Maandelijks archief: juni 2012

Cursus interview geven

 

 

 

 

 

 

 

Daar stond ie, een vrolijke jongen met een heel mooi overhemd. Hij had een opschrijfboekje in zijn hand en kwam me interviewen. Hij had keurig gewacht tot alle cameraploegen weg waren. Inmiddels had ik al een glas champagne op en was ik een beetje draaierig van alle aandacht na het winnen van mijn prijs. Kijken kon ik ook niet meer, want ik had net in de flits van al die camera’s gekeken. Draaierig,  aangeschoten en half blind stond ik daar op het podium. Ik probeerde mijn ogen scherp te stellen op het motief van het overhemd van de interviewer. Ik liet de prijs uit mijn handen vallen, gooide daarna mijn glas champagne om, zette nog wat handtekeningen en stelde mijn ogen nu scherp op het gezicht van de interviewer. Wat een vrolijke jongen, ik probeerde te raden voor welke krant hij schreef. Dat had hij natuurlijk gezegd toen ik aan hem werd voorgesteld, maar dat had ik door het lawaai van al die kinderen niet gehoord. Ondertussen kwam mijn redactrice Hanneke me een stuk taart brengen. De CPNB had heel lief een taart laten maken met de cover van mijn boek erop en Hanneke had het stukje met mijn eigen naam erop speciaal bewaard. En terwijl ik mijn eigen naam in mijn mond propte, nog een glas champagne kreeg en voor de tweede keer mijn net gewonnen prijs liet vallen, stelde de vrolijke jongen mij vragen. Waarom ik schreef, wat ik van mijn prijs vond en of ik wist dat er een stuk taart op mijn kin zat waar heel groot mijn naam op stond.

Pas vandaag zag ik dat hij Thomas de Veen was (en nog steeds is waarschijnlijk), recensent van NRC Handelsblad en NRC Next. In beide kranten heeft hij een stuk over me geschreven, in beide kranten niets dan goeds. Maar de recensie in NRC Next van vandaag is zo goed, dat ik weet hoe ik voortaan interviews ga geven: draaierig, half blind en met een stuk taart op mijn kin waar mijn naam op staat.

De Brabantse in mij

Of het leuk is om de prijs van de Nederlandse Kinderjury te winnen, vroeg ik aan mezelf. Ik knikte. Heel leuk, zei ik tegen mezelf. Verrassend ook, want nadat ik door Nu.nl, NRC Handelsblad, Kidsweek en nog wat mensen waarvan ik nu niet meer weet wie ze zijn was geïnterviewd, werd ik gebeld door Omroep Brabant. Ze wilden graag met me praten over mijn jeugd in Noord-Brabant. Ik was eigenlijk alweer vergeten dat ik daar was geboren. Ik was er wel bij, bij mijn geboorte, maar mijn eerste herinnering ligt toch een paar jaar later, en toen woonde ik er al niet meer. Maar ik vond het zielig om dat tegen de meneer van Omroep Brabant te zeggen en dus vertelde ik vol enthousiasme over mijn jeugd in Geertruidenberg, over carnaval en over de Brabantse joie de vivre. Het waren prachtige jaren, al waren het er maar drie. Ik sloot af met een welgemeend ‘houdoe’. Vandaag zwerf ik over het net als de Brabantse kinderboekenschrijver uit Geertruidenberg. De burgemeester zelf twitterde er zelfs over. Binnenkort ga ik dat vieren met een Brabantse koffietafel. Een tafelkleed heb ik al (met dank aan de CPNB).

En toen won ik de prijs van de Nederlandse Kinderjury

Het Parool hahahaha II

Vandaag sta ik in het Parool. In de zaterdagbijlage, in de rubriek waar Amsterdammers koffie mogen drinken met een bekende Nederlander. ‘Wat leuk,’ zei mijn vorige man, toen ik hem vertelde over de rubriek, ‘met welke bekende Nederlander wil jij koffie drinken dan?’ Ik vertelde hem dat ik zelf de bekende Nederlander ben. En daar zat ik op een vrijdagmiddag met een echte fan die me kwam interviewen. Ze was dyslectisch, vertelde ze, maar als ze mijn boeken las, had ze daar nauwelijks last van. Apetrots was ik, want voor dit soort meisjes schrijf ik mijn boeken. Slimme, grappige, woordblinde meisjes. En ook voor helemaal niet grappige, oliedomme leeswondertjes trouwens.

Het Parool, hahahaha, het Parool

‘Goedenavond, spreek ik met mevrouw Sikkel?’

‘Yep’

‘U spreekt met meneer X van de Volkskrant. Bel ik gelegen?’

‘Ja hoor, de eerste EK-wedtsrijd is net begonnen, maar u boft, ik hou niet zo van voetbal.’

‘Vorig jaar had u een abonnement op de Volkskrant. U bent twintig jaar abonnee geweest, daarmee wil ik u feliciteren.’

‘Dank u wel.’

‘En nu hebben wij een aanbieding voor u…’

‘Ik onderbreek u even. Ik heb al een abonnement op het Parool….’

‘Het Parool? Hahahahahaha. Dat is toch een Amsterdamse krant?’

‘Ja. Maar ook gewoon een landelijke krant.’

‘Ja weet u, ik kom zelf niet uit Amsterdam, vandaar dat ik hahahahaaha, het Parool.’

‘Ik ben blij dat u het grappig vindt.’

‘Hoe lang loopt uw abonnement nog door?’

‘Twee jaar.’

‘Twee jaar? Daar heb ik echt nog nooit van gehoord, hahahahaha, hihihihihih, woehaaaaaaaa, twee jaar.’

‘Toch heb ik het voor twee jaar afgesloten.’

‘Hahahahahahahahahahahahahahaha.’

‘?’

‘Hahahahahahahahahahahahahaha.’

‘Ik ga u nu neerleggen en er dan een blogje over schrijven.’

Het Parool, twee jaar lang, woehahahahahahahahahahaha.’