Maandelijks archief: mei 2009

Gefeliciteerd

grap

In Bakkum is iedereen gelukkig

Ik had mezelf ingeschreven voor een veldexcursie naar Bakkum, dorp aan zee. In Bakkum bloeien de bloemen altijd, ook in de winter. In Bakkum zwaaien alle mensen naar elkaar en is een van de Bakkummers ziek, dan plakken de andere Bakkummers pleisters, brengen zelfgemaakte kippensoep en zingen zelfverzonnen liedjes. Mijn veldexcursie leidde me langs een huisje waar ik heel goed zou kunnen wonen en langs een heleboel tuinen waar ik mezelf zag zitten in een prieeltje met typmachine op schoot. Wie al gelukkig is, moet rare fratsen uithalen in zijn hoofd om nog iets te wensen. Een prieeltje met uitzicht op zee is zo’n frats.

Ik blijk niet de enige Amsterdammer met zo’n fratsendroom, want in de duinen van Bakkum hebben 2000 Amsterdammers een caravan neergezet of een hutje met veranda gebouwd. De vrouwen huppelen er rond in gebloemde jurkjes, de mannen stoken er verboden vuurtjes en drinken dure wijn uit plastic glaasjes. De kinderen heten er allemaal Otis, tenzij ze Anders heten.

In Bakkum was vandaag iedereen gelukkig.

Hypochonder

‘Ik ga dood.’

‘Iedereen gaat dood.’

‘Dat weet ik, maar ik ga nu dood.’

‘Doe niet zo eng.’

‘Glbglblgh.’

‘Ik versta je niet. En waarom lig je op de grond?’

‘Omdat ik dood ga.’

‘Ja, of omdat je een enorme aanstelster bent. Altijd al geweest ook.’

‘Maar ik was vandaag bij de dokter.’

‘Heeft hij gezegd dat je dood ging?’

‘Nee. Maar zo’n dokter weet ook niet veel. Die neemt alleen je bloeddruk op.’

‘En was die schrikbarend hoog?’

‘Nee, nogal gewoon eigenlijk.’

‘Zie je nou wel.’

‘huh?’

‘Dat je niet dood gaat. Je wordt honderd, zoals dat hoort.’

‘Mooi. Dank je.’

‘Graag gedaan.’

Mijn eerste literaire prijs

Hiephoi, ik heb mijn eerste literaire prijs gewonnen! Vanaf vandaag ben ik de officiële winnaar van de Hotze de Roos-prijs. Niemand minder dan J.K. Rowling en Francine Oomen gingen mij voor. De verkoopcijfers schijnen ook in de pas te gaan lopen met die van hen.

Van het prijzengeld ga ik een bootje kopen en daar ga ik heel groot ‘Schippers van de Kameleon’ op schilderen. Ik ga een bezoek brengen aan de schrijver van de Kameleon – Hotze zelf. Nee wacht, ik ga elke dag bloemen op zijn graf leggen. Ik ga iedereen die ik ken op wijn en taart trakteren en ik zoen elke voorbijganger.

Maar de echte held achter het winnen van de Hotze-prijs is uitgeverij Moon (Dutch Media). Bijvoorbeeld mijn uitgeefster – Thille, die vanaf de eerste dag heilig geloofde in een glanzende carriere als kinderboekenschrijfster. En de Roelies (Roel, Martijn, Leonard, Ruurd), die al hun creativiteit en hun marketinggeld op Izzylove hebben gezet. En Willemijn, die eerst Mirjam heette, en Annette, die niet eerst Mirjam heette. En misschien nog iemand die ik nu vergeet. Dank jullie wel (ik houd nu de Hotze-trofee in de lucht, werp die vanaf het podium naar mijn man en kinderen, zonder wie dit nooit enz. enz. enz.)

dutchmedia

Jas met zonder knopen III

jas2

Ik heb een vriend die een plaag van papiervisjes in zijn huis heeft. Hij kan daar uren over vertellen. De papiervisjes eten namelijk zijn boeken op. Wat begon als een gezellige hobby – papiervisjes opsporen en dood maken – mondde uit in een niet te winnen strijd tussen hem en de papiervisjes. Hij timmerde kasten van papiervisvrij hout, legde lijmklemmen langs de plinten, bezocht congressen over ongediertebestrijding en liet uiteindelijk zijn huis met papiervisgifgas uitroken. Het leuke en ook zielige aan het verhaal is dat papiervisjes onzichtbaar zijn. Wie ze ziet wordt daardoor al snel door zijn omgeving voor gek versleten. Maar omdat ik de vriend al heel lang ken heb ik hem het voordeel van mijn twijfel gegeven. Nu zijn huis vrij is van papiervisjes, heeft hij zilvervisjes in zijn huis ontdekt. Zilvervisjes zijn eveneens onzichtbaar en eten niet je boeken maar de tegels in je badkamer op. In mijn geval zou dat geen kwaad kunnen, want die tegels zijn zo lelijk, dat ik hierbij alle zilvervisjes van de wereld uitnodig om langs te komen en zich tegoed te doen aan mijn badkamer.

Maar dit terzijde.

Ik ben mijn jas met zonder knopen kwijt. En om mijn lezertjes niet opnieuw lastig te vallen met de continuing story van de jas met zonder knopen, vertel ik wat over ongedierte. Maar mocht u mijn jas met zonder knopen ergens zien hangen, belt u dan even. Met name als u een medewerker bent van de Supper Club in Amsterdam.

Zaansche Schans

‘Hallo mam, ga je zaterdag naar de Zaanse Schans?’

‘Nee, ik ga liever naar Volendam!’

‘Maar zaterdag krijg ik – misschien – de prijs voor het beste kinderdebuut van 2008…’

‘Ben je genomineerd dan?’

‘Eh… ja. En bovendien wordt daar op de boekenmarkt het thema voor de kinderboekenweek gepresenteerd.’

‘Leuk. Wat is het thema?’

‘Eten.’

‘O, zeg dat dan meteen. Dan kom ik wel!’

‘Fijn’

‘Je gaat me nu toch niet belachelijk maken op je blog he? Straks denken mensen nog dat ik een slechte moeder ben.’

‘Welnee joh, je bent juist een hele leuke moeder.’

‘Gelukkig. Maar ik moet nu ophangen, ik moet nog naar de Euromast en het Anne Frank-huis.’

‘Dag, mam.’

‘Toedeloe.’

Bloggen effectiever dan klantenservice bellen II

Ik heb een vriend die zich liet verleiden door Alice. Alice was een – tikje ordinaire – vrouw met veel haar en weinig kleren die in de buurt van een windmachine huppelde en de kijkertjes thuis probeerde over te halen een internetverbinding via Alice af te sluiten. De vriend was direct om. Hij belde nog dezelfde dag UPC af en belde Alice. Over de telefoon klonk ze iets minder hees dan op tv, maar hij kon op de achtergrond de windmachine nog horen. Daarna begon het wachten op Godot. 

Een maand later sprak ik hem. In razernij had hij zijn laptop in de gracht gegooid en met rode verf had hij ‘F*&ck Alice’ op de zijkant van tram negen geschilderd. Alice was nooit komen opdagen, ook niet na zevenhonderd telefoontjes. Alice was een schim die deed alsof ze internetprovider was.

Ik lachte – toen nog wel – en vertelde hem over XS4all. Heerlijke betrouwbare club, nooit wat mee aan de hand, razendsnel internet voor een paar tientjes in de maand. En toen ineens waren wij afgesneden van de buitenwereld. Geen enkele verbinding. Wij waren praktisch dood.

Nadat mijn man de hele meivakantie met de helpdesk van XS4all aan de lijn heeft gehangen, een paar keer als dreigement langs de afdeling ‘opzeggingen’ is geloodst en daarna ten einde raad maar heeft opgehangen, heb ik een brief naar XS4all gestuurd. ‘Ik ga naar Alice’, schreef ik stoer.

Nu schrijf ik u vanuit het cafétje op de hoek. Ik heb de barman beloofd dat ik iets over hem zou schrijven, in ruil voor het wachtwoord van hun draadvol internet. Ik zeg: hij is leuk, mijn barman.

De Mexicaanse hoed

mexico

Je hebt besloten om bij ons in huis te komen wonen. Dat je een andere taal spreekt maakt niet uit, wij zeggen toch niet veel tegen elkaar. Ons huis is zo groot dat we niet eens merken dat je er bent en in het ergste geval gaan we zelf in het tuinhuis wonen. Het tuinhuis is eigenlijk een vogelobservatiehut, maar tuinhuis klinkt beter.

Gisteren ging ik je ophalen van het vliegveld. Voor me stond een vrouw die een spandoek had gemaakt van een laken. ‘Welcome Home Hans’, had ze erop geschilderd. Ik vond dat grappig, alsof Hans alleen Engels kon lezen terwijl zijn naam zo Hollands klinkt. Na een uur wachten – ik was een uur te vroeg – kwam er een jongen door de glazen deuren naar buiten. Hij was een jaar of tien. Hij droeg een grote gele Mexicaanse hoed. Een sombrero met een doorsnee van een meter zestig. Mensen renden gillend weg toen ze hem zagen. De vrouw met het spandoek bond snel het laken voor haar mond. ‘Ome Han’ stond er nu op haar gezicht. Ik bleef als enige staan. Ik ben niet bang voor de Mexicaanse griep.

En nu ben je hier. Je zit tegenover me en vraagt je af waarom ik zo druk aan het typen ben. Als we dezelfde taal spraken zou je het me kunnen vragen. Nu glimlachen we naar elkaar. Ik zal zo een kopje thee voor je zetten. Zet jij de taart vast klaar?