IJsbeer in nood

Gisteren liep ik mee met een demonstratie van het Wereld Natuurfonds om de ijsbeer te redden. Zeven vrijwilligers van safaripark de Beekse Bergen hadden zich speciaal voor dat doel in een lekker warm ijsberenpak gehesen en liepen voorop. ‘IJsbeer in nood, ijsbeer in nood,’ scandeerden de tweehonderd kinderen die met spandoeken door het safaripark liepen. Tussen hen liep mijn zoon. Zijn liefde voor ijsberen komt waarschijnlijk voort uit een trauma waar hij zich niets van herinnert. Vlak na zijn geboorte woonde hij een paar maanden op de Intensive Care van het ziekenhuis waar hij hard zijn best deed om een gewone jongen te worden. Naast zijn kleine witte hoofd stond een grote witte pluchen ijsbeer die hem daarbij moest helpen. De ijsbeer kreeg magische krachten. Zolang die beer daar stond zou hij alles overleven, zo hield ik mijzelf voor. Dankzij de ijsbeer en de kinderartsen die dag en nacht rond zijn bed cirkelden, mocht hij op een dag naar een gewoon ziekenhuis. Ik zoende mijn zoon en bedankte de ijsbeer voor bewezen diensten. Een dag later was de beer weg. Niet even weg, maar onvindbaar weg. Ik sprak de dienstdoende verpleegster toe. Eerst vriendelijk, daarna streng en vervolgens liet ik al mijn verdriet en woede en wanhoop van de maanden daarvoor op haar los. Dat ze op mijn zoon moest passen was logisch, maar dat ze de ijsbeer uit het oog had verloren, nam ik haar en al haar nazaten kwalijk. Branden in de hel zou ze. Snikkend verliet ik het ziekenhuis, jonge overspannen moeder. Een dag later ging de telefoon. Ik was in diepe slaap, maar liet me voor goed nieuws graag wakker maken. ‘Hallo, ik heb heel goed nieuws,’ sprak de verpleegster die ik een dag ervoor nog naar het vagevuur had gewenst. Opgelucht haalde ik adem. Ik stond al bijna klaar om mijn zoon uit het ziekenhuis te gaan halen. ‘Ik heb het ijsbeertje gevonden!’ riep ze met overslaande stem, blij en opgelucht als ze was waarschijnlijk. Nooit eerder was ik zo teleurgesteld geweest. Ik was die hele stomme ijsbeer alweer vergeten en wilde mijn zoon in mijn armen nemen. ‘Wat fijn dat de ijsbeer is gevonden,’ zei ik zo beleefd als ik kon. Een week later mocht ik zowel mijn zoon als de bijbehorende ijsbeer mee naar huis nemen. En zeven jaar daarna liep ik op de warmste dag van april door een safaripark en riep: ‘IJsbeer in nood, ijsbeer in nood.’ Alles was goed gekomen.

Een Reactie op “IJsbeer in nood

  1. Wat een lief verhaal!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s