Kut en zwoegen

Het Parool heeft sinds zijn nieuwe jasje een pagina die ‘Nut en genoegen’ heet. Ik kan niet anders dan daar ‘Kut en zwoegen’ in zien. Dat ligt niet aan de keurige puzzelpagina van de krant, maar aan de gelijknamige volkstuin in Amsterdam West. Tien jaar geleden kochten de man die mij langer kent en ik er een huisje met een tuin. Voor vijftienduizend gulden waren wij – bewoners van een bovenhuis – opeens de trotse eigenaren van een huis met een tuin. De vorige eigenaar had het houten huis zelf gebouwd, met keuken, badkamer en twee slaapkamers. Er was een gazon, een appelboom met moestuin, een magnolia en een Japanse kers. Dolblij was ik met mijn lap groen. Vrienden en familie kwamen elk weekend kijken omdat niemand wilde geloven dat er een tuinier in mij school. Ik, die zelfs een cactus kon laten uitdrogen, deed iets met planten. Ze lachten zich een kriek. Ik kocht dertig boeken over tuinieren, las ze allemaal en reed toen in mijn moeders auto naar het tuincentrum. Ik kocht voor veel te veel geld planten, waaronder een kist  schattige kleine plantjes die ‘zonneroosje’ heetten. Het zonneroosje hield van zon (hence the name…) en wilde maar niet aanslaan in mijn tuin met overal schaduw. Daarom leende ik opnieuw mijn moeders auto en kocht alle schaduwplanten die ik kon vinden. Alleen de snoeilelijke hosta’s – waarvan alle tuinboeken zeiden dat het de ideale plant was voor de lommerrijke tuin – kwamen er bij mij niet in. Op zomeravonden fietste ik na het werk nog even naar mijn tuin en snoeide en scharrelde in mijn tuin. Nooit was ik gelukkiger dan toen. Ik was van buiten een stadsmeisje, maar van binnen bleek ik gewoon Romke van der Kaa te zijn. Na een maand kwam er een brief van het tuinencomplex, dat ik het onkruid moest wieden op het grindpad voor mijn tuin. Ik vond dat kleine groen tussen de stenen juist wel leuk, maar de mannen van Nut en Genoegen dreigden mij met een fikse boete als ik niet onmiddellijk in de weer ging met een schoffel. In het geheim kocht ik een blik onkruidverdelger en goot dat leeg op het grindpad. Romke van der Kaa, de tuinman der tuinmannen, had dat vast ook gedaan. Een week later was de heg die het grindpad van mijn tuin scheidde weg. Niet echt weg-weg, maar heel erg dood. Maar het onkruid was ook weg en ik kon me weer toeleggen op het echte werk: het plukken van appels van mijn eigen boom en het zaaien van courgette. Weer een maand later kwam er een brief van Nut en Genoegen dat ik mijn tuinafval niet achter het huis mocht gooien, maar op zondag tussen drie en kwart voor vier in het tuinafvaldepot moest afgeven. En als ik dat niet deed, dan kreeg ik een boete. Ik kreeg ook boetes als ik mijn heg niet snoeide, de stenen van mijn plaatsje niet schrobde, het onkruid niet weghaalde, het mos niet van de gevel van mijn huisje haalde en meer. Het plezier in tuinieren werd al iets minder en de boetes steeds hoger en talrijker. Maar net toen ik klaar was met wieden en knippen en snoeien en afvoeren, werd ik opgeroepen voor werk ten behoeve van algemeen nut. Zes zaterdagochtenden moest ik om half negen twee uur lang naar het volkstuinencomplex (OP DE TUIN, zoals wij van Nut en Genoegen dat noemden) om onkruid te wieden op de paden. Samen met mijn vriend Guus, die inmiddels ook zo’n leuke tuin OP DE TUIN had, werkte ik zes zaterdagen op een onchristelijk uur. De eerste zaterdag gingen we nog fluitend aan het werk, de tweede zaterdag brommend en de derde zaterdag doopte Guus Nut en Genoegen om in ‘Kut en Zwoegen’. En toen die naam eenmaal geboren was, was het ook niet meer leuk om er heen te gaan.

Op een ijskoude dag in januari moesten de man die die mij langer kent en ik verschijnen voor een soort tribunaal van tuinders. Stokoude mannen in stevige geruite overhemden en met rode wangen. In een zaaltje met nephouten lambrizering en tl-balken, kregen wij te horen dat het beter was als we ons huisje zouden verkopen. Er was zelfs al een koper gevonden. Een hele enge vrouw bood ons een envelop met vijftienduizend gulden. We hoefden alleen maar onze handtekeningen op dertig formulieren te zetten en we waren vrij van ‘Kut en zwoegen’. Ik gaf de hele enge vrouw een hand en wenste haar veel geluk met de tuin waar ik ondanks alles toch zo vreselijk veel van had gehouden. Ze keek me vals aan en vertelde dat het eerste wat ze zou doen het kappen van de Magnolia, de Japanse kers en de appelboom was. De kapvergunning had ze al aangevraagd. Het was genoeg. 

 

Een Reactie op “Kut en zwoegen

  1. Hello, all is going well here and ofcourse every one is sharing facts, that’s really fine, keep up writing.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s