Maandelijks archief: april 2009

Ik schrijf alleen nog maar over bomen en planten

cafe-tokyo

‘Palmbomen zijn de lelijkste bomen die er zijn,’ sprak mijn vriendin Titia. ‘Als je er goed naar kijkt, zie je dat ze volledig uit proportie zijn. Ze hebben zo’n lelijke stam en er hangt altijd ergens zo’n bruin geknakt blad aan. Mensen vinden palmen leuk omdat ze het associëren met zon en zee en daarom denken ze dat palmbomen mooi zijn.’ Ik moest haar gelijk geven. Lindebomen zijn veel mooier, kastanjebomen, eiken, een rode beuk, allemaal prachtig. Maar nog lelijker dan palmbomen, zijn naaldbomen. Tenzij je de palmboom ziet als een hele grote naaldboom.

Een paar jaar geleden, toen ik dertig werd, ging ik met mijn man naar de Veluwe om te wandelen. Bij een kantoortje van de VVV vroeg ik een mevrouw om een wandeling. ‘Maar,’ zei ik er bij, ‘ik wil geen naaldbomen zien.’ De mevrouw keek me aan in grote vertwijfeling. ‘Eens kijken,’ sprak ze monter, en ze bladerde voor de vorm door een mapje. ‘Zonder naaldbomen,’ zei ze. ‘Ik hou niet van naaldbomen namelijk’ zei ik. ‘Ik ben bang,’ sprak de vrouw, na vijf minuten bladeren, ‘dat we alléén maar wandelingen door naaldbossen hebben. Dit is de Veluwe. Maar wacht,’ riep ze, ‘ik heb iets gevonden.’

Een half uur later liepen mijn man en ik over een hele grote zandvlakte. Midden in het bos hadden ze een mini-woestijn aangelegd. Aan de rand stonden een heleboel naaldbomen, maar als je je ogen tot spleetjes kneep, leken het wel palmbomen.

Wat maar even is

manon4april2008

Hij was het. Onmiskenbaar, terug van weggeweest. Vandaag een week geleden zag ik hem in Portugal. Vanochtend was hij hier in het dorp. Ik hoorde hem eerder dan ik hem zag. Hij was een tijdje in Afrika geweest, maar hij was niet echt veranderd. Hoe het kan dat ik van hem kan houden als hij maar drie maanden per jaar hier is, vroeg Anne. ‘Ik zou daar heel verdrietig van worden,’ zei ze. ‘Ik hou ook van pioenrozen,’ zei ik. ‘Die zijn er ook maar een paar weken. Vroeger hield ik ook van tulpen, maar dat was toen ze alleen in mei te koop waren. Nu ze er het hele jaar zijn, vind ik er niks meer aan. Ik somde op waar ik van hield, van verse tuinbonen, jonge bloemkool, asperges en rozen. ‘Rozen?’ vroeg Anne. ‘Maar die bloeien twee keer per jaar.’ Ja, zei ik, ‘maar alleen als je geluk hebt.’ Ze vond dat ik in raadsels sprak. Misschien had ik wat te  veel vuurwater gedronken, maar ik kon er opeens lyrisch over vertellen. Over alles wat maar even is. En nog beter, dat het er zo kort is, dat je niet eens weet of het er wel geweest is. Een leuke jongen in de trein, die de andere kant op zoeft.

Maar ik dwaal af. Mijn zwaluw. Vanochtend zag ik hem, overgevlogen uit Portugal. Het begin van de zomer. Over vier maanden is het weer voorbij.

Lezen zonder Bril

Schrijvers die ik altijd lees gaan altijd dood, en andersom. ‘Bril is dood’ sms’t een vriend mij vanochtend het nieuws. Ik had het gisteravond al gehoord van Ivo Niehe. Die vertelde het tijdens de Grote Kanker Show op televisie. Bril zelf, zo vertelde Niehe, had nog willen meewerken aan de show, maar kon wegens diezelfde ziekte niet meedoen.

Als eerbetoon aan de man die rokjesdag bedacht besloot ik vanochtend om met blote benen door het leven te gaan. Ik hoopte dat ik niet de enige was. Dat het grote blote-benencomplot zich nu zou openbaren. Of ik het niet koud had, vroegen wel drie moeders op het schoolplein. ‘Jawel,’ zei ik met opgeheven hoofd, ‘maar ik doe het voor Bril.’ (Maar ijskoud is het wel).

Lente in de tuin-tuin

foto-854

Het is lente in de tuin-tuin. In de borders komen de eerste post-it-jes op, de appelboom staat in bloei en ruikt naar Pritt-stift. Dat lijkt gewoon, maar dat is het niet. Het dorp waar ik woon was vroeger een uithoek van de Zuiderzee. Bij opgravingen om de hoek schijnen Spaanse fregatten te zijn gevonden. Het stormde hier altijd en de zee klotste in 1400 door mijn straat. Nu het dorp is ingepolderd, en sinds 1923 ingelijfd bij Amsterdam, herinnert niets meer aan de tijd dat de zeerovers hier voorbij gingen. Behalve dat het dorp vier meter onder N.A.P. ligt en het grondwater hoog in de tuin staat. Dat er zomaar post-it-jes opkomen in de tuin is dan ook een wonder. Een restje Spaanse sloep vind ik gewoon, maar lente in de tuin-tuin, dat zie ik niet vaak.

Cursus vliegangst II

manon21april09

‘Welkom in deze Boeing 737… eh… 707,’ sprak de piloot geruststellend. ‘We naderen een gebied met turbulentie,’ zei hij. ‘Ik verzoek u daarom allemaal om uw riemen los te maken… ik bedoel… vast te maken.’ Voor mij was het te laat. Ik had mijn riem al braaf losgemaakt en vloog met mijn hoofd tegen het bagagerek. Sindsdien kan ik niet meer zo goed nadenken.

De Hotze-shortlist

boek

Twee jaar geleden kwam ik mijn uitgeefster tegen. We hadden elkaar daarvoor misschien een keer gezien en geen van beiden wisten we toen nog dat het boek dat toen nog niet eens in mijn hoofd bestond ooit genomineerd zou worden voor een prijs voor het beste kinderboekendebuut. Vandaag hoorde ik mijn uitgeefster op mijn voicemail. Daar stond ze al vijf dagen op, maar omdat ik op vakantie was, was ik even vergeten mijn voicemail te beluisteren. Izzylove blijkt niet alleen op de longlist te staan voor de Hotze de Roos-prijs, maar ook op de shortlist. Er is nu een kans van een op drie dat ik die prijs ga winnen. Voor de zekerheid heb ik vast mijn rug laten tatoeëren. HOTZE staat er in grote blauwe letters op mijn rug. Dat brengt geluk.

En omdat ik een archiefje heb met oude blogjes, citeer ik mezelf uit een andere tijddimensie. Toen Izzylove nog niet eens bestond.

1 juni 2007:

‘Wat een leuke man heb je,’ zei ik tegen mijn nieuwe uitgeefster. ‘Hij is mijn ex-man,’ zei ze. ‘Wat een leuke ex-man,’ riep ik toen, veel te enthousiast. Ik had waarschijnlijk al meer dan drie glazen wijn op. Ik was haar bij binnenkomst ook al hartelijk om de hals gevlogen, ook al een veeg teken natuurlijk. Maar mijn nieuwe uitgeefster en ik zijn nu al vriendinnen, al weet zij dat nog niet. ‘Wat doe je hier eigenlijk,’ vroeg ze. ‘Moet je niet thuis zijn om te schrijven?’ Ik vertelde haar dat ik inspiratie op moest doen. Rond middernacht liep ze nog een keertje langs. Ik had toen al 43 glazen wijn op. ‘Dat boek komt er aan hoor,’ riep ik, terwijl ik een beetje slapjes op de bank hing (je moet eigenlijk ook altijd wat eten voor je 43 glazen wijn gaat drinken…). ‘En wat een ontzettend leuke man, eh, ex-man heb je,’ riep ik nog maar een keertje. Daarna viel ik in slaap, met mijn hoofd op de schouder van de man die naast mij zat. Daardoor zag ik niet meer dat mijn nieuwe uitgeefster haar opschrijfboekje pakte en mijn naam doorkraste. Daar ging mijn carriere als veelbelovend kinderboekenschrijfster. Het was nog niet eens begonnen en het was alweer voorbij.

Ik blog au revoir!

bois-pille2

Die vrouw met dat witte gezicht en die auberginekleurige kringen onder haar ogen, die het hele paasweekend petanque speelt en door de velden huppelt, die vrouw dat ben ik. En tegen de tijd dat u dit leest, zoef ik al over de périférique van Parijs.