Maandelijks archief: juli 2009

Te huur aangeboden: werkplek Keizersgracht II

IMG_0023

Ik verhuis naar Ierland en bied daarom mijn werkplek te huur aan op de Keizersgracht in Amsterdam. Een prachtig kantoor op de bel-etage, om de hoek van de Negen Straatjes. Het kantoor bestaat uit een gemeenschappelijke eet/vergader-kamer aan de voorkant en drie afzonderlijke ruimtes. De tuinkamer deel je met drie journalisten/tekstschrijvers. Het is een prachtige, rustige plek met snel internet en boten die voorbij varen. De elf schrijvende kantoorgenoten en de vogels in de binnentuin krijg je er gratis bij!

Nawoord: de werkplek is inmiddels verhuurd.

Meer info (en foto’s): klik hier.

Ik blog adieu

MyPicture_97

‘Ik dacht dat je op vakantie was,’ zei je, nadat je een poosje stil was geweest.

‘Dat ben ik ook,’ antwoordde ik, ‘maar ik ben nog in Amsterdam.’

‘Dus je bent niet op vakantie?’ vroeg je, en je trok je wenkbrauwen tot ver boven de haargrens op.

‘Jawel, ik ben officieel met vakantie, maar ik moet de hele dag kopjes koffie zetten voor de bouwmannen die van mijn badkamer een waterpaleis maken en dat voelt niet echt als vakantie.’

‘Een waterpaleis?’ vroeg je.

‘Ja, compleet met Turks stoombad, stortbaden en een Wild Water River Ride.’

‘Quod est?’

‘Dan maak je een dolle rit door een trechter, schiet je een donkere waterbaan met lichteffecten in langs een halfpipe met kolkeffect. Een spetter experience.’

‘Een spetter experience?’

‘Ja, dat schijnt het nieuwste van het nieuwste te zijn op badkamergebied. Maar ik moet nu gaan, even de badkamermannen weer een nieuw kopje koffie brengen. Maar als je me niet meer leest, weet dan dat ik niet op vakantie ben, maar geniet van mijn eigen waterpretpark.’

Na de zomer meer.

Snelst groeiende blog

manonbussum4

‘Alleen ijdele mensen houden een blog bij’, zei je. ‘En alleen ijdele mensen twitteren.’ Zelfingenomen navelstaarders vond je ons, die in niets anders geïnteresseerd zijn dan in onszelf. Ik probeerde je tegen te spreken, want wij bloggers en twitteraars zijn ook heel erg geïnteresseerd in elkaar. Misschien zelfs meer dan gezond voor ons is. Je schudde met je hoofd en fulmineerde, zoals ik van je ken en wat ik je ook altijd vergeef. Zelf wilde je niet eens een site en ook geen mobiele telefoon. Je had zelfs geen naamplaatje op je voordeur en ook het huisnummer had je er vakkundig af geschroefd. En als iemand je belde, dan nam je niet eens meer op en een antwoordapparaat, ha, nu moest je echt hard lachen. ‘Als iemand mij echt nodig heeft,’ sprak je met de overtuiging van iemand die weet dat anderen maar wat graag achter hem aanlopen, ‘dan komen ze maar langs en moeten ze steentjes tegen het raam gooien. En dan, heel misschien, als ik het niet te druk heb, dan doe ik open en doe ik misschien wel werk in opdracht.’ Het leuke is dat ik dit allemaal rustig kan opschrijven zonder onze vriendschap in gevaar te brengen, je leest het toch niet. Wie het wel leest zijn de vijfhonderd nieuwe dagelijkse bezoekers die mijn blog tegenwoordig krijgt sinds Zezunja op haar site heeft gezegd dat ik zo leuk schrijf (waarvoor dank). Binnenkort publiceer ik hier het huisadres van de oude vriend. Ik roep dan iedereen op om naar zijn huis te gaan en steentjes tegen zijn raam te gooien. Zomaar.

Anna Karenina

boek10

Waarom heet Anna Karenina Anna? Ik heb het me nooit afgevraagd, maar sinds ik boeken schrijf, pieker ik mijn hoofd van mijn schouders wanneer ik alle personen in mijn boek een naam moet geven. Ik vraag me af of lezers wel beseffen wat een helse taak dat is, namen bedenken. Ik ben soms – nee altijd – blij dat ik namen voor mijn eigen kinderen heb kunnen verzinnen. Ik heb een neef (dit is nu eens niet gelogen) die ‘de jongen’ heet. Vroeger heette hij ‘jongetje’, maar toen het jongetje twee meter hoog en drie meter breed werd, bleek ‘de jongen’ een toepasselijker naam. In zijn paspoort staat de voornaam van zijn vader, maar zijn roepnaam was jongen. Zijn moeder sprak dat uit als tjongetje, maar dit geheel terzijde.

Na eindeloos bladeren door het namenboek in mijn hoofd kwam ik een paar weken geleden met een prachtnaam voor mijn nieuwe mannelijke hoofdpersoon. Trots vertelde ik het tegen mijn dochter, die haar vinger naar haar keel bracht om op haar eigen wijze aan te geven dat ze het niet zo’n leuke naam vond. Vanochtend kreeg hij een nieuwe naam. Een naam zo simpel, dat ik me erover verbaas dat ik ‘m niet eerder heb bedacht. Nu nog alleen namen bedenken voor de veertig andere personages. Ik ga daar de hele dag over nadenken. Heel veel anders heb ik toch niet te doen.

De ‘geek’ in mij

bussum3

Mijn opppaskat houdt niet meer van mij. Dat is geheel wederzijds, maar in de ongelijke strijd die wij samen in huis voeren had hij (of zij?) vandaag de bovenhand. Met een venijn dat alleen katten die mij haten kunnen hebben had zij (of hij) het internetkabeltje doormidden gebeten. Weg verbinding met de buitenwereld. Tot ik mij herinnerde iets gehoord te hebben over internetten via de iphone. Mijn geek-vrienden vertellen mij altijd hoe ze hun iphone jailbreaken ( hacken) en hoe ze illegaal toegang hadden tot het internet. En wat mijn geek-vrienden kunnen, dat kan ik ook, dacht ik vanochtend. En dus installeerde ik een ‘app‘ op mijn telefoon waarmee ik drie minuten later met mijn laptop het internet op kon (tetheren). De snelheid is gelijk aan die uit de tijd dat ik nog een modem had (rrrrrrrriet, tututut, prrrrrrrrrr, ghghghghghg, rrrrrrrr, biep-biep,aaaaaarrrr), maar ook dat had wel iets fijns. Voortaan heb ik gratis internet op mijn laptop, waar ik ook ben. Voor mijn geek-vrienden klinkt mijn kinderlijk enthousiasme waarschijnlijk heel ouderwets, maar ik ben heel trots op mezelf en op de geek in mij.

Tot zover de mededeling van algemeen belang.

Duizend boeken en granaten

abussum

Je wilde weten hoe het met me ging in mijn zelfverkozen afzondering. Snel zette ik de muziek zachter en goot de wijn door de gootsteen. Ach, het gaat wel. Of ik niet eenzaam was wilde je weten. Ik mompelde dat het wel ging. Of ik al opschoot met mijn boek. Ja, dat wel, beaamde ik. Het was goed dat ik even was weggegaan. Het is soms heel stil hier in mijn schrijvershuisje en ik word gek van de kat die meer aandacht wil dan ik kan geven aan een kat. Ik zuchtte nog een keer diep zodat je het kon horen. Het viel niet mee om schrijver te zijn. Niet voor niets raken ze altijd aan de drank of worden ze gek. Die eenzaamheid is gekmakend. En die eeuwige druk van letters en zinnen die maar niet in de juiste volgorde willen staan. Om nog maar te zwijgen over de handicap van een crashende computer. Arme schat, zei je, en het klonk oprecht. Het was fijn dat ik je stem hoorde want ik had al dagen niets gezegd. Mijn stem klonk nog wat krakerig. Misschien moet je dit vaker doen, zei je. Weggaan en in een villa’tje in het groen gaan zitten zonder kinderen en aannemers en logés en vuile was en verplichtingen, alleen maar om te schrijven, waarom zou ik dat in hemelsnaam vaker willen? Mijn week kluizenaarschap is gelukkig bijna voorbij.

Frans zei tegen Frans in het Frans is Frans in het Frans ook Frans?

alain

Had ik je wel eens verteld dat ik overwogen heb een rechtszaak tegen je te beginnen? Het was niet mijn idee, maar dat van een vriend die Francois heet. Die van die mop, je kent ‘m wel: Is Frans in het Frans ook Frans? Nee zei Frans in het Frans tegen Frans, Frans in het Frans is Francois! Op een avond in een bistro, met Francois, Yves en Antoinette ontdekten we dat het geen toeval was dat we allemaal Franse namen hadden. We waren immers even oud, kinderen van de revolutie en van de eerste vakanties naar Frankrijk. Terwijl jullie, ouders, naar Et Dieu crea la Femme keken en op de bonnefooi naar Frankrijk gingen, werden wij bedacht en wij en onze namen geboren. ‘We moeten onze ouders aanklagen,’ riep Francois, die de meest opstandige van ons was en ook het beste Frans sprak. ‘A la guerre,’ riep Yves. Een fikse schadevergoeding voor onze rare Franse namen. We zouden een precedent scheppen voor de Engelse golf van Kevins en Jims, die na ons kwamen en voor de Vlinders, Zilvers en Septembers die daarop volgden. En wie weet wat we nog kunnen betekenen voor de Prinsen, Parijzen en Dekentjes van deze wereld. Gekke namen zijn overal. Maar nu ik tijdelijk in je huis woon en de hele dag naar je Franse platen luister, vind ik het niet erg om zeven Franse namen te hebben. Ik heb je wijnkelder met Franse wijn al bijna leeggedronken en de kaasboer kwam vandaag Comté en Brie brengen. Ik lees het boek Chéri van Colette en alles van Benoite Groult en zelfs het verzameld werk van Houellebecq heb ik al bijna uit. Un bisou. Ta fille.