Tagarchief: Psychologie Magazine

Mijn vriend Herman

Vanaf vandaag ligt het dubbeldikke zomernummer van Psychologie Magazine in de winkels. Met daarin een verhaal dat ik schreef over mijn vriend Herman. Herman die natuurlijk helemaal geen Herman heet. Ik zou wel gek zijn om onaardige dingen over mijn vrienden op te schrijven en daarbij hun eigen naam te gebruiken. Maar vandaag vroeg ik me opeens af of sommige van mijn vrienden zich in Herman zouden herkennen. Als ik er goed over nadenk heb ik een heleboel vrienden die hun leven laten leiden door anderen. Mannen (meestal) die doen wat hun werkgever wil, doen wat hun vrouwen en kinderen willen, doen wat hun ouders willen, doen wat er van hen verwacht wordt. Vrienden die hun agenda laten bepalen door toevalligheden. In de psychologie heet dat een externe locus of control. Je hebt het idee dat de controle over je leven buiten jou ligt. Al het goede wat je overkomt is gewoon geluk, al het slechte niet meer dan pech. In het verhaal dat ik er over schreef laat ik mijn vriend Herman gedwee mee gaan met zijn gezin op zonvakantie, terwijl hij veel liever was gaan wandelen. Maar ja, zijn vrouw besliste anders. Hoewel de echte Herman uit het verhaal al lang niet meer mijn vriend is, zijn er nog steeds een heleboel Hermannen in mijn omgeving die liever zouden wandelen deze zomer. Hermannen die nu allemaal denken dat ik ze belachelijk maak in het zomernummer van Psychologie. Iedereen, behalve mijn vriend Piet (die ook echt Piet heet). HIj zegt altijd: ‘als je wist wat je vrienden over je zouden zeggen, dan zouden het je vrienden niet meer zijn.’ Maar voor alle Hermannen op de wereld: controle krijgen over je eigen leven is kinderspel. Lees maar.

Mindfulness

Mijn moeder volgde een cursus Mindfulness. Ik vond dat grote onzin, want als er iemand mindful was, dan was zij het wel. Niemand die zo kan genieten van het moment, die zich concentreert op wat echt belangrijk is in het leven en die gelukkig is door er gewoon te zijn. Zelf was ze heel blij met haar cursus, hoewel ik na afloop geen enkel verschil merkte in hoe ze eerst was en hoe ze was veranderd. Ik liet geen gelegenheid voorbij gaan om haar uit te lachen. Dat was helemaal niet mindful vond ze.

Een paar maanden later werd ik gevraagd door de redactie van Psychologie Magazine om mee te werken aan het ontwikkelen van een online curus mindfulness: ‘Ontspannen leven in het nu.’ Zelf doe ik niets anders dan ontspannen leven in het nu. Maar dat is misschien ook omdat ik eigenlijk heel slecht tegen stress kan. Ik kan niet anders. Ontspannen begon ik me in te lezen in het onderwerp. Ik las de boeken van de Belgische psychiater Edel Maex, die van mindfulness-grondlegger Jon Kabat Zin en nog een halve mindfulness-bibliotheek. De tijd van ontspannen leven in het nu leek voorbij. Maar nu is de cursus klaar. Een achtweekse online cursus met opdrachten, filmpjes plus het boek van psychiater Edel Maex.

Een cursus om te volgen zo leuk!

Verliefd op een ander

Ik had afgesproken met miss Texel. We zaten in een cafe op de Warmoesstraat in Amsterdam en aten broodjes met avocado en ansjovismayonaise en blaadjes rucola. Miss Texel vertelde over haar man die verliefd was op een ander. Ik kauwde op mijn zuurdesemboterham met avocado en luisterde naar scenes uit een huwelijk. Overspel is geen sinecure, wist ik van horen zeggen. Je moet er stalen zenuwen voor hebben, gewetenloos zijn en snoeihard kunnen liegen tegen diegene van wie je het meeste houdt. Maar, zo weet ik, verliefd worden op een ander kan ook heel goed zijn. Een soort catharsis voor de ziel én voor de relatie. In Psychologie Magazine van deze maand heb ik een leerzaam verhaal geschreven over waarom het juist goed is om verliefd te worden op een ander. Zelf waag ik me niet aan een minnaar. Ik heb mijn handen al vol aan mijn eigen familie. En dan heb ik het nog niet eens over de foto die ik vandaag uit Canada kreeg opgestuurd. Mijn drie achternichtjes in roze pyama’s met achter hen drie verloofdes in blauwe. Ik zal de foto eens opsturen naar miss Texel, misschien vrolijkt ze ervan op.

De pont over het IJ

Over het IJ in Amsterdam vaart een pont. Er varen een paar ponten, maar die andere ponten zijn niet de echte pont. Dat zijn nep-ponten die er pas later bij zijn gekomen. De echte pont vaart gewoon recht naar de overkant. Naar daar waar vroeger niks was en waar nu hip Noord begint. In mijn herinnering voer ik vroeger altijd met mijn vader met de pont naar de overkant en weer terug, na een bezoek aan Amsterdam en vlak voor we in de trein naar Hilversum stapten. Maar ik vermoed dat we dat maar één keer hebben gedaan en misschien zelfs nooit. Maar dat maakt niet uit, ik fantaseer mijn vader er gewoon bij. Er is ook een verhaal over de pont van Remco Campert, maar het kan ook van Simon Carmiggelt zijn of van iemand van wie ik de naam ben vergeten. Een verhaal over de schipper van de pont die op een dag naar volle zee vaart en ‘Jeruzalem’ roept. Ik moet altijd aan dat verhaal denken als ik op de pont sta. Zoals ik ook altijd denk aan een reportage in Vrij Nederland of het Parool over de mensen die ‘s ochtends vroeg de eerste pont nemen naar hun werk. Een mooie fotoreportage met regen die tegen de ruiten van de pont slaat en mannen in slechtzittende pakken.

Het geheugen is als een zeef. In mijn hoofd zitten heel veel losse gedachten, die allemaal naar boven komen als ik de pont neem. Terwijl ik naar de meeuwen kijk, worden al die losse flarden van bestaande en niet-bestaande herinneringen een filmpje in mijn hoofd. Ook als ik niet de pont neem trouwens. Vandaag ga ik uit varen met de redactie van Psychologie Magazine. Als ik dan later op de avond op de voorplecht sta en heel hard ‘Jeruzalem’ roep, dan is dat niet omdat ik te veel heb gedronken, maar vanwege dit. Ik waarschuw maar alvast.

Wil je met me naar bed?

De redactie van Psychologie Magazine stuurde vorige maand twee acteurs de straat op, een man en een vrouw van gelijke leeftijd, achtergrond en aantrekkelijkheid. Op straat spraken ze mensen aan met de vraag: ‘Wil je met me naar bed?’ Precies zoals gebeurde in het Amerikaanse onderzoek waarop het experiment was gebaseerd, reageerden de mannen wild enthousiast en de vrouwen in alle gevallen terughoudend. Een tijdje geleden vertelde ik een vriend met wie ik uit eten was over het experiment waarover op de redactie druk werd gesproken. ‘Stel,’ zei ik, ‘dat ik je gewoon zou vragen of je met me naar bed wil…’ Nog voor ik mijn zin had kunnen afmaken, zat de vriend al druk te knikken met zijn hoofd. ‘Dan zou ik natuurlijk ja zeggen,’ zei hij, alsof dat zo voor de hand lag, dat hij het gek vond dat hij die vraag niet elke dag gesteld kreeg. ‘En als een andere vrouw het je zou vragen?’ vroeg ik. Dan ook zou hij op het verzoek ingaan, ‘mits ze er een beetje leuk uitziet natuurlijk,’ voegde hij er aan toe. ‘Zullen we gaan?’ vroeg hij, en hij zwaaide naar de ober.

In het Amerikaanse experiment zei twee op de drie mannen ja op het wil-je-met-me-naar-bed-verzoek, in Nederland een op de drie. Het experiment staat deze maand beschreven in het mannennummer van Psychologie Magazine. Het filmpje is te bekijken op www.psychologiemagazine.nl.

Waarom vrouwen vreemdgaan

Waarom gaan vrouwen vreemd, vroeg de redactrice van Psychologie Magazine. Om dezelfde redenen waarom mannen vreemdgaan, antwoordde de redacteur. Iets met liefde, lust en zucht naar avontuur. De redactrices keken verlekkerd naar de man achter het kaasbuffet. ‘Gatver,’ zei ik, ‘toch niet met hem?’ De redactrices knikten allemaal. Iedereen bleek een oogje op de kaasman te hebben, iedereen behalve ik. ‘En jij?’ vroegen de redactrices. Ik schudde mijn hoofd. Kaasman was niet mijn type, bovendien was ik helemaal niet van plan om vreemd te gaan. Waarom zou ik? Ik had mijn handen al vol aan een man, twee kinderen en veertien goudvissen. ‘Echt nooit?’ vroegen de redactrices? ‘Nee nooit,’ loog ik. Dan was ik de aangewezen persoon om een verhaal te schrijven over overspelige vrouwen. Volgende week staat het in het extra dikke zomernummer van Psychologie Magazine. Een schokkend verhaal over de slettebakken die wij zijn.

Leven in de kantoortuin

psychologiemagazine.jpg

Twee dagen in de week werk ik in een kantoortuin. De kantoortuin mag die naam eigenlijk niet hebben, want het is een prachtig kantoor met ramen rondom. Het heet er niet voor niets de Raamgracht. Vanaf mijn nieuwe bureautje heb ik uitzicht op meeuwen die voor de kantoortuin heen en weer vliegen alsof er wat te halen valt.Vroeger zat het Corps in dit gebouw en werden er studenten ontgroend. Die werden in paardendekens gehuld en van de stenen trappen afgeduwd. Of ze moesten met een tandenborstel alle wc’s schoonmaken. En in het ergste geval werden ze in stukjes gesneden en aan de meeuwen gevoerd.De studentenvereniging is verhuisd, maar de ontgroening plakt nog aan het gebouw. En daarom kreeg ik bij mijn tijdelijke contract een gratis ontgroening. Ik mocht voor het eerst van mijn leven koffie zetten met een Senseo. Mijn kantoortuingenoten hadden het apparaat onklaar gemaakt en de melk verstopt. Dat was leuk. Daarna wikkelden ze mij in een paardendeken en rolden mij door het trappenhuis, langs de vrouwen van Vrij Nederland, de mannen van Opzij, over de redactie van Men’s Health en eindigde ik in mijn eigen kantoortuin, die Psychologie Magazine heet. Of ik geslaagd was, vroeg ik. Dat was ik. Ik mocht blijven. Ik kreeg een bureau, een pasje voor het koffie-apparaat (die Senseo was alleen voor de ontgroening) en een eigen e-mailaccount. Tevreden keek ik om mij heen. In de hoeken, bij de plinten zag ik de eerste sneeuwklokjes al opkomen. Het werd lente in de tuin.