
Je wilde weten hoe het met me ging in mijn zelfverkozen afzondering. Snel zette ik de muziek zachter en goot de wijn door de gootsteen. Ach, het gaat wel. Of ik niet eenzaam was wilde je weten. Ik mompelde dat het wel ging. Of ik al opschoot met mijn boek. Ja, dat wel, beaamde ik. Het was goed dat ik even was weggegaan. Het is soms heel stil hier in mijn schrijvershuisje en ik word gek van de kat die meer aandacht wil dan ik kan geven aan een kat. Ik zuchtte nog een keer diep zodat je het kon horen. Het viel niet mee om schrijver te zijn. Niet voor niets raken ze altijd aan de drank of worden ze gek. Die eenzaamheid is gekmakend. En die eeuwige druk van letters en zinnen die maar niet in de juiste volgorde willen staan. Om nog maar te zwijgen over de handicap van een crashende computer. Arme schat, zei je, en het klonk oprecht. Het was fijn dat ik je stem hoorde want ik had al dagen niets gezegd. Mijn stem klonk nog wat krakerig. Misschien moet je dit vaker doen, zei je. Weggaan en in een villa’tje in het groen gaan zitten zonder kinderen en aannemers en logés en vuile was en verplichtingen, alleen maar om te schrijven, waarom zou ik dat in hemelsnaam vaker willen? Mijn week kluizenaarschap is gelukkig bijna voorbij.

1 antwoord so far ↓
Yolanda Elizabet // juli 9, 2009 bij 12:09 pm |
Jiminy cricket, Mary Poppins, zit je eindelijk in eenzame opsluiting, krijgen we dit weer. En wat bedoel je met dat schrijvers of aan de drank gaan of gek worden, moet dat niet zijn EN? Proost (hips).