Maandelijks archief: augustus 2011

I don”t want to be a member of a club that would accept me as a member

Gescheiden vrouwen herkennen elkaar op meters afstand. Ze kijken wat droef voor zich uit en hun haar is dof als stro. Geld voor de kapper kun je namelijk beter uitgeven aan leuke spullen van de Euroshopper. Gescheiden vrouwen verven de muren van hun kleine huisjes grijs en ze drinken mierzoete wijn uit veel te grote glazen. Omdat ik helemaal niet wil horen bij het leger gescheiden vrouwen met grijze muren heb ik mijn huis glanzend wit geschilderd met een azuurblauwe muur. Straks zit ik op mijn prachtige bank en luister ik naar vrolijke muziekjes. Ik verf mijn lippen rood en draag het mooiste ondergoed – dat niemand ziet. Wie mij ziet zou zich nog behoorlijk kunnen vergissen. Mijn uitgeefster was zo lief om mij vandaag de New Yorker te sturen, om te lezen op mijn mooie bank naast mijn azuurblauwe muur. Mijn moeder was zo lief om mij zes Charles and Ray Eames-stoeltjes cadeau te doen, voor als ik genoeg heb van op de bank de New Yorker te lezen. Mijn schoonzusje was zo lief om me mee te nemen naar het duurste hotel van de stad om mij te trakteren op cocktails. Pas toen ik thuis kwam realiseerde ik me dat ik opeens op de vierde verdieping woon. Al die trappen lopen als je net zevenentachtig cocktails op hebt is geen kattepis. Maar verder gaat het zo slecht nog niet.

Bloggen tegen beter weten in

Mijn moeder vertelde hoe ze iemand de mond had gesnoerd door te zeggen dat ze iemand kende die in korte tijd haar baan, haar huis en haar man was kwijtgeraakt. Ik stond op dat moment op een laddertje om het plafond van mijn nieuwe huis te witten. Ik keek haar glazig aan. ‘Ik had het over jou,’ zei mijn moeder, die op dat moment op haar buik op de grond lag om de plinten van mijn nieuwe huis te schilderen. ‘Verhip,’ zei ik, omdat ik verhip een verhipt grappig woord vind. Grappig hoe ik niet doorhad dat ik degene was die baan, huis en man had opgegeven, al dan niet vrijwillig. Ik herhaalde het die avond nog maar eens op het jaarlijks tuinfeest van mijn uitgever. ‘Alleen?’ vroeg de beroemde schrijfster. ‘Val je ook op vrouwen?’ Nog voor ik ontkennend had kunnen antwoorden had de schrijfster al haar armen om me heen geslagen. ‘Ik bied mezelf onmiddelijk aan,’ schreeuwde ze in mijn oor. Ik glimlachte. Benieuwd of het nieuws van mijn verse single status nog meer reacties opleverde vertelde ik het tegen alle mannelijke schrijvers. Niet een reageerde door zijn armen om me heen te slaan, heel gek. Gelukkig bleef de schrijfster mij de hele avond vertellen dat het wel goed met mij zou komen. Werk en een nieuwe liefde liggen volgens haar op de loer. Een huis heb ik al, met een strak wit plafond en verhip leuke plinten.

Feest

Gefeliciteerd, zei ik tegen mijn vader. Het was zijn verjaardag en we zaten samen in een café. Ik bestelde champagne omdat het een feestelijke avond was, hij bestelde niets omdat hij al zo lang dood was. Voor mij maakte dat niet uit want ik vierde zijn verjaardag graag. Ik voerde ook vrolijke gesprekken met hem, al leek het van een afstand alsof ik in mijn eentje met een fles champagne aan tafel zat, een beetje uit mijn nek te kletsen tegen een onzichtbare tafelgenoot. Toen ik even met mijn ogen knipperde, was mijn vader verdwenen en zat er een leuke man. Niet dat mijn vader geen leuke man was, maar deze was jong en levend. Ik vertelde hem dat ik de verjaardag van mijn vader vierde. De leuke man bestelde direct een bak grappig uitziende kaaszoutjes die heel erg naar zout karton smaakten. Toen we ze aanstaken bij wijze van kaarsjes zonder taart, ontploften ze. Een smeulend kartonkaaszoutje kwam op mijn jurk terecht en brandde daar een kaaszoutjevormig gat. Snel gooide hij wat bier over mij heen om te voorkomen dat ik in brand zou vliegen. Geschrokken keek ik hem aan. Het verjaardagsfeest begon een heel andere wending te nemen. Om de stemming er in te houden sloeg de man snel zijn armen om me heen en gaf me 71 zoenen, voor elk jaar van mijn vader één. De leuke man rook zo lekker dat ik hem vroeg mij nog een tijdje vast te houden. Wat hij deed. Het was immers een verjaardagsfeest.

Caramac

‘Wat zit u hier alleen,’ zei een jongetje dat langsliep. Ik zat op een bankje aan het water een beetje voor me uit te staren. Dat doe ik wel vaker de laatste tijd. Ik keek de jongen aan. Hij droeg een voetbalshirt waar WK 1974 op stond. ‘Gaat het wel goed?’ Ik vond het een rare vraag voor zo’n jongen. Die moest gewoon voetballen, niet met droeve oude dames praten. ‘U bent helemaal geen droeve oude dame,’ sprak de jongen. Ik schrok. Weinig jongens kunnen namelijk gedachten lezen. ‘U ziet er wel verdrietig uit,’ zei de jongen. Ik zei dat hij zich vergiste. Dat ik van binnen juist ontzettend vrolijk was. ‘Maar aan de buitenkant ziet u er gewoon verdrietig uit,’ hield hij vol. ‘Ga toch voetballen,’ wilde ik zeggen. In plaats daarvan bood ik hem een caramac aan. Hij had geen idee wat dat was. Caramacs bestonden al lang niet meer. Met tegenzin nam hij hem aan, omdat hij van zijn moeder geleerd had geen snoep van vreemden aan te nemen. Omdat door de caramac zijn kiezen op elkaar bleven plakken, kon hij niets meer zeggen. Daar zaten we, zwijgend op een bankje, een droeve vrouw en een jongen die niet meer kon praten omdat zijn tanden met een kleverig caramelreepje aan elkaar zaten geplakt. Het was leuk dat we daar zaten al zullen voorbijgangers niet begrijpen wat we daar deden.