Tagarchief: Klantenservice

Bloggen effectiever dan klantenservice bellen II

Ik heb een vriend die zich liet verleiden door Alice. Alice was een – tikje ordinaire – vrouw met veel haar en weinig kleren die in de buurt van een windmachine huppelde en de kijkertjes thuis probeerde over te halen een internetverbinding via Alice af te sluiten. De vriend was direct om. Hij belde nog dezelfde dag UPC af en belde Alice. Over de telefoon klonk ze iets minder hees dan op tv, maar hij kon op de achtergrond de windmachine nog horen. Daarna begon het wachten op Godot. 

Een maand later sprak ik hem. In razernij had hij zijn laptop in de gracht gegooid en met rode verf had hij ‘F*&ck Alice’ op de zijkant van tram negen geschilderd. Alice was nooit komen opdagen, ook niet na zevenhonderd telefoontjes. Alice was een schim die deed alsof ze internetprovider was.

Ik lachte – toen nog wel – en vertelde hem over XS4all. Heerlijke betrouwbare club, nooit wat mee aan de hand, razendsnel internet voor een paar tientjes in de maand. En toen ineens waren wij afgesneden van de buitenwereld. Geen enkele verbinding. Wij waren praktisch dood.

Nadat mijn man de hele meivakantie met de helpdesk van XS4all aan de lijn heeft gehangen, een paar keer als dreigement langs de afdeling ‘opzeggingen’ is geloodst en daarna ten einde raad maar heeft opgehangen, heb ik een brief naar XS4all gestuurd. ‘Ik ga naar Alice’, schreef ik stoer.

Nu schrijf ik u vanuit het cafétje op de hoek. Ik heb de barman beloofd dat ik iets over hem zou schrijven, in ruil voor het wachtwoord van hun draadvol internet. Ik zeg: hij is leuk, mijn barman.

Jas met zonder knopen

jasmetknopen

Er zijn vrouwen die om vijf uur ‘s ochtends voor de deur van H&M gaan liggen als er die dag een collectie van een bekende ontwerper wordt gepresenteerd. Ik ben alleen maar uitzinnig blij als ik de dag erna toevallig een H&M-filiaal binnen loop en daar het allerlaatste exemplaar van de Comme des Garcons-jas zie hangen. Die begerenswaardige zwarte trenchcoat waar andere vrouwen een dag eerder nog hun leven voor hebben gewaagd. Blij rekende ik af en ontdekte bij de kassa dat er een paar knopen ontbraken. Een nuffig winkelmeisje gaf me met tegenzin een procent korting op de jas en schreef toen met reusachtige letters op de bon dat ik ‘m nooit meer mocht ruilen. Het maakte mij niet uit, ik zou mijn gloednieuwe Comme des Garcons-jas niet ruilen, maar elke dag dragen. Vooral naar het gala waar ik naartoe mag omdat het tijdschrift waarvoor ik schrijf is uitgeroepen tot tijdschrift van het jaar.

Thuis haalde ik mijn galajurk uit de mottenballen en stofte mijn galamuiltjes af. De dagen erna verloor ik elke dag een knoop van mijn jas. Net zo veel tot ze alle twaalf verdwenen waren. Boze brieven en smekende telefoontjes naar de klantenservice van H&M leverden niets op. Het was een unicum die jas en reserveknopen hadden ze niet. Ruilen kon ook niet, dat stond op de bon.

Zonder knopen op mijn jas heb ik nu niet zo heel veel zin meer in dat gala. Gelukkig wist een vriend die er vaker was geweest mij te vertellen dat je na afloop een heleboel plastic tasjes met gratis tijdschriften mee naar huis krijgt en dat ik het er best naar mijn zin zou hebben.

Daar loop ik straks in mijn mottenballenjurk en jas zonder knopen, met in elke hand een paar plastic tassen. Ik ben niet zielig, ik zie er alleen maar zo uit.