Ik liet mijn portret tekenen. Ik kreeg ogen en een neus, een mond en zelfs nog wat blonde haren op mijn hoofd. Ik kreeg ook een baardje. Zo’n stoppelig ringbaardje en gouden oorbellen. Als ik het ringbaardje weg dacht leek het portret nog aardig. Pas toen de tekenaar een ooglapje erbij tekende, zag ik niet meer zo veel gelijkenis. ‘Zo, en nu Manon en haar kanon,’ zei de tekenaar. Ik kreeg een papegaai op mijn schouder en een tatoeage op mijn linker arm. Ik leek wel een piraat. Toen ik daar iets van zei, zei de tekenaar dat ik mijn portret maar door iemand anders moest laten maken als ik niet tevreden was. Nog voor we ruzie kregen over de gelijkenis van het portret, probeerde ik het te sussen. Nooit in discussie gaan met mijn neefje van drie.
-
Populaire berichten
Archieven
Als ik lees, dan lees ik dit
Pagina's
-
Recente berichten
Archieven