Maandelijks archief: februari 2011

Middelgrote firma in postelastieken

Of het wel goed ging, wilde mijn moeder weten. Eerst was het zo stil op mijn blog, daarna begon ik opeens te schrijven over het middenmanagement in de automatiseringsbranche van een middelgrote firma die postelastieken maakt. Ik stelde haar gerust. Niets aan de hand. Of juist alles aan de hand. Ik was alleen nog maar vrolijk. Niet dat ik vroeger zo’n somberaar was, maar nu danste ik over straat. Ik heb twee vrolijke oranje lampen opgehangen in mijn studio, een muziekje opgezet van Joan as Policewoman en drink koffie als een dolle. Vandaag schrijf ik de de eerste zin van een nieuw boek dat in het najaar verschijnt. Alle dagen lijken op elkaar, maar ze zijn ook allemaal leuk.

(Te gek spul, dat Prozac!)

Als alle dagen op elkaar lijken

Het was wat stil op mijn blog. En niet omdat ik op Hawaï zat. Zat ik maar op Hawaï. Dan zat ik daar met mijn vriend Edwin die me vanaf de andere kant van de wereld ansichtkaarten stuurt met ‘wish you were here’. Hij heeft beloofd een souvenir voor me mee te nemen. Een mousepad met een foto van een Hawaïaans strand. Of een sneeuwschudbol met een Hawaïaans hoelahoepmeisje erin. Maar vooralsnog zit ik gewoon hier in mijn kantoortje en verbaas me over hoe veel de dagen op elkaar lijken sinds ik niet meer op een redactie werk. In januari werkte ik aan het tijdschrift dat in april zou verschijnen, dacht ik al na over het leven in de maand mei en zag ik de vormgever druk in de weer met het nummer dat in maart verscheen. Op elke dag van het jaar wist ik welke dag van het jaar het was. Zoals ik ook wist welk seizoen het was. Nu lijkt het wel december, maar het kan ook februari zijn. Mijn verbazing over dat alle dagen opeens hetzelfde zijn als je schrijver bent deelde ik met een vriendelijke oude man. De vriendelijke oude man knikte begripvol. Niet dat hij schrijver was, maar hij was al een paar jaar met pensioen. ‘Dan lijken ook alle dagen op elkaar,’ zei hij monter. Daarna begon hij enthousiast te vertellen over het middenmanagement in de automatiseringsbranche van een middelgrote firma die postelastieken maakte. Nu alle dagen op elkaar lijken, zijn dat de details die ik onthoud. Dat is even wennen.

Geriausi knygos šalyje

Kiek laiko galima saugoti paslaptis? Iki IzzyLove

Manon Sikkel yra perkamiausias vaikų knygų rašytojas Nyderlanduose. Ji paskelbė keturias knygas iki šiol. Ji laimėjo tris svarbius literatūros prizais. Ji norėčiau turėti savo knygas, išverstas į Lithuanina. Taigi, jei esate Lithuanina leidėjas, prašome susisiekti su savo leidėjas – olandų žiniasklaida. Rašytojas žada jums dirbti savo žinias apie Lituanina kalba. Domina susitikimas šio garsaus olandų autorius? Ji Bolonijoje metu Bolonijos knygų mugėje, su jos leidėjo Thille Dop.

 

 

Hoe ik eeuwig jong blijf

‘Wat zie je er jong uit,’ zei de man die er zelf ook jong uit zag. Ik verklapte hem mijn leeftijd. ‘Ik weet dat ik dit hoor te zeggen,’ zei de man, ‘maar ik dacht echt dat je acht jaar jonger was dan ik!’ Hetzelfde compliment viel me zondagmiddag nog drie keer ten deel. En niet omdat ik mijn haar in twee vlechten had of aan het knikkeren was. Nu maakt het me persoonlijk niet uit hoe oud ik eruit zie, maar zodra je op een middag vier keer een compliment krijgt over opvallende jeugdigheid, ga ook ik twijfelen. Ik liep naar het toilet en keek in de spiegel. Nu zie ik zelf altijd een meisje van acht, maar dat kan aan mijn kinderlijke instelling liggen, of aan ingebeelde jongheid. Maar vooralsnog stond ik daar voor de spiegel van kunstenaarssociëit Arti et Amicitae en zag niets bijzonders. Binnen kwam ik mijn oude schoolvriend Robbert tegen. Het gekke was dat hij geen spat veranderd was sinds we samen op school zaten. Hij leek wel zestien. Hadden we hem gevonden, de ‘foutain of youth’? Het antwoord is ja. De meeste bezoekers waren namelijk ergens boven de tachtig. Tussen zo veel kwieke oude mensen lijkt iedereen jonger en zijn leeftijden moeilijk in te schatten. Wie jong wil lijken, moet zich alleen nog maar tussen de tachtig-plussers begeven. Het bewijs daarvoor staat deze maand in Psychologie Magazine – dat leuke blaadje waar ik werkte toen ik nog jong was.

Veertig pond minder Jennifer Hudson


‘Jennifer Hudson veertig pond afgevallen’. Het zinnetje verscheen gisteravond opeens bij CNN. Terwijl de camera’s van CNN op het plein in Caïro stonden gericht en een uitzinnige massa wachtte op de toespraak van Mubarak, was dat zinnetje daar, onder in beeld. Jennifer Hudson, ik had nog nooit van haar gehoord. Misschien was het een graatmager Egyptisch prinsesje dat die veertig pond helemaal niet kon missen en nu op het randje van de dood zweefde. Misschien was het de vrouw van Mubarak. Ik moest het weten. En dus zocht ik eerst naar de vrouw van Mubarak. Die bleek Suzanne te heten en al weken geleden met haar zoons en 97 koffers (!!) naar Londen te zijn gevlogen. De volgende stap was Jennifer Hudson in Google intypen. Die bleek helemaal geen graatmager prinsesje te zijn, maar een stevige prachtige jonge vrouw. Die veertig pond was ze kwijtgeraakt omdat ze binnenkort gaat trouwen. Daarvoor was ze speciaal naar de Oprah Winfrey Show gekomen, om dat te vertellen. Groot nieuws dus. En passant vertelde ze ook nog even over haar moeder, broer en zevenjarig neefje die twee jaar geleden in Chicago waren vermoord. De man van haar zus zat er inmiddels voor in de gevangenis en Jennifer vroeg zich bij alles af wat haar moeder ervan zou vinden.
Ik raakte zo verdiept in het leven van Jennifer Hudson (zingend/acterend), dat ik de toespraak van Mubarak miste. Een lachend zangeresje en een president met problemen. In mijn hoofd zijn die twee nu voortaan onlosmakelijk met elkaar verbonden. Met dank aan een of andere gekke berichtenintyper op de CNN-redactie die gedacht moet hebben: Jennifer Hudson veertig pond lichter? Dit is ‘breaking news’!

Stemmen was nog nooit zo makkelijk

http://www.kinderjury.nl/stemapp/stemapp.swf

Waar wil je over vijf jaar zijn?

Een vrouw met een camera wandelde rond op het feestje van de CPNB. Ze stelde iedereen dezelfde vraag: waar wil je zijn over vijf jaar. Ik dronk wijn met de directeur van ECI. Hij lachte hard en veel voor iemand die net in de krant had gelezen dat al zijn winkels waren gesloten. Het was niets om je zorgen over te maken verzekerde hij me. Waar hij wilde zijn over vijf jaar, vroeg de vrouw met de camera. De man van de ECI dacht even na, zette zijn glas neer, lachte in de camera en zei: ‘over vijf jaar wil ik bij Vers voor de pers zijn’. Ik boog diep voor zoveel diplomatie. ‘En jij?’ vroeg de vrouw met de camera. ‘Over vijf jaar wil ik paaldanseres zijn,’ zei ik. De vrouw schreef het keurig op, keek naar mijn naambordje en verdween. Leuke quote voor in Boekblad. Het blad dat door iedereen (ik herhaal: iedereen!!!) in het boekenvak wordt gelezen. Waarom zeg ik niet dat ik over vijf jaar de best verkopende jeugdboekenauteur van Nederland wil zijn? Of gewoon rijk en beroemd. Of desnoods directeur van de ECI. Waarom lezen alle boekverkopers in Nederland straks dat ik paaldanseres wil worden? Ik wil helemaal geen paaldanseres worden. Of in ieder geval niet pas over vijf jaar.

Ik ben twee vrouwen

Maandag begint in Amsterdam Vers voor de pers. Dan presenteren de uitgeverijen hun nieuwe boeken aan de pers. En omdat schrijvers en journalisten zo leuk samengaan, lopen ze daar in grote aantallen rond. Zelf heb ik twee toegangskaarten. Een waarop mijn naam staat en het woord journalist en een waarop naast mijn naam Moon staat, de uitgeverij waar mijn kinderboeken verschijnen. Die dag ben ik dus zomaar twee vrouwen. Misschien ga ik mezelf wel interviewen. Of begin ik zomaar uit mezelf te vertellen over mijn nieuwe boek. Wie weet neem ik mezelf wel mee uit koffie drinken. En tijdens de borrel na afloop heb ik vast ook heel veel plezier als twee vrouwen. Misschien worden we wel heel erg dronken, de schrijfster en de journaliste. Of krijgen we ruzie met elkaar. Misschien dat een van ons na afloop gewoon naar huis fietst en de ander de trein naar Berlijn neemt, of Parijs of Breda. Dan schrijven we elkaar lange brieven, mijzelf en ik. Het is leuk om twee vrouwen te zijn. Als u ons ziet lopen bij Vers voor de pers, vergeet ons dan niet aan te spreken.

Zuinig met haar zinnen

Je vraagt wat ik doe op een zondagmiddag in februari. Ik vertel je dat ik bezig ben al mijn Herman van Veen-albums op alfabet te zetten. Je lacht. Wie houdt er nou van Herman van Veen? Nu lach ik, hoewel het niet eens een echte lach is. Het heeft meer weg van een rare hik. Wie niet jong was in de jaren zeventig, zal Herman nooit op waarde kunnen schatten. De laatste zanger die zijn woorden nog allemaal uitsprak, alsof hij het Polygoonjournaal op muziek had gezet. Ik neurie en zing het je voor: ‘Ik ben blij met elk woord dat van haaaaaar lippen rrrrrolt, lalalala, zij is zuinig met haarrrrrrrrr zinnnnnnen.’ Je plugt je IPod in en zet Kanye West op: ‘Runaway fast if you caaaaaaaaaaaaaan.’

MaxClass

Hoewel ik mij altijd verre probeer te houden van de schoolpleinmoeders, ben ik in de afgelopen jaren al een paar keer gestrikt om iets grappigs op school te doen. De eerste keer voerde ik samen met een andere journalistenmoeder actie voor een een extra schoollokaal. We haalden er alle kranten mee en samen reisden we langs radio- en tv-studio’s. Via diezelfde journaliste raakte ik verzeild in de Medenzeggenschapsraad van de school, waar ik vooral in zat vanwege de borrel na afloop. Twee keer werd ik klassenmoeder, maar vooral omdat ik zo gecharmeerd was van Quintus, de leraar van mijn dochter. Als hij mailde dat hij met een fles prosecco op me wachtte, stond ik al op een ladder om kerstversiering op te hangen. Ik vond hem de leukste leraar, hij mij de leukste klassenmoeder. De luizenmoeders spraken er schande van. Een paar jaar later trof ik hele andere ouders. Niemand die zich nog liet lijmen met een leuke leraar en een fles prosecco. Serieuze luizenmoeders stuurden luizencontroleschema’s rond, moeders overste stuurden verzoeken om geld voor in de pot, musicalvaders belegden koorrepetities, kookmiddagmoeders vroegen per mail of ik kwam helpen afwassen, ik moest knuffels wassen, kerstversiering vouwen, liedjes instuderen voor de jarige meester, actie voeren tegen de overblijf, overleggen met het schoolbestuur, handtekeningen zetten voor of juist tegen het parkeren voor de deur, geld inzamelen voor cliniclowns, meegaan naar Artis en schaatsen op de enige vrije vrijdagmiddag, poep scheppen op de kinderboerderij, projecten over de Tweede Wereldoorlog ophangen, klassenkranten in elkaar lijmen, iets leuks komen vertellen over de boeken die ik schreef – ja, alsof ik daar nog tijd voor had….

En op een dag ontdekte ik MaxClass.nl. Een soort Facebook en LinkedIn, maar dan voor de school. Elke klas heeft er een eigen pagina met profielen van alle leerlingen, ouders en leerkrachten. Niemand anders kan op die pagina komen. De luizenmoeders doen er hun oproepjes, de klassenmoeder zet er de foto’s van het schoolkamp neer, de meester helpt iedereen eraan herinneren dat er op maandagochtend gym is en eindelijk zie ik welk kind bij welke ouder hoort. Heel fijn en ik gebruik het allemaal. Maar het allerfijnst is toch dat ik niet elke avond als ik even mijn mail wil controleren driehonderd mailtjes voorbij zie schieten van schoolpleinmoeders die zich boos maken om de luizencape’jes die nog steeds niet terug zijn gebracht na de herfstvakantie. I loooooove MaxClass.