1 oktober

Een keer per jaar ga ik bij mijn vader langs. Altijd op 1 oktober. Soms neem ik bloemen mee. Ik neem de trein naar Hilversum en stap uit bij het NOS-stationnetje, dat nu geloof ik station Noord of station Media Park heet. Eigenlijk doet het er niet toe hoe het station heet. Ik herinner me nog dat het gebouwd werd en toen heette het ‘NOS-stationnetje’ omdat het officiele bord pas jaren later werd opgehangen. Ik herinner me dat ik er speelde, in dit stuk van Hilversum waar elke Hilversummer zich voor schaamt. Het deel dat ‘Over het spoor’ heet en waarvan mijn ouders altijd zeiden dat we er zo weer weg zouden zijn. Maar ik was er gelukkig, in dit rare na-oorlogse wijkje met vijvers en veel groen. Linda de Mol groeide er op en dat heeft eeuwig een stempel op de wijk gedrukt. Er hangt een frisse Linda de Mol-achtige sfeer, maar als je er niet hoeft te wezen, moet je er zeker niet naartoe.
Ik ga er – ik dwaal af – een keer per jaar naartoe. Mijn vader ligt er al 21 jaar begraven. Daarom dat ik vanochtend mijn zwarte hoed met voile opzette en mijn zwarte handschoenen aan deed voor een bezoek aan de begraafplaats.
‘Wat zie jij er grappig uit,’ zei mijn moeder toen ze me zag.
‘Ik ga naar het graf.’
‘Naar het graf?’ vroeg ze, alsof ik iets heel geks zei.
‘Ja, het is vandaag zijn sterfdag,’ zei ik, en ik haalde mijn linnen zakdoekje uit mijn zwarte handtas en veegde een traan weg.
‘Nee joh, gekkie,’ zei mijn moeder, ‘dat was gisteren.’
‘Gisteren?’ Ik was er dan misschien niet bij geweest toen hij stierf, maar zeker was dat hij op 1 oktober stierf. Dat stond op alle rouwkaarten, dat stond in alle kranten, dat staat zelfs op zijn grafsteen.
‘Ja,’ zei mijn moeder, ‘hij stierf op 30 september, maar ik vond 1 oktober leuker klinken, en omdat hij toch een half uur voor middernacht stierf maakte het ook niet zo veel uit. En die begrafenisondernemer geloofde alles wat ik zei. Dertig september, dat is toch geen dag om dood te gaan?’
Ik keek haar vol verbazing aan.
‘Had ik dat nooit eerder verteld?’ vroeg ze.
‘Nee, dat had je nooit eerder verteld,’ zei ik.
‘Zeker vergeten dan.’
Daar stond ik, met hoed en handschoenen en een bos rozen op een zomaar-maandag. Wat moest ik in hemelsnaam met deze dag beginnen… Gelukkig belde net op dat moment Tessa, mijn belastingadviseuse. Of ik de afspraak niet was vergeten. Dat was ik. Vijf minuten later stond ik bij haar op de stoep.
‘Wat zie jij er grappig uit,’ zei ze.
Ik gaf haar de rozen.
‘Dat had je nou niet hoeven doen,’ zei ze.
‘Een aardigheidje,’ zei ik.
‘En vanwaar die zwarte hoed?’ vroeg ze.
‘O, die, dat is omdat mijn vader vandaag exact, op de dag af, precies 21 jaar en 1 dag dood is.’
begrafenis-politieman1928.jpg

About these ads

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s