. Hij keek me aan, dwars door de camera. Ja, daar zaten we dan, de man zonder gesprek en de prom queen zonder prom.Met de grootste moeite vond ik de kracht om op de uit-knop te drukken van de tv en besloot dat het even genoeg was met al dat geschrijf. Deze blogschrijfster is moe en gaat een paar weken op vakantie. Een beetje hangen in een buitenhuis en schrijven aan het kinderboek dat over een maand al af moet zijn.Ik zeg: ik wens u een mooie kerst. Op 31 december ben ik weer onder de mensen, champagne drinkend op het plein met de fontein.
Entries from december 2007
Ik blog vaarwel
december 19, 2007 · Laat een reactie achter
Categorieën: Uncategorized
getagged: Manon Sikkel
De man in de regenjas
december 18, 2007 · Laat een reactie achter
‘Ik kan wel zeggen dat ik de boot heb gemist in mijn leven,’ zei de man in de grijze regenjas. Hij stond aan het water in Amsterdam Noord en keek naar de overkant. Als hij alle gebouwen in het centrum even wegdacht, dan had hij prachtig uitzicht op Amsterdam Zuid. Daar woonde zijn grote liefde. Laat ik haar Annie noemen. Languit op de bank zapte ik langs Annie en de regenjas. Ik zag foto’s van Annie en de regenjas uit 1947, toen ze samen in een banjo-orkest hadden gezeten. Wat er zo leuk was geweest aan Annie, vroeg een stem buiten beeld. ‘Ja, dat ze zo dun was,’ zei de regenjas, dat vond hij leuk. ‘Maar,’ zo voegde hij er gelijk aan toe, ‘het was vlak na de oorlog dus iedereen was dun.’ Ik hoopte dat de liefde wat dieper was gegaan, maar al snel kwamen er foto’s in beeld van Annie die het met Jan en alleman deed. ‘Het was vlak na de oorlog, dus iedereen deed het met iedereen,’ zei de regenjas om het gesloerie van zijn Annie goed te praten. Uit de binnenzak van zijn regenjas haalde hij een foto van hem en Annie in een bootje, met een banjo. ‘Wie is die jongen naast haar?’ vroeg de stem buiten beeld. De regenjas wist het niet. Ach ja, Annie, die was altijd met andere jongens.De regenjas was daarna naar Nieuw Zeeland geëmigreerd. Niet omdat hij dat wilde, maar omdat hij moest van zijn ouders. En weer kwam er een foto uit zijn binnenzak, van zijn ouders. Een man en een vrouw uit Amsterdam Noord die het maar niks hadden gevonden dat hun zoon omgang had met een chic meisje uit Zuid. ‘Ik had gewoon nee moeten zeggen tegen mijn ouders,’ zei de regenjas.Daar stond hij, een oud geworden jongetje bij een bankje aan de pont over het IJ. ‘Hier zaten we,’ zei hij. Of hij haar daar gezoend had, vroeg de stem buiten beeld. Dat had hij niet. Ja, dat had hij eigenlijk wel moeten doen, maar ja, het was na de oorlog, toen werd er niet gezoend zei de regenjas.
Gelukkig was het zo’n programma waarbij ze uit het niets een Annie tevoorschijn kunnen toveren. En ja hoor, daar was ze. Prachtige vrouw met zwarte krullen. De regenjas rende op haar af en sloeg zijn armen om haar heen. Zijn neus kwam tot haar navel. Verbaasd keek Annie op hem neer. ‘Wat zie jij er anders uit,’ zei ze in plat Amsterdams. De regenjas hoorde niet eens wat ze zei. Hij snikte het uit, met lange halen. Zijn tranen lieten strepen achter op haar witte jasje. Zijn hele leven had zo veel beter kunnen zijn als zijn ouders hem niet gedwongen hadden om te emigreren, als hij Annie maar had durven zoenen en als Annie niet zo’n lellebel was geweest die het met het hele banjo-orkest deed.
Iets beters was er even niet op televisie.
Categorieën: Uncategorized
getagged: Banjo, de man in de regenjas
De kunst van lichter leven
december 17, 2007 · Laat een reactie achter

Het is weer tijd voor schaamteloze zelfpromotie, zoals collega-schrijfster Roos dat altijd noemt. Deze maand staat mijn verhaal over lichter leven in Mind Magazine. Ik schreef het naar aanleiding van een artikel in Time Magazine met de fijne titel Happiness isn’t normal. De boodschap is eenvoudig: iedereen is wel eens ongelukkig, iedereen wordt ziek en iedereen gaat dood, maar dat hoeft je er niet van te weerhouden om nog iets gezellig van je leven te maken. Om te lezen zo leuk.
Tot zover de schaamteloze zelfpromotie.
Categorieën: Uncategorized
Mijn connecties met de onderwereld II
december 15, 2007 · 5 Reacties
(Schilderij: Trini)’Weet je dat ik nooit geweten heb van je connecties met de onderwereld?’ sprak mijn moeder. ‘Maar hoe zat het ook alweer met de je vader en die vader van Klaas Bruinsma?’Ik vertelde haar dat de vader van Bruinsma eigenaar was van een limonadefabriek, razend populaire limonade, grote glazen flessen met reusachtige plastic doppen erop. Eind jaren zeventig begonnen die flessen uit zichzelf te ontploffen. Niets vermoedende limonadedrinkers kregen een voor een zo’n plastic dop in hun oog geschoten. Of flessen explodeerden spontaan in de winkel. Knal-plof en weg was de Bruinsma-limonade. Mijn vader mocht als juridisch adviseur iets doen voor de oude Bruinsma. Maar wat precies, dat weet ik niet. Ik kan het ook niet meer vragen, want mijn vader is inmiddels geliquideerd.’O ja,’ zei mijn moeder, ‘zo zat het.’ Ze wist me ook nog te vertellen hoe mijn vader aan die zaak kwam. Via een studievriend – Jan uit Volendam – die de fiscaal adviseur was van Johnny Mieremet en Klaas Bruinsma. ‘Na je vaders dood bood Jan uit Volendam me nog aan om mijn adviseur te worden. Nu is hij ook dood.”Sjongejonge,’ was het enige dat ik kon zeggen. Niet alleen ik, maar ook mijn vader én mijn moeder bleken al die tijd stevige banden met de onderwereld te hebben gehad. Terwijl ik hier mijn dagen slijt als schrijvertje aan de gracht, wordt mijn leven met de dag spannender.Wordt vervolgd.
Categorieën: Uncategorized
getagged: connecties onderwereld, Johnny Mieremet, Klaas Bruinsma, Manon Sikkel
Waarom ik mijn kinderen ter adoptie aanbied
december 14, 2007 · 1 Reactie
![]()
‘Als jullie nu niet ophouden met ruziemaken, dan geef ik jullie ter adoptie op,’ dreigde ik mijn kinderen. ‘Er is vast wel een leuk gezin in Korea of China dat geen kinderen kan krijgen en dolblij is met twee van die schatjes als jullie.
‘Ik wil niet naar China,’ schreeuwde mijn zoon, en hij mepte zijn zus.
‘Ik wil ook niet naar China,’ sprak mijn dochter, terwijl ze haar broer in de houdgreep hield.
‘Als jullie nu niet ophouden,’ dreigde ik, ‘dan bel ik nu nog het adoptiebureau.’
‘Dat doe je toch niet,’ riep mijn dochter, terwijl haar broer zich met zijn volle gewicht op haar liet vallen en in haar schouder beet.
‘O, nee?’ zei ik, en ik duwde haar het Parool onder de neus.’Kijk, daar staat het: diplomatenechtpaar in Hong Kong doet zevenjarige dochter het huis uit.’
‘Nou, we mogen wel oppassen,’ sprak mijn zoon, en hij liet direct zijn zus los.
‘Ja,’ sprak ik dreigend, ‘als ik jullie nog een keer hoor ruzie maken, dan gaan jullie naar Hong Kong, allebei.’
Sindsdien zijn mijn kinderen twee welopgevoede engeltjes. Elk nieuwsbericht over het diplomatengezin en de uit huis gebonjourde dochter knip ik uit en hang ik op de ijskast. Psychologen zeggen dat het slecht is voor jonge kinderen om ze met uit-huis-plaatsing te dreigen. Ze schijnen er onveilig gehecht door te raken, maar ik heb er alleen maar fantastische ervaringen mee.
Categorieën: Uncategorized
getagged: adoptie, diplomaat, Hong Kong
Mijn connecties met de onderwereld
december 13, 2007 · Laat een reactie achter

Als student werkte ik bij de babbelbox. Onder de codenaam Annelies werkte ik een paar middagen in de week in een villa aan het Vondelpark. In dezelfde villa zaten ook meisjes die bandjes voor sexlijnen in spraken. Zo avontuurlijk was mijn werk niet. Ik hoefde alleen gesprekken af te luisteren tussen wildvreemden die uit verveling een babbelbox belden om met elkaar over niets te praten. Mijn enige taak was om in te grijpen als mensen vervelend werden. Bij saaiheid mocht ik niet ingrijpen helaas. En zo luisterde ik uren naar gesprekken als: “zo, wie ben jij? Ik ben Henk en wie ben jij? Ik ben Hans. Dag, Hans. Dag Henk. Wat een weertje hè?….” Zo verdiende ik mijn halve studie bij elkaar.
De andere helft van mijn studie verdiende ik door nieuwsberichtjes te schrijven. Dat deed ik drie ochtenden in de week in een andere villa aan het Vondelpark. Mijn werkgever in de eerste villa was Willem Holleeder, mijn werkgever in de tweede villa was Jan-Dirk Paarlberg. Beide namen waren mij zeker ontschoten als ik ze niet twintig jaar later opeens in het nieuws tegenkwam.Of ik nog meer connecties met de onderwereld had, vroeg een vriendin die advocaat is. Ik ging er eens goed voor zitten, want deze vraag, daar had ik nog nooit over nagedacht. Ik heb in een huis gewoond boven een café waar de Heineken-ontvoerders wel eens wat kwamen drinken. Mijn vader kende de vader van Klaas Bruinsma. Ik heb in een café in de Spuistraat een keer een biertje van Erik de Vlieger gekregen. Ik fiets elke maandagavond door de straat waar Willem Endstra werd vermoord. Ik heb het boek over Thea Moear – the godmother – met heel veel plezier gelezen. Ik ken iemand die iets doet met schimmige bv-tjes op de Antillen. Goh, nu ik erover nadacht was het eigenlijk een wonder dat Peter R. De Vries nog niet voor mijn deur stond. ‘Manon Sikkel, mag ik je wat vragen? Geef eens antwoord Manon Sikkel. Waarom wil je mij niet te woord staan? Manon Sikkel doe niet zo kinderachtig. Heb je soms iets te verbergen???’
Niet Peter R. de Vries, maar de krant – zo bleek vanochtend – had lucht gekregen van mijn connecties met de onderwereld. De vrouw van de krant mailde me of ik met haar wilde praten. Ze kon niet zeggen waar het over ging, maar het moest in het diepste geheim. We spraken een geheime datum af (8 januari) en een geheime locatie (de Kring). Daar zouden we elkaar op een geheim tijdstip (5 uur) ontmoeten voor een discreet overleg. ‘Waarover dan?’ vroeg ik voorzichtig. Daar mocht de vrouw van de krant niets over zeggen. ‘Waar herken ik je aan?’ vroeg de vrouw. ‘Dat was eenvoudig,’ zei ik. Ik draag altijd een beige regenjas, een gleufhoed en een spiegelende zonnebril en ik rijd rond in een Hummer.
Categorieën: Uncategorized
getagged: Hummer, Onderwereld
Six degrees of separation
december 11, 2007 · Laat een reactie achter
In de oorspronkelijke versie van Six degrees of separation vroeg een aantal wandelaars, ingesneeuwd in een Amerikaanse berghut zich af hoe veel mensen er tussen hen en de acteur Kevin Bacon zaten. De conclusie was dat er tussen hen en Kevin, of een willekeurige andere planeetbewoner, maar zes mensen zitten. De beste manier om dat te testen is door alle wereldburgers en hun onderlinge relaties in kaart te brengen. De een na beste manier is om de zestigmiljoen gebruikers van Facebook uit te nodigen om mee te doen met een six degrees of seperation experiment. En omdat ik al jaren gefascineerd ben door de six degrees meldde ik me aan zodra iemand me uitnodigde. Onder de zestigmiljoen Facebookers blijk ik maar vier stappen verwijderd te zijn van de bedenker van het experiment. De wereld is inderdaad net zo klein als ik dacht. En daarom begon ik vandaag mijn eigen experiment. Aanleiding was een brief die ik ontving van mijn negentigjarige tante in Canada. Omdat de postboot altijd zo langzaam is, stuurt ze haar nieuwjaarswensen altijd al in november. Deze keer deed ze er ook nog een foto bij van mijn Canadese familie, die ik vervolgens besloot te googelen. Binnen een half uur had ik er twintig nieuwe familieleden bij, die zich vervolgens een voor een bij mij aanmeldden op mijn Facebook pagina. Braaf mailde ik al mijn neven en nichten dat ze mijn tante de groeten moesten doen van mij. Tegen de tijd dat de brief die ik haar terug stuurde in Canada is aangekomen, heeft ze al twintig groeten gekregen. Dan is ze zo spuugziek van mij, dat ze me nooit meer wil zien. Maar in de six degrees of seperation-wereld maakt één tante meer of minder niet uit.
Categorieën: Uncategorized
getagged: Six degrees of separation
Ti yi yoopi yoopi yay
december 11, 2007 · Laat een reactie achter

‘Wil je wat voor me doen,’ vroeg ik aan de schrijfster.
‘Natuurlijk,’ zei de schrijfster, ‘je zegt het maar.’
‘Wil je mijn lezertjes groeten als je ze ziet? Jij komt nog wel eens ergens. Ik zit hier maar aan mijn bureautje.’
‘Zal ik zwaaien?’ vroeg de schrijfster.
‘Nee, zwaaien is zo gewoon.’
‘Zal ik een telegram op rijm doen?’ vroeg de schrijfster.
‘Nee, een taart, dat vind ik leuk.’
‘Een taart?’ vroeg de schrijfster. ‘Zo’n taart als in Lucky Luke, waar ik dan uit moet springen?’
‘Nee, nog leuker is om een dansje te doen. Zo’n Can-Can-dansje met je benen in de lucht. En dan moet je al zingend de groeten van mij overbrengen.’
De schrijfster keek mij nu een beetje angstig aan. ‘Je vraagt wel veel van me,’ zei ze.
‘Ja, maar wij schrijvers helpen elkaar toch?’
‘Dat is waar,’ zei de schrijfster.
Lezertjes die een dezer dagen verrast worden door een zingende can-can-danseres moeten niet schrikken. Ik zeg alleen maar dag.
Categorieën: Uncategorized
getagged: Lucky Luke
Tip van de dag
december 7, 2007 · Laat een reactie achter
Tip van de dag: drink nooit Herfstbock.
Categorieën: Uncategorized
Wat ruikt u lekker
december 6, 2007 · Laat een reactie achter
Wie een kwart eeuw met hetzelfde parfum rondloopt moet eens wat anders. Daarom ging ik op onderzoek uit en rook wat in het rond. Ik stak mijn neus in vreemde halzen, snoof achter het oor van een vriendin, volgde met mijn neus onbekende vrouwen dwars door de stad en vroeg eindeloos monstertjes op bij grote parfumhuizen. Na drie jaar kon ik mijn fles Paris van Yves Saint Laurent eindelijk door de wc spoelen want ik had mijn nieuwe lucht gevonden. Agent Provocateur. Een gek roze flesje van een schimmig Engels onderbroekenhuis. De eigenaar van het onderbroekenhuis, zoon van Vivienne Westwood, had het parfum zelf samengesteld met bloemblaadjes uit de tuin van zijn moeder. Het enige wat nog in de weg stond tussen mij en mijn nieuwe parfum, was dat het nergens te koop was. Na lang zoeken bleek alleen de Bijenkorf te verkopen en een onderbroekenwinkeltje op de Zeedijk. Dus ging ik naar de Bijenkorf. Een mevrouw van het parfum spoot het op mijn polsen en toen ik blij zei dat ik het wilde kopen, zei ze dat ze me moest teleurstellen omdat er maar één flesje was, en dat was het proefflaconnetje. Ze had het wel, maar ze verkocht het niet. Op de Zeedijk bleken ze zelfs het proefflesje niet te hebben, alleen een geurkaartje. Ik mocht er wel even aan ruiken, zei de mevrouw op de Zeedijk, maar die rook zelf zo sterk naar iets anders, dat ik niets rook van het parfum dat het mijne zou worden. Teleurgesteld zette ik mijn nieuwe parfum boven aan mijn verlanglijstje voor de sint. Eens kijken of die oude Spaanse knakker het wel zou kunnen vinden.En tadaaaa, daar lag het, boven op de stapel chocoladeletters en boeken. Vandaag heb ik de hele dag dolgelukkig in mijn eigen wolk parfum gezeten. En als ik even de straat op ging, dan kwamen er vrouwen die hun neus in mijn nek staken, die mij volgden tot aan de kassa van Albert Heijn en die mij smeekten te vertellen waarom ik zo lekker rook. Ja, haha, vroeger stonk ik naar groene zeep, maar de komende vijfentwintig jaar herkent u mij aan een wolkje rozengeur van een Engels onderbroekenmerk.
Categorieën: Uncategorized
getagged: Agent provocateur, parfum
