Maandelijks archief: september 2008

De pont over het IJ

Over het IJ in Amsterdam vaart een pont. Er varen een paar ponten, maar die andere ponten zijn niet de echte pont. Dat zijn nep-ponten die er pas later bij zijn gekomen. De echte pont vaart gewoon recht naar de overkant. Naar daar waar vroeger niks was en waar nu hip Noord begint. In mijn herinnering voer ik vroeger altijd met mijn vader met de pont naar de overkant en weer terug, na een bezoek aan Amsterdam en vlak voor we in de trein naar Hilversum stapten. Maar ik vermoed dat we dat maar één keer hebben gedaan en misschien zelfs nooit. Maar dat maakt niet uit, ik fantaseer mijn vader er gewoon bij. Er is ook een verhaal over de pont van Remco Campert, maar het kan ook van Simon Carmiggelt zijn of van iemand van wie ik de naam ben vergeten. Een verhaal over de schipper van de pont die op een dag naar volle zee vaart en ‘Jeruzalem’ roept. Ik moet altijd aan dat verhaal denken als ik op de pont sta. Zoals ik ook altijd denk aan een reportage in Vrij Nederland of het Parool over de mensen die ‘s ochtends vroeg de eerste pont nemen naar hun werk. Een mooie fotoreportage met regen die tegen de ruiten van de pont slaat en mannen in slechtzittende pakken.

Het geheugen is als een zeef. In mijn hoofd zitten heel veel losse gedachten, die allemaal naar boven komen als ik de pont neem. Terwijl ik naar de meeuwen kijk, worden al die losse flarden van bestaande en niet-bestaande herinneringen een filmpje in mijn hoofd. Ook als ik niet de pont neem trouwens. Vandaag ga ik uit varen met de redactie van Psychologie Magazine. Als ik dan later op de avond op de voorplecht sta en heel hard ‘Jeruzalem’ roep, dan is dat niet omdat ik te veel heb gedronken, maar vanwege dit. Ik waarschuw maar alvast.

Tinadag

Op de Tinadag mocht ik de hele dag de GLQ presenteren, de Grote Liefdes Quiz. Een razendmoeilijke quiz met vragen over de liefde. Er komen maar tienduizend meisjes, had de man van uitgeverij Moon mij verzekerd. Het enige wat ik hoefde te doen was de hele dag op een podium te staan met een microfoon. Het was zo’n succes, dat ik binnenkort met een bus door het land ga rijden om op te treden op feesten en partijen. Ik neem een eigen geluidsman en een lichtvrouw, misschien zelfs het showballet van Penny de Jager, als zij nog leeft. Ik neem ook decorbouwers en groupies en gillende fans die om de bus heen rennen. Alleen voor schrijven heb ik dan geen tijd meer. Maar mijn uitgeefster vindt dat niet erg. Dat ene boek verkoopt ook zonder mij.

Je had niets te doen

Je had niets te doen, dus wandelde je door de tuin en gaf de blauwe regen water. Die tierde welig over de onzichtbare veranda. Je hield niet van tuinieren, maar voor de regen maakte je graag een uitzondering. Het was de laatste mooie avond in september en je luisterde naar muziek die zo droevig was dat de vogels dood uit de bomen vielen. Duizelend op de muziek dronk je witte wijn, zo stel ik me dat voor en stuurde je me een sms, waarbij je op het laatste moment vergat op send te drukken. Dat was maar goed ook, want het enige wat ik terug stuur is glblglblglbl. Hoewel ik, sinds ik dat gisteren schreef, van alle kanten te horen heb gekregen dat ik alleen maar even mijn iphone hoef te jailbreaken, installer te installeren en het programma KB op mijn iphone hoef te zetten. Zo makkelijk is dat dus. Maar ik vind glgblglbl eigenlijk een prachtig woord, dus ik verander niks.

Iphoneglbglblglb

Waarom ik er zo stralend uitzag, vroeg mijn liefje. Met één zwaai haalde ik mijn nieuwe iphone uit mijn achterzak. Tadaaaaaaa, ik was de nieuwe eigenaar van een gloednieuw telefoontje. Alles was mooi aan de iphone, de voorkant, de achterkant en vooral de zijkant. Mijn liefje keek jaloers. Hij wilde er ook een en bestelde ter plekke een toestel via internet. Een dag later wilde ik hem feliciteren met zijn nieuwe telefoon. Wij voelden ons als een kinderloos echtpaar dat zomaar twee Chinese jongetjes had gekregen, een zwarte en een witte. Vanaf nu zou het leven ons toelachen. We zouden automatisch lid zijn van een grote groep trouwe iphone-fans. Op feesten en partijen zouden wij buiten staan, niet om te roken, maar om onze nieuwe speeltjes te vergelijken. Ik verdiepte me in een jailbreak, de enige manier om echt indruk te maken op andere iphone-gebruikers. Ik zou niet zomaar een iphone hebben, maar een gehackte. Ik, vrouw van 43, master of cool.

Maar vandaag is alles anders. Ik kan namelijk geen sms-jes sturen met de iphone. Nou ja, het kan wel, maar hij vult automatisch elk woord aan dat ik wil schrijven. Ik ben een wandelende glmoggel-reclame geworden. Ik praat alleen nog maar gbrglkrg-taal. En het ergste is, dat de glbrglprg-functie niet kan worden uitgezet. Ontvangt u binnenkort een raar sms-je van mij, weet dan dat het zo niet was bedoeld. Ik glblglblg van u.

Wil je met me naar bed?

De redactie van Psychologie Magazine stuurde vorige maand twee acteurs de straat op, een man en een vrouw van gelijke leeftijd, achtergrond en aantrekkelijkheid. Op straat spraken ze mensen aan met de vraag: ‘Wil je met me naar bed?’ Precies zoals gebeurde in het Amerikaanse onderzoek waarop het experiment was gebaseerd, reageerden de mannen wild enthousiast en de vrouwen in alle gevallen terughoudend. Een tijdje geleden vertelde ik een vriend met wie ik uit eten was over het experiment waarover op de redactie druk werd gesproken. ‘Stel,’ zei ik, ‘dat ik je gewoon zou vragen of je met me naar bed wil…’ Nog voor ik mijn zin had kunnen afmaken, zat de vriend al druk te knikken met zijn hoofd. ‘Dan zou ik natuurlijk ja zeggen,’ zei hij, alsof dat zo voor de hand lag, dat hij het gek vond dat hij die vraag niet elke dag gesteld kreeg. ‘En als een andere vrouw het je zou vragen?’ vroeg ik. Dan ook zou hij op het verzoek ingaan, ‘mits ze er een beetje leuk uitziet natuurlijk,’ voegde hij er aan toe. ‘Zullen we gaan?’ vroeg hij, en hij zwaaide naar de ober.

In het Amerikaanse experiment zei twee op de drie mannen ja op het wil-je-met-me-naar-bed-verzoek, in Nederland een op de drie. Het experiment staat deze maand beschreven in het mannennummer van Psychologie Magazine. Het filmpje is te bekijken op www.psychologiemagazine.nl.

Jarig

Hoera, 21!

Werkkamer gevonden

Mijn nieuwe werkkamer zat al een tijdje op mij te wachten en was precies zoals ik me had voorgesteld. In een grappig grachtenpandje aan de Keizersgracht in Amsterdam. Met hoge ramen en uitzicht op een binnentuin. Ik hoef nu alleen nog maar mijn bureaustoel van de Herengracht naar de Keizersgracht te rollen. Vanaf 1 oktober schrijf ik mijn verhalen, boeken en artikelen voortaan daar, terwijl het herfst wordt in de binnentuin.

Werkkamer gezocht

(Foto: Ilya Kabakov)

‘Zie de schrijvers werken’ is een jaloersmakende rubriek in NRC Handelsblad over schrijvers en hun werkruimtes. Charlote Mutsaers heeft er maar liefst drie, lees ik, maar ik ben Charlotte Mutsaers niet. Dat laatste wordt pijnlijk duidelijk als ik naar mijn eigen werkkamer kijk. Wanneer ik over twee weken het kantoortje aan de gracht heb verlaten, rest mij alleen het vochtige keldertje dat ik altijd sousterrain noem. Er ligt een houten vloer en er staat een bank, maar echt rechtop staan kan ik er niet. Als ik niet snel een fijne werkplek vind, lig ik straks dus met mijn laptop op de bank in de kelder. Charlotte Mutsaers zou over de grond rollen van het lachen als ze mij zou zien. Ze zou zich verslikken in haar hond als ze zou zien hoe ver mijn sneue onderkomen verwijderd is van haar kamer vol boekenkasten.

Op zoek naar een nieuwe werkruimte fietste ik vandaag langs grappige kantoortjes in de stad. Het kantoortje van mijn dromen heb ik nog niet gevonden, terwijl mijn eisen heel bescheiden zijn. Ik zoek iets aan de gracht met hoge ramen en heel veel zon. Als u iets weet, laat het mij dan weten.

Manonvriendelijk II

Het was zondag en het regende. Ik mocht de grote liefdesquiz presenteren op de Manuscripta – de opening van het boekenseizoen – en liep daarna met mijn ziel opgevouwen onder mijn arm rond. Gelukkig kwam er een huifkar langs, voortgetrokken door twee zwarte dwergpony’s. Mijn vriend de dichter reed de hele dag rond in een huifkar om voor te lezen uit eigen werk. Omdat het regende en ik nog nooit in een huifkar had gezeten, stapte ik in. Mijn dichtende vriend is een manonvriendelijke man – dat vindt hij zelf. Niet man-onvriendelijk, zoals ik eerst dacht, maar Manon-vriendelijk. Kwestie van afbreken noemt hij dat.

We reden rondjes over het terrein van de Westergasfabriek. Hij las voor uit zijn nieuwe bundel ‘Na de vlakte’ en ik klapte omdat het prachtige gedichten zijn. Toen hij de bundel zeven keer had voorgelezen en het eindelijk was opgehouden met regenen, haalden we het plastic van de huifkar. Buiten liepen mensen met witte plastic tasjes met daarin heel veel boeken. Toen we even stopten omdat de zwarte bergpony’s moesten drinken, werden we ingehaald door een rijdende leestafel. Aan de ene kant van de tafel zat Kluun, aan de andere kant Arthur Japin. Ze lazen elkaar voor uit eigen werk, allebei nat van veel te veel regen. Bij de ingang werden we allemaal opgewacht door Henk Schiffmacher, die gratis tatoeages uitdeelde ter promotie van zijn nieuwe boek. Voor de grap lieten we elkaars portret op onze armen zetten. Het was nog steeds zondag.

Bloggen effectiever dan klantenservice bellen

De meneer van Vodafone vertelde het gisteren zelf. Het telefoonbedrijf heeft zes mensen in dienst die de hele dag niets anders doen dan blogs lezen van mensen die klagen over Vodafone. Als ik nu schrijf: ‘waarom ik Vodafone haat’ is de kans groot dat een van de bloglezers mij leest. Terwijl ik Vodafone natuurlijk helemaal niet haat. Maar iemand anders die schrijft: ‘klacht over Vodafone’, krijgt een persoonlijk mailtje van de Vodafone-bloglezer. In plaats van uren in de wachtrij te hangen bij de klantenservice van Vodafone, schrijf je een blogje en klaar.

De vraag is natuurlijk of er meer bedrijven zijn die blogs op die manier lezen. Albert Heijn bijvoorbeeld, die bij mij geen goed meer kan doen sinds ze mijn dochter van twaalf met een vriendinnetje op woensdagmiddag de toegang tot de winkel weigerden omdat scholieren pas na drie uur ‘s middags naar binnen mogen. Ik heb een woedende mail gestuurd naar de klachtenbalie van Albert Heijn, dat ik het schandalig vond dat ze mijn lieve dochter weigerden binnen te laten, en of ze niet ook speciale winkeluren kunnen maken voor mannen, bejaarden, homo’s, negers, hindoestanen, roodharigen, blinden en mensen met een stoma. Ik fulmineerde nog even verder dat ik het idioot vond dat ze aan de ene kant ouders met kinderen proberen binnen te halen met hun domme wuppie-acties, en aan de andere kant kinderen weren. De enige reactie die ik kreeg was dat ik kon bellen met de bedrijfsleider. Maar ik wil niet bellen met de bedrijfsleider. Ik wil dat Albert Heijn zegt: sorry, meisjes van twaalf zijn altijd welkom bij ons.

Ha, dat lucht lekker op. En nu maar wachten tot ik een mailtje krijg van een professionele Albert Heijn bloglezer, die zegt: sorry mevrouw Sikkel, uw dochter mag altijd de winkel in, ook voor drie uur ‘s middags.