
Al weken wandel ik elke dag langs een winkeltje in het centrum van Amsterdam waar een man die Camel rookt oude filmposters verkoopt. En elke dag zie ik in de etalage een zwart-wit poster van La Piscine met Alain Delon en Romy Schneider. En hoe vaker ik ze zie, hoe meer ik aan ze gehecht raak. Romy lijkt een beetje op mijn moeder van vroeger en op mijn dochter van later. Natuurlijk weet ik dat Alain en Romy in het dagelijks leven niet zo gelukkig waren en dat Romy een zoon had die op zijn zestiende op een hek met punten viel en stierf. En dat Romy later zelfmoord pleegde en dat Alain op een dag in Heemstede ging wonen, waar ik ooit pardoes naast hem stond bij de groenteboer (!!). Maar dit allemaal terzijde, vind ik het gewoon een hele mooie poster. Ik zou het liefst mijn hele huis met filmposters vol plakken als er niet een beetje een jaren zeventig-luchtje aan zou hangen. Voor ik het weet heb ik ook nog een zitkuil in mijn woonkamer.
Maar vandaag was mijn poster weg. Er hing nu een raar rood gevalletje van Monsieur Hulot. Of de poster van vorige week nog te koop was, vroeg ik aan de verkoper, die achter in de zaak een sigaret rookte. Hij zuchtte. ‘Je bent al de tiende die het vraagt,’ zei hij. ‘Maar niemand wil ‘m hebben.’ Ik haalde opgelucht adem. Het was goed nieuws, voor hem en voor mij, want ik wilde hem wél hebben. ‘Hij kost namelijk 500 euro.’ Ik lachte. Een gekke hoge lach die mijn teleurstelling en schrik verried. Ik vertelde hem dat ik een ander beroep had moeten kiezen. ‘Een ander beroep?’ vroeg hij die mij verkeerd begreep. ‘Ik ben 56, ik kan niks. Niemand wil mij hebben.’ Ik legde hem uit dat niet hij, maar ik een ander beroep zou moeten nemen en dat ik dan zo veel zou verdienen, dat ik zijn veel te dure filmposter zou komen kopen. Maar ik kon natuurlijk ook doorgaan met wat ik deed. Jeugdromans schrijven en dan rijk en beroemd worden. ‘Later,’ zei ik, ‘ben ik een rijke kinderboekenschrijver. Dan kom ik terug. Zorg dat je de poster tot die tijd voor mij bewaart.’ Hij drukte zijn sigaret uit, rolde de poster op, vouwde er een oude krant omheen en zei: ‘hier, voor jou, je mag ‘m zo meenemen.’
Slechts een ding in dit verhaal is niet waar:
A. De man in de winkel rookte geen Camel
B. Alain Delon woonde niet in Heemstede
C. De filmposter heb ik helemaal niet gratis meegekregen.
Geef het goede antwoord en beargumenteer waarom je dit antwoord hebt gekozen. Weet je het antwoord niet, ga dan door naar de volgende vraag.







Het was onverwacht warm. De winterslofjes die ik al uit de kast had gehaald, konden weer uit. In Duitsland was zelfs een hittegolf, zo las ik per ongeluk in de krant. Per ongeluk omdat ik het weerbericht altijd probeer te vermijden – ik laat me liever verrassen. Dat verrassen kwam dit keer niet door de nazomerse hittegolf, maar door de supermarkt die drie schappen had ingeruimd met pepernoten. PEPERNOTEN! Niet een schap, maar drie. Ik telde op mijn vingers en kwam tot drie maanden te vroeg. Terwijl ik zo mijn best doe om te genieten van wat er nu is. En ik hou van de herfst. Het is mijn meest allerliefste favoriete lievelingsseizoen van alle seizoenen. De lage zon, de bomen die langzaam verkleuren, de vogels die wegtrekken. Afscheid van het leven, zoals Jaap van Zweden het afgelopen zondag op tv noemde na het horen van de 9e van Mahler. En daarin zit de schoonheid, althans voor mij. De eindigheid maakt alles wat er nu is mooi. Maar fu*&ing pepernoten gooien alles in de war. Pepernoten in augustus betekent dat de supermarkt niet heeft begrepen dat alles zijn verloop heeft. Dat er seizoenen zijn en dat alles eindigt en daarna weer opnieuw begint. Maar niet in augustus.