Tagarchief: Thille Dop

La Fiera del Libro per Ragazzi

Mijn uitgeefster had besloten om me mee te nemen naar de boekenbeurs in Bologna, la fiera del libro per ragazzi. Ik was erg blij dat ik schrijver was geworden en erg blij met mijn uitgeefster. Feestjes met schrijvers en witte wijn en schalen vol Italiaanse hapjes zijn heel erg aan mij besteed gek genoeg. Het eerste feest dat we bezochten had iets met Litouwen te maken. Wat precies, dat wisten we niet. Iedereen die er was, was namelijk Amerikaans. En niet een beetje Amerikaans, maar spierwitte-rechte-tanden-en-geföhnd-haar-en-witte-sokjes-Amerikaans. Alleen de eregast kwam uit Litouwen. Ze had er een boek over geschreven. Ze kon daar in accentloos Engels over vertellen. Ik vertelde haar dat zodra haar boek in Nederland uit kwam, ze op tournee door Nederland moest, maar dan zonder die witte sokjes, maar gewoon op klompen. ‘Really?’ vroeg ze, haar mondhoeken krullen tot achter haar oren. ‘Really,’ zei ik zonder te lachen. Ze gaf me een exemplaar van haar roman en schreef er voorin: ‘For Manon, Love, Hope and Freedom’. Ik vond dat mooie woorden. Met ieder een fles prosecco onder de arm namen mijn uitgeefster, redactrice en ik afscheid van de schrijfster uit Litouwen. De andere Baltische staten gaven ook nog feesten. Estland, Letland en Tsjetjenië. En daarna moesten we nog dansen in een twaalfde-eeuws palazzo en tot het ochtendgloren in een cafe’tje staan om biertjes te drinken met onze nieuwe vrienden. De volgende ochtend zaten we aan de ontbijttafel met een hele aardige literair agent uit Engeland. In al haar Engelse beleefdheid keek ze ons aan. Ik zag onszelf heel even door haar ogen. Het haar niet geföhnd, de tanden rood van de wijn en met zwarte sokjes. Maar dat maakte ons nou juist zo leuk.

 

 

Pizza Maffia

Op 17 februari gaat de film PizzaMaffia in premiere. Of eigenlijk op 15 februari. Als ik zeg dat PizzaMaffia de leukste film is die ooit is gemaakt, en Khalid Boudou de meest charmante jeugdboekenschrijver die ik ken, en als ik zeg dat Mamoun Elyounoussi een acteur is met een hele grappige achternaam, en als ik zeg dat Iliass Ojja heel aardig is en als ik zeg dat dit boek is uitgegeven door mijn uitgeefster Thille Dop van uitgeverij Moon en als ik zeg dat Khalid Boudou voor dat boek twee jaar geleden de debuutprijs van de Jonge Jury won en als ik niet te vaak ‘en als ik’ in een hele lange zin gebruik, dan…. dan mag ik naar de premiere van Pizza Maffia.

Waarvan acte.

Mijn uitgeefster – vervolg

Hoe kan het toch, vroeg de Vlaamse schrijfster, dat ik op  jouw blog altijd moet lezen over jouw uitgeefster? Mijn uitgeefster hier, mijn uitgeefster daar… en wat een leuke foto met zonnebrillen! De Vlaamse schrijfster had geen enkele foto van zichzelf met haar uitgever, laat staan dat hij een zonnebril droeg. En hoewel de schrijfster lovende recensies en niet misse nominaties had ontvangen, had ze nog nooit wijn met haar uitgever gedronken, zelfs geen kopje lauwe koffie met een verkruimeld koekje. De schrijfster stuurde een paar dagen later een sms naar mijn uitgeefster. Met wie ik op dat moment aan het lunchen was in theater Bellevue. In eerste instantie had ik nog gedacht dat de schrijfster overdreef. Zo vaak zag ik mijn uitgeefster nu ook weer niet. Maar toen mijn uitgeefster en ik een week na onze lunch in café Zeppos zaten en ze mij uitnodigde om te blijven eten, moest ik wel toegeven dat ik haar bijna vaker zie dan mijn eigen man. Zelfs de man van mijn uitgeefster zie ik vaker dan mijn eigen man.

En net toen ik besloten had dat ik ook eens ergens heen moest zonder mijn uitgeefster, liet ze me weten dat allebei mijn boeken binnenkort worden herdrukt en dat we snel eens moeten praten over de marketingcampagne die daarbij hoort. De volgende dag misschien al, met een diner voor twee, negen flessen wijn en onze zonnebrillen op. Ik vind het altijd leuk. Het enige nadeel is natuurlijk dat ik zo helemaal niet meer aan schrijven toekom.

Schiller

‘Wat een leuke man heb je,’ zei ik tegen mijn nieuwe uitgeefster. ‘Hij is mijn ex-man,’ zei ze. ‘Wat een leuke ex-man,’ riep ik toen, veel te enthousiast. Ik had waarschijnlijk al meer dan drie glazen wijn op. Ik was haar bij binnenkomst ook al hartelijk om de hals gevlogen, ook al een veeg teken natuurlijk. Maar mijn nieuwe uitgeefster en ik zijn nu al vriendinnen, al weet zij dat nog niet. ‘Wat doe je hier eigenlijk,’ vroeg ze. ‘Moet je niet thuis zijn om te schrijven?’ Ik vertelde haar dat ik inspiratie op moest doen. Rond middernacht liep ze nog een keertje langs. Ik had toen al 43 glazen wijn op. ‘Dat boek komt er aan hoor,’ riep ik, terwijl ik een beetje slapjes op de bank hing (je moet eigenlijk ook altijd wat eten voor je 43 glazen wijn gaat drinken…). ‘En wat een ontzettend leuke man, eh, ex-man heb je,’ riep ik nog maar een keertje. Daarna viel ik in slaap, met mijn hoofd op de schouder van de man die naast mij zat. Daardoor zag ik niet meer dat mijn nieuwe uitgeefster haar opschrijfboekje pakte en mijn naam doorkraste. Daar ging mijn carriere als veelbelovend kinderboekenschrijfster. Het was nog niet eens begonnen en het was alweer voorbij.