Maandelijks archief: november 2009

Carry zelf

Carry zelf belde me vanochtend op. Van haar moeder had ze gehoord dat die mij lastig had gevallen per post. Ik zei dat het niet zo erg vond en dat ik eigenlijk hele gezellige gesprekken had met haar moeder. ‘Maar mijn moeder is gek,’ zei Carry. ‘Die is als kind in een pot met toverdrank gevallen en zegt sindsdien hele gekke dingen.’ Ik verzekerde haar dat ik het helemaal niet erg vond. Dat ik het ook wel spannend vond dat iemand mij op mijn eigen website de les leerde. Moest ik ook maar niet zeggen dat Carry Slee lesbisch is. ‘Maar ik bén lesbisch,’ zei Carry. ‘Ja, dat weet ik,’ zei ik, ‘en dat was ook helemaal niet de essentie van mijn blogje indertijd, maar ja, je moeder dacht daar anders over.’ Ik vroeg Carry – nu ik haar toch aan de telefoon had – hoe zij dat had afgehandeld met haar eerste liefde die ze na dertig jaar weer had ontmoet. ‘O,’ zei ze, ‘die heb ik gewoon een boek van mezelf in haar handen geduwd en er toen in onleesbare krabbels een opdracht voor haar dochter in gezet. En daarna heb ik nooit meer iets gehoord.’

‘Goh,’ zei ik, ‘je moeder zei iets heel anders.’ Carry lachte hard en schel. Ik moest haar moeder nooit geloven en haar eigenlijk ook niet. Ik bleef in verwondering achter.

De moeder van Carry Slee II

De moeder van Carry Slee had mijn blogje van gisteren gelezen en ze had er hard om moeten lachen. Ze vond me helemaal geen doos, zei ze. Ze vond me juist een fles! Ik zei dat ik fles ook een gek woord vond, maar het was beter dan doos. Doos klinkt zo kartonnerig. Ze vroeg hoe het met me ging en ik vertelde haar dat ik nog steeds worstel met de laatste correcties in het manuscript van mijn derde Izzylove-boek. Het zijn er niet eens zo veel, maar bij elke zin raak ik weer afgeleid en droom ik weg in mijn eigen verhaal. De moeder van Carry Slee vertelde me dat Carry daar ook altijd last van had. En Carry is een honderd keer betere schrijfster dan ik, dus kun je nagaan! Ik voelde me al een stuk beter. NU de moeder van Carry en ik elkaar echt leerden kennen en ze mij niet meer de hele tijd doos noemde, hadden we het bijna gezellig. Ik vertrouwde haar zelfs toe dat ik na dertig jaar mijn eerste liefde weer had ontmoet en dat het zo gezellig was. ‘Pas maar op,’ zei de moeder van Carry, straks ga je nog over hem dromen, want dat deed Carry ook. Ik lachte haar uit, want ik was natuurlijk Carry niet. ‘Nee,’ sprak de moeder van Carry, ‘jij bent jaloers en kleinzielig en dat kun je van Carry niet zeggen.’

De moeder van Carry Slee

Ik ken een man die recensies schrijft voor de krant. Op een dag kreeg hij een brief van de moeder van Geert Wilders. Hij had iets onaardigs geschreven over het haar van Wilders en de moeder was woest. Ze wenste de man die ik ken naar de hel. En dat hij er maar lang mocht branden. De man die ik ken moest er om lachen, maar toen hij de volgende dag niet alleen iets onaardigs schreef over Wilders, maar ook over de moeder van Wilders, kwamen de bom- en poederbrieven met de regelmaat van de postbode.

Ik was de man en de bombrieven al bijna vergeten, toen ik een mailtje kreeg van de moeder van Carry Slee. Het kan ook de moeder van Maren Stoffels zijn geweest, want ze schreef me onder pseudoniem. Ze was woedend over een blogje dat ik dit najaar had geschreven. Ik had niets onaardigs over de andere schrijfsters geschreven, maar de moeder van Carry Slee – of de moeder van Maren Stoffels – dacht daar anders over. Ze stuurde me nare mails en noemde me ‘doos’. Dat vind ik om allerlei redenen een lelijk woord en alleen daarom al verbaast het me niets dat de moeder van Carry Slee – of de moeder van Maren Stoffels – zelf nooit is doorgebroken als schrijfster.

Ik verwijderde braaf de verwensingen die ze me stuurde en kreeg toen bijval uit onverwachte hoek. Eerst sprong mijn eigen moeder voor me op de bres en daarna de moeder van Geert Wilders. Samen trokken ze naar Den Haag en spraken een hartig woordje met de moeder van Carry Slee – of de moeder van Maren Stoffels. Die beloofde dat ze het nooit meer zou doen.

En zo liep alles toch nog goed af. Of althans, bijna alles.

Kaspar

Het was zondagavond en ik was in café Schiller met mijn vrienden. We waren met z’n tienen en we rookten sigaren. We dronken rode port en lachten veel en hard, met ons hoofd achterover in onze of elkaars nek. Pas na middernacht gingen we naar huis, nog steeds lachend, alleen mijn man niet. Die was zijn jas met sleutels en creditcards en huisadres kwijtgeraakt. Waarschijnlijk gestolen. Lachend alsof dat helemaal niet erg was, stapten we in onze Volvo en reden toeterend weg. Onze vrienden zwaaiden ons na vanaf het terras, met hun jassen aan met in de zakken sleutels en creditcards en huisadressen. Maar niet de onze.

Vanochtend bleef ik thuis om op de slotenmaker te wachten. Ik belde het sleutelparadijs en bestelde een slot en drieënveertig sleutels. ‘Weet u het zeker?’ vroeg de man van het sleutelparadijs. Ik legde hem uit dat ik niet alleen mijn moeder, mijn oude buurjongen, mijn lievelingscollega, mijn schoonouders, de schoonmaakster en mijn beste vriend een sleutel van mijn  huis had gegeven, maar ook iedereen in de straat die ik van naam kende. Het was een wonder dat er nog wel eens werd aangebeld, want wie mij ook maar zijdelings kende, kwam met zijn eigen sleutel binnen wandelen. ‘Ik stuur Kaspar,’ zei de man van het sleutelparadijs. ‘Kaspar heeft een baard en hij is over een uurtje bij u.’ Ik dronk koffie en verwonderde me over het detail van de baard. Had niet iedereen een baard tegenwoordig? Je hoefde MTV maar aan te zetten of ze kwamen al langs zingen, de baardmannen van nu. Toen er werd aangebeld, sprak ik door de brievenbus: ‘Mij was een man met baard beloofd.’ En daar stond hij, man met baard. Geen gewone baard, maar een Karl Marx-baard. En niet grijs of zwart, maar hel oranje.

‘Weet je wat zo fijn is van jou,’ had mijn vriend Antoine de avond ervoor nog gezegd, ‘dat jij niks raar vindt.’ Ik vond het een grappig compliment. Ik had er nog nooit over nagedacht, maar eerlijk gezegd vind ik ook weinig raar. Behalve dan Kaspar met zijn knaloranje baard. Waarom was hij slotenmaker geworden? Waarom geen nieuwslezer of figuurzager? Maar net toen ik het hem wilde vragen, belde mijn oudste vriend. Die was vanochtend nog even langs het café gefietst omdat hij daar zijn schoenen was vergeten en hij vertelde dat de jas was teruggevonden. Met creditcards en met sleutels.

Ik betaalde Kaspar 185 euro voor een nieuw slot en 42 reservesleutels. Het was allemaal voor niets. Behalve dat ik zeker wist dat er in een van mijn volgende boeken een man zou opduiken met een heloranje baard. En hij zou Kaspar heten.

Schiller

‘Willen jullie wat eten?’ vroeg het leuke dikke barmeisje, terwijl ze een stoel opzij schoof. We keken elkaar aan. eten, dat vergaten we meestal als we elkaar zagen. Het leek me eigenlijk wel een goed idee en het leuke dikke barmeisje kon een vegetarische vissoep met blokjes ham aanraden. Voor mijn tafelheer een bord vegetarische pasta met parmaham. Het was reuzelekker. Vier vrienden die ik de afgelopen 25 jaar per ongeluk uit het oog was verloren schoven ook aan. ‘wat ben je dik geworden,’ sprak een van hen. ‘Je lijkt het barmeisje wel.’ Ik glimlachte en nam nog een hap van mijn gloeiend hete soepje. De lepel schoot bijna in mijn keel omdat ik op precies dat moment hard op mijn rug werd geslagen door mijn oudste vriend en een man uit New York. ‘Willen jullie ook wat eten?’ vroeg het leuke dikke barmeisje. Mijn vriend en de man uit New York schoven aan en bestelden pasta met parmaham omdat iedereen aan tafel dat at en zij dachten dat dat hoorde. Ik stelde mijn tafelheer voor aan mijn vrienden die hem met sliertjes pasta uit hun mond hangend toeknikten. Pas om twee uur vannacht fietste ik naar huis, samen met een van de drie leukste vrouwen uit mijn dorp. Bij de tramhalte zag ze een zwarte man staan die ze mee naar huis wilde nemen. Ik probeerde haar tegen te houden, maar de man was al op haar bagagedrager gesprongen. Onderweg stopten we nog voor een glaasje absinth in café Ruk en Pluk. De man van de tramhalte probeerde mijn vriendin te zoenen en gaf haar toen een briefje van duizend euro. Snel frommelde ze het in haar zak en zonder afscheid te nemen fietsten we samen naar huis. Of het leuk was geweest, mijn jaarlijkse avond uit, vroeg mijn man toen ik thuiskwam. Ik haalde mijn schouders op en liet een nonchalant pff horen. ‘Gewoon,’ zei ik.

Mijn tante en prins Charles

Wat ik voor mijn verjaardag wilde hebben, vroeg mijn tante. Zij is, behalve mijn moeder, de enige die altijd weet op welke dag en op welk uur ik jarig ben. Ik vroeg een boek, maar niet zomaar een boek. Mijn tante is prinses planten tekenen. Prins Charles had haar en nog wat botanisch kunstenaars daarom gevraagd om de planten in zijn buitenverblijf Highgrove vast te leggen, voor… ja voor wie eigenlijk? Voor de 175 mensen die binnenkort het boek gaan kopen dat er van deze tekeningen is gemaakt. Het boek is vorige maand verschenen en kost 22.000 pond. Mijn tante vroeg of ik er op mijn blog reclame voor wilde maken, want ze was bang dat Charles er anders maar mee blijft zitten.

De Grote Teken Tentoonstelling

Vandaag kreeg ik een brief van de SSS – Schrijver, school en samenleving. Ze vertelden me dat het thema van de kinderboekenweek 2010 bekend is: Grote Teken Tentoonstelling. Een leuk thema, vonden ze, dat ‘beelden voor de geest’ moet oproepen. Wat dat betreft is het thema goed gekozen, want het roept inderdaad beelden op. Beelden van hele grote teken. Aan mij de opdracht om aan SSS te vertellen wat ik tijdens de kinderboekenweek met dat thema wil doen. Iets met teken lijkt me voor de hand te liggen. Ik kan langs scholen en bibliotheken reizen om ter plekke tekensoep te maken en een vlooiencircus van teken te laten zien, met teken die ik speciaal voor dat doel heb getraind. Teken die op hun achterpootjes kunnen lopen en die ondersteboven aan een mini-trapeze kunnen hangen. Ik neem ook een grote hond mee met teken achter zijn oren, die de kinderen er dan af mogen halen. Ik laat zien dat je teken altijd met een brandende sigaret moet verwijderen en dus niet met een tekenpincet. Tekenpincetten zijn voor watjes. Ik teken een grote rode cirkel op het voorhoofd van juf of biblio-teek-aresse en leg uit dat ze de ziekte van Lyme heeft opgelopen door een tekenbeet. Ik sluit mijn grote Teken Tentoostelling af met een wervelende diashow met plaatjes van teken door de eeuwen heen.

Ik hoef het alleen nog even door te geven aan de mensen van SSS en dan gaan ze mij en mijn tekenshow in een database zetten zodat alle scholen en biblio-teken mij volgend jaar kunnen boeken!