Maandelijks archief: januari 2008

Is liefde besmettelijk?

moon.jpg

Behalve de hele dag naar de meeuwen kijken en stukjes schrijven voor Psychologie Magazine schrijf ik ook nog wel eens een boekje (17 om precies te zijn). Gisteren heb ik het manuscript voor mijn eerste kinderboek ingeleverd. Begin juni ligt het in de winkel, maar omdat je nooit vroeg genoeg kunt beginnen met reclame maken voor je eigen boek, verklap ik hierbij vast de achterflap…

Is liefde besmettelijk?
Door: Izzylove

Waarom krijg je buikpijn als je verliefd bent? Waarom word je wel verliefd op de een en niet op de ander? Kun je zoenen leren? Hoe kun je iemand laten weten dat je hem of haar leuk vindt? Hoe maak je het aan? En hoe maak je het uit? Waarom lopen beroemde liefdesverhalen altijd slecht af?
In Is liefde besmettelijk? geeft Isa Strombolov – onder de naam Izzylove -antwoord op al deze vragen en nog veel meer.
Isa Strombolov is 11 ½ jaar. Ze woont met haar vader en moeder in de stad. Ze heeft een broertje, twee hartsvriendinnen én een eigen laptop.Sinds een paar maanden heeft Isa haar eigen website met een weblog. In dit computerdagboek schrijft ze elke dag over belangrijke dingen. Zoals over alles wat maar met de liefde te maken heeft. En omdat haar vader en moeder het altijd druk hebben en vreselijk vergeetachtig zijn, mag ze zo vaak achter de computer als ze maar wil. Ook al zit er op de rand van het beeldscherm een plakkertje waarop staat: ‘Niet te lang achter de computer zitten!’

Isa wordt voor het eerst van haar leven echt verliefd. En omdat ze overvallen wordt door haar eigen, gekke gevoelens, doet ze alles precies anders dan ze zou willen doen. De jongen van haar dromen is Tristan, een nieuwe jongen in de klas die net met zijn moeder vanuit Spanje naar Nederland is gekomen. In plaats van hem gewoon te zeggen dat ze hem leuk vindt, verzint ze een niet bestaand vriendje. Eerst doet ze dat omdat ze denkt dat hij haar niet leuk vindt, maar al snel merkt ze dat hij jaloers is op haar verzonnen vriendje. Op haar weblog kan Isa precies uitleggen wat liefde is en wat je er allemaal tegen kunt doen, maar in haar eigen leven wordt de liefde een steeds grotere puinhoop. En net als ze besluit om haar verzonnen vriendje te laten verdwijnen, duikt hij ook nog in het echt op in haar leven. Althans, iemand die als twee druppels op hem lijkt. Nu moet Isa kiezen, tussen een gedroomde jongen en de jongen van haar dromen.

Mijn connecties met het koninklijk huis

bernhard.jpg

Mijn experiment om meer bezoekers naar mijn blog te lokken is gelukt! Ik hoefde maar twee keer het woord seks te schrijven en ik belandde al in de top 5 van snelst groeiende blogs van WordPress. En alleen dat al leverde me een record aantal bezoekers op. Daarom zal ik mijn lezertjes nog een keer vervelen met een onzinblogje, bij wijze van experiment.
Dit keer: mijn connecties met het koninklijk huis. Behalve dat mijn grootvader als twee druppels water op Prins Bernhard leek en mijn grootmoeder, die model was op de kunstacademie in Den Haag en daar vanwege haar vorstelijke voorkomen de bijnaam de koningin had, heb ik maar één connectie met de van Oranjes. Helaas mag ik daar niks over loslaten, ook niet op mijn blog, hoe graag ik het ook zou willen.
Ergens vermoed ik ook dat als ik mijn blog de titel ‘Naaktfoto’s Prinses Maxima’ of ‘Sextapes Beatrix’ zou geven, ik op de eerste plaats zou eindigen van snelst groeiende blogs. Maar ik doe het niet en neem bescheiden als ik ben (ahum) genoegen met een vierde plaats.

Seks in de kantoortuin

boekje-lezen.jpg

‘Ik hoopte dat je nagels mijn borst en buik open zouden snijden, zodat mijn longen meer ruimte zouden krijgen, anders zou ik ontploffen van hartstocht. Ik wilde dolgraag dat je lippen, tong en je liefdesdolk bij mij binnendrongen, mij van alles beroofden, mijn honger en dorst naar jou inbegrepen. Ik bad tot Boeddha dat jij mij zou vervoeren naar het zalige einde van de zoektocht naar jouw beminnelijkheid,’ sprak de man uit de kantoortuin vanochtend. Het is ontzettend flauw om grapjes te maken over Lulu Wang en over haar nominatie voor slechtste seks-scene uit de Nederlandse literatuur. Ik probeerde dan ook heel hard om niet te lachen. Wat niet lukte.
Maar nog erger dan Lulu Wang was de winnaar van vorig jaar, zo wist de man uit de kantoortuin te vertellen en hij las voor: ‘Tot aan zijn elleboog zat hij in haar. Hij grabbelde in het rond, kreeg de wand van haar baarmoeder stevig te pakken en trok zijn arm langzaam terug’
Gatver.

Manon Sikkel (1965-2066)

cv2.jpg

Kunstenaar Erik Wie bedacht een Curriculum Illusione. Een site waarop je je eigen levensloop nu alvast kunt invullen. In het virtuele Walhalla kunnen bezoekers hun eigen sterfdatum voorspellen en per jaar invullen hoe het leven er in de toekomst uitziet. Ik ben wel twee uur bezig geweest met het verzinnen van mijn eigen toekomst en kwam er achter dat ik nog schrikbarend veel jaren te leven heb. En dat ik eigenlijk geen flauw idee heb hoe dat leven eruit gaat ziet. Ik kwam niet verder dan het zelfde leven dat ik nu leef, maar dan een beetje anders. Alleen de jaren dat mijn kinderen het huis uit gaan, kinderen krijgen of veertig/vijftig/zestig worden zijn vreemd.
Ik kon niet anders dan denken aan een van mijn lievelingsverhalen van de Italiaanse schrijver Pirandello waarbij een man zijn hele leven door een omgekeerde verrekijker bekijkt. Alsof hij alles wat hij nu doet ziet vanaf zijn sterfbed. Ik heb mijn eigen sterfbed in het jaar 2066 gesitueerd. Omdat honderd een mooie leeftijd is voor iemand die graag jarig is. Erik Wie zelf (ik heb het even opgezocht) komt op zijn zeventigste om bij een auto-ongeluk.

Hindoestaanse porno

sister.jpg‘Ik heb een verrassing,’ zei mijn moeder. ‘Je krijgt een hond of een zusje, jij mag kiezen.’ Ik koos voor het laatste. Het was geen echt zusje, maar een stiefzusje. Ze was knap en blond en een jaar of dertig. De perfecte leeftijd voor een zusje. We waren oud genoeg om geen ruzie aan tafel te krijgen, of elkaars kleren of vriendjes af te pakken en – in tegenstelling tot een hond – hoefde ik haar niet uit te laten. Het enige strijdpunt zou zijn wie er in de vakanties in het buitenhuis mocht zitten dat haar vader en mijn moeder samen hadden gekocht. Maar als verse familie losten we dat op door er samen heen te gaan, met Pasen en met Kerst. Na een week opiumpijpjes roken in het buitenhuis namen we vorige maand afscheid op een Frans station.Terug in Nederland prijsde ik mezelf gelukkig met de keuze. Ik had dan wel geen hond, maar ik had nog wel een stiefzus en veertien vissen. Althans, dat dacht ik toen. De vissen waren namelijk in mijn afwezigheid dood gegaan. Heel vredig dreven ze met z’n veertienen op hun vissenruggen in het aquarium. De man die mij, en de vissen, langer kent was zo lief om ze midden in de nacht in de tuin te begraven. De buurvrouw, die in onze afwezigheid voor de vissen had gezorgd, vertelde later dat ze ook niet begreep waarom de vissen dood waren. Op eerste kerstdag leefden ze nog, op tweede kerstdag waren ze naar de vissenhemel.Daarom heb ik geen hond en ook geen veertien vissen. En omdat ik benieuwd ben of het waar is dat je meer bezoekers op je blog krijgt als je maar de juiste woorden schrijft, zal ik hier de namen noemen die mijn vissen hadden: Hindoestaanse porno, sextapes Gordon, Beurscrisis, Amy Winehouse, Koningin Beatrix, Corrie Gerritsma, Boer zoekt vrouw, Manon Tomassen, Ajax, WK Voetbal, nieuwe koers VVD, seks, Zwangere Tooske geveld door griep en Matthijs van Nieuwkerk.

Leven en dood in de kantoortuin II

hospital-centeno.jpg

Het was stil in de kantoortuin vandaag. Iedereen was ziek of erger. Een beetje verloren dwaalde ik door het gebouw, over schelpenpaadjes die de bureaus met elkaar verbinden. Een paar kleine torretjes kropen onder een kantoorheg. Op mijn bureau groeiden opeens blauwe druifjes, op het bureau naast mij kleine gele narcissen. ‘Geef je ze wel water?’ had iemand op een post-itje geschreven. Ik zocht het hele kantoor af naar een gietertje, maar ik vond er geen een. Moe van het zoeken ging ik aan mijn bureau zitten en rookte een sigaar. Even later begon het te regenen. Uit de grappige ijzeren parapluutjes die aan het plafond hingen kwam fijne regen naar beneden. Dat loste ook gelijk het probleem van het water geven op.
Na twee weken kantoortuin ben ik nog steeds verbaasd over hoe zo’n tuin werkt. Alle nietmachines hebben er namen bijvoorbeeld, net als sommige pennen. Wat ook wel grappig is aan de kantoortuin, is dat er nog steeds (of nu al) kerstversiering hangt. Gouden slingers en rode ballen. Er staat ook een schaal met kerstkransjes op mijn bureau, jammie. Ik kan ze alleen niet eten omdat ik anders niet meer in mijn zomerjurkje pas. En die heb ik nodig als ik over een paar maanden naar Portugal ga om brain te stormen. Tot die tijd zal niemand mij horen klagen over het leven in de kantoortuin.

Film Geert Wilders blijkt klei-animatie

Niemand had de laatste film van Geert Wilders al gezien, maar in het café werd er al druk over gesproken. Zijn vorige film was een beetje een flop geweest, veel te langdradig, slechte dialogen, vlakke characters en drakerige muziek. Maar voor deze film waren de verwachtingen hoog gespannen. Iedereen had het erover. Niet alleen in het café, maar ook in de tram en op televisie. Advocaat Spong had op tv zelfs gezegd dat hij een aanklacht tegen Wilders ging indienen. Zo slecht schijnt die film dus te zijn!
Maar aan het tafeltje bij het raam gaven we Wilders toch nog het voordeel van de twijfel. Een filmjournalist uit de straat kwam vlak voor sluitingstijd bij ons aan tafel zitten. Hij had zojuist de rushes gezien van de Wilders-film. Het bleek een klei-animatie-film te zijn. De journalist vroeg of ik het nog even niet op mijn blog wilde zetten want anders was de verrassing er af. Ik beloofde het.

Gratis biefstuk bij Albert Heijn

Ik heb een Albert Heijn in mijn straat die de cassières vervangen heeft door handscanners. Dat zijn grappige kleine apparaatjes in de vorm van een cassière. Het eerste wat je nodig hebt om zelf je boodschappen te mogen scannen is een bonuskaart. Omdat ik niet al mijn persoonlijke gegevens wilde opschrijven, weigerde de mevrouw van de bonuskaarten om mij een kaart te geven. Na een korte worsteling aan de balie wist ik er uiteindelijk toch een te krijgen. Het scannen kon beginnen. Als een doe-het-zelf-cassajuf liep ik langs de schappen en stopte alles wat ik maar wilde hebben in mijn tas. Hondenkoekjes, Cillit Bang, Indiase kiptandoori met gele pilaurijst, Aviko magnetron frites en maandverband, het verdween allemaal in mijn boodschappentas. Maar wie controleerde eigenlijk wat ik wel en niet scande, vroeg ik me af. Om daar achter te komen stopte ik twee biefstukken in mijn tas zonder ze te scannen. Toen ik de handscanner terug hing en afrekende, ging er nergens iets piepen. Er kwam ook geen boze filiaalchef achter me aan, niks. Dolblij wandelde ik de winkel uit. Ik was een coole winkeldief. Dat ik vegetariër ben en geen biefstuk eet deed niks af aan het plezier. Wij winkeldieven stelen alleen maar voor de pret.

De beroemde schrijver en het meisje

arlette-lassie.jpg

‘Ken je de beroemde schrijver?’ vroeg de meneer in de trein. Ik had een boek van de schrijver naast mij liggen, maar ik kende hem niet. Ik had hem wel eens geïnterviewd, maar dat was honderd jaar geleden, toen de schrijver nog lang zo beroemd niet was. Hij was toen nog parttime huisvader.
De meneer in de trein, die ik ook al niet kende, wachtte niet eens mijn antwoord af. Hij had namelijk een goed verhaal te vertellen en iedereen mocht het horen. Nee, iedereen moest het horen. Het zat namelijk zo: de meneer had een vriendin. Leuk meisje, slim ook, maar een beetje naïef, zo vond de meneer. Ze was een tijdje geleden afgestudeerd en toen was de beroemde schrijver naar de universiteit gekomen om te vertellen over zijn werk. Na afloop hadden ze gezellig gepraat over haar afstudeerscriptie. De beroemde schrijver vond dat zo interessant, dat hij er wel meer over wilde horen. Hij nam haar mee naar een café en betaalde al haar drankjes.
De meneer tegenover me in de trein keek naar zijn reflectie in de ruit en streek door zijn haar. Het beste deel van het verhaal moest nog komen, dat zag je zo. De beroemde schrijver had het meisje daarna meegenomen naar een nachtcafé, waar ze uren hadden gesproken over literatuur en boeken en alles waar de meneer in de trein geen verstand van had. En daarna – hij liet een onheilspellende stilte vallen – daarna vroeg de beroemde schrijver of het meisje met hem mee naar huis wilde. Hij had een etage niet ver van het café en hij wilde wel een kopje koffie zetten. Koffie, jammie, had het meisje gedacht. En vrolijk was ze met hem mee naar huis gegaan, als een mak lammetje.
De meneer in de trein keek me aan. Wat ik daar van vond? Ik vond er niks van. Meisjes gaan wel vaker met mannen mee naar huis, er zijn mannen die oog hebben voor meisjes. Echt shockerend was zijn verhaal nog niet.
Wacht maar, zei de meneer, ik heb nog niet alles verteld.
Bij de schrijver thuis bleek er helemaal geen koffie te zijn. Er was alleen nog maar meer drank en een schrijver die op de bank was gaan zitten en het meisje dicht tegen zich aan had getrokken en – gatver – geprobeerd had haar te zoenen!
‘Mijn arme meisje,’ zei de meneer, ‘die was echt in de veronderstelling dat ze koffie zou krijgen.’ Gelukkig had ze de beroemde schrijver daarna kordaat van zich af geduwd, want zo’n meisje was ze niet. Ondertussen had de meneer haar geprobeerd te bellen, maar haar telefoon stond op de vergaderstand. Maar toen ze om vier uur ‘s nachts thuis kwam, had ze hem alles verteld.
De meneer keek triomfantelijk in het rond om er zeker van te zijn dat iedereen in het treinstel het had gehoord. Voor de zekerheid noemde hij nog drie keer zo hard als hij kon de naam van de beroemde schrijver. Hij herinnerde ons er ook nog even aan dat de schrijver getrouwd was, ‘de viezerik.’
Thuisgekomen heb ik gelijk alle boeken van de beroemde schrijver uit mijn kast gehaald en verbrand in de achtertuin. Schrijvers, bah.

Mijn Finse vriend

helsinki1jpgfi9.png

In Finland zijn de nachten lang en de dagen kort. Soms zijn er helemaal geen dagen. Dan glijden de nachten in oneindige duisternis in elkaar over. Dat schijnt niet leuk te zijn. Je wordt er depressief van, je gaat er wodka van drinken en je gaat in woorden van veertien lettergrepen praten. Ik ben nooit in Finland geweest, maar ik heb een vriendin die er elke week komt. Ze moet wel de mooiste vrouw van Helsinki zijn, al is dat volgens haar niet moeilijk. De Finnen zien er zo grimmig uit dat je vanzelf de mooiste vrouw van Helsinki bent.
Sinds kort heb ik een Finse vriend. Via de schaaksite waar ik tegenwoordig virtueel rondhang, werd ik uitgenodigd door Johan. Johan had ook een foto, maar omdat die in het donker was genomen, kon ik niet zien hoe oud hij is. Hij daagde me uit voor een partij schaak, die zich tergend langzaam over drie dagen uitspreidde. Ik vroeg revanche. Deze keer won ik. Johan stuurt mij nu grappige berichtjes in een taal die ik niet spreek. Omdat hij vanwege mijn naam denkt dat ik Frans ben, schrijft hij soms ook in het Frans. ‘Pas maar op,’ zegt de man die mij langer kent, ‘straks heb je nog een Finse vriend.’
Vandaag versloeg ik mijn Fin opnieuw, maar er ligt een schaduw over de overwinning. Johan is boos dat hij verloren heeft. Nu heb ik de hele tijd het beeld van een oude Fin met een baard en in een houthakkersbloes die op de zevende etage van een flat in Helsinki woedend naar het computerscherm staart, naar mij, de mooiste vrouw in virtueel Finland. Johan vloekt. Een krachtige vloek van zevenendertig lettergrepen.

(Tussen mijn Finse schaakpartijen door lees ik dat Bobby Fischer is overleden, grootste schaker ter wereld. Een paar jaar geleden deed het verhaal de ronde dat hij zich anoniem op een schaaksite had aangemeld en fenomenale wedstrijden tegen de beste schakers speelde. Hij zou al zijn pionnen een voor een naar voren hebben gezet (voor niet-schakers: dat is een nogal ongewone opening:) om daarna elke wedstrijd te winnen. Ik weet niet of het waar is, maar het is een mooi verhaal. En om met Fischer te spreken: ‘never let the truth get in the way of a good story.’)