Maandelijks archief: juni 2008

Ik blog dag!

Foto: Michiel KlØnhammer

Ook blogschrijvers gaan op vakantie. Ik heb mijn koffers gepakt (twee grote en een kleine). Ik blijf heel veel weken weg, maar als ik niet onderweg van gedachten verander, kom ik ook weer terug. Ik zeg dag.

Advertenties

Gratis hartjesketting

‘We lezen morgen wel op je blog hoe je de boekpresentatie vond he?’ zei mijn uitgeefster, Thille Love. ‘Ik kan niet beloven dat ik me morgen nog iets van de avond zal herinneren,’ zei ik. ‘Mij zul je toch wel herinneren,’ vroeg Mirjam Love. ‘Ja, jou wel,’ zei ik. ‘En mij?’ vroeg haar collega Roelie Love. ‘Ja,’ antwoordde ik, ‘jij zeker, al was het alleen maar vanwege die leuke tatoeage op je arm.’

Vanochtend belde mijn vriendin uit Den Haag om te vertellen dat het zo’n leuke boekpresentatie was geweest. Maar wat haar verbaasd had was de Amsterdamse decolleté-lijn. Heel anders dan in Den Haag, vond mijn vriendin. In Amsterdam waren de halslijnen zo diep vond zij, dat het haar niets zou verbazen als volgend jaar topless de mode zou zijn. Ik liep naar de spiegel en keek naar mijn eigen decolleté. Allebei mijn borsten zaten er nog, dat was mooi. Ook mooi was dat mijn trui niet tot mijn navel liep. Het zal mijn Haagse bloed wel zijn. Ik ben van binnen gewoon Eline Vere en van buiten is niets aanstootgevends te zien, alleen een hart aan een ketting – cadeautje voor wie mijn boek Izzylove koopt. Dus koop Izzylove: Is liefde besmettelijk?  en loop straks ook rond met zo’n fijne gratis hartjesketting!

De grote liefdesquiz

Ik noem hem Moon, maar hij heet Roel, de man die er alles aan doet om mijn boek ‘Izzylove: Is liefde besmettelijk?’ onder de aandacht te brengen van de drie miljoen toekomstige lezertjes. Moon luistert de hele dag naar liefdesliedjes en draagt een gouden ketting met een hart eraan (al heeft hij liever niet dat ik dit doorvertel). Hij heeft ook iets heel leuks bedacht voor de boekpresentatie, morgen bij boekhandel Van Rossum in de Beethovenstraat in Amsterdam. De auteur zal daar namelijk DE GROTE LIEFDESQUIZ presenteren. Zo stond het in ieder geval in het persbericht en in de uitnodiging die hij heeft verstuurd. Vandaag stond mijn telefoon de hele dag op de stilstand waardoor Moon mij niet kon bellen om te vragen hoe het ermee ging. ‘Waarmee ging?’ vroeg ik, toen hij me eindelijk op mijn huisadres had weten te traceren. ‘Met DE GROTE LIEFDESQUIZ natuurlijk,’ zei hij. En opeens wist ik ook weer waarom mijn telefoon op stil stond. Zodat ik me fijn de hele dag kon concentreren op de liefde. En gek genoeg wilde dat maar niet lukken. Wie een liefdesquiz wil maken moet licht en vrolijk zijn, terwijl ik alleen maar somber en zwaar was. Liefde, zucht. De wegen van het hart zijn al zo ondoorgrondelijk. ‘Zal ik het dan maar zelf doen?’ vroeg Moon en hij liet de tatoeage zien die hij gisteren op zijn arm had laten zetten. De cover van mijn boek op ware grootte op zijn arm. Er zaten nog wat gekke korsten op de verse tatoeage waardoor alleen het woord ‘besmettelijk’ nog te lezen was. De rest van de titel zou morgen op de presentatie ook te zien zijn, zo verzekerde hij mij. Alles zou goed komen. Ik hoefde alleen nog maar even 357 vragen te bedenken over de liefde. Want het zou een razend moeilijke quiz worden, dat was zeker.

 

Te koop: oranje brommer

Ik weet niet of het waar is, maar het is een mooi verhaal. Dat van de man op de oranje brommer die vier dagen geleden naar Zwitserland reed om daar de godenzonen te zien. De godenzonen die de pool des doods hadden gewonnen en nu glorieus naar de halve finale zouden ballen. En het zou niet ongezien blijven, want de man op de oranje brommer zou erbij zijn. Omdat ik iets minder voetballiefhebber ben dan de rest van Nederland, had ik vandaag geen medelijden met Don Marco en ook niet met de mannen van Oranje, maar wel met de man op de oranje brommer. Hoewel het ook wel weer een heel grappig beeld is, zo’n man die nu vier dagen lang weer op zijn brommer terug naar Nederland moet rijden. Door Duitsland kan hij niet, door Italië al helemaal niet – hij zou alleen maar uitgelachen worden, nog meer dan op de heenweg. Ik vermoed dat hij terug rijdt door Frankrijk. Woedend heeft hij alle welpies van zijn helm gehaald en deze keer is ook zijn gezicht niet rood-wit-blauw gekleurd. Het is de langste dag (‘het wordt weer winter,’ sprak het lachebekje), maar voor de man op de brommer zijn het er vier. 

Hoe mijn kamerlinde elfmoord pleegde

‘Weet je dat er een spelfout in de titel staat? vroeg je.
Ik keek er nog eens naar: ‘kamerlinde is goed geschreven,’ zei ik, ‘zo heten die dingen. Nou ja, het zijn geen dingen, het zijn planten. Een kamerlinde is een prachtige plant met grote lichtgroene bladeren. Op die bladeren groeien kleine stekelige haartjes. Een beetje alsof de kamerlinde vroeger lang haar heeft gehad en er nu, aan het begin van de zomer flink de tondeuze over heeft gehaald.’
‘Dat bedoel ik niet,’ zei je, en je keek naar je groene vingers. ‘Die elfmoord, moet daar niet een letter voor, een Z bijvoorbeeld?’
‘Zelfmoord? Hoe kun je dat nu zeggen. Heb je ooit een kamerlinde zelfmoord zien plegen? Ooit een kamerlinde ontmoet die levensmoe was. Een machinist in de ziektewet gezien omdat er elke week wel een kamerlinde op de rails sprong? Ooit een kamerlinde zien bungelen aan de hoogste boom?’
Uit het niets verscheen mijn moeder. Ze vertelde je dat ze mij elk jaar een stek van een kamerlinde gaf en dat de linde nooit ouder werd dan een maand. Dat ik de linde vergat water te geven. Het was te laat om je niet meer aan mijn moeder voor te stellen, dus vertelde ik haar wie je was. Mijn moeder schudde hartelijk je hand met groene vingers. Een kamerlinde dood laten gaan, dat zou jou niet overkomen, terwijl ik niet eens een cactus in leven kan houden. Alles wat ik aanraak dat groen is gaat dood. Geschrokken pakte ik je hand en keek naar je vingers. De eerste vingerkootjes begonnen al af te sterven.

 

Nooit meer roken

We stonden in een weiland in Holysloot en rookten sigaretten. Wij waren met z’n vijven en vonden elkaar in de ergerlijke verslaving. Een van ons was eigenlijk gestopt, een ander ging dat bijna doen, een derde lachte hard omdat het stoppen toch nooit zou lukken, een vierde rookte helemaal nooit, maar had nu toevallig een pakje in haar tas. En ik, ik rookte soms heel veel en soms heel weinig en vaak ook niet, maar nu wel. Het roken stond ons goed. Wij werden heel erg Humphrey Boogaard en heel erg Lauren Bacall. Tegen zo’n groen decor van wei en koeien kwamen onze leuke pekskes ook goed uit en al die frisse lucht die we toch ook maar binnen kregen maakte alles weer goed. ‘Iemand een nicotinekauwgommetje?’ vroeg een Humphrey. ‘Nee,’ zei een Lauren, ‘wij hebben al pleisters.’ Nog een week dan mogen we nergens meer roken.

Cursus afspraak maken

‘U bent helemaal niet ijdel,’ schreef een lezertje van heel lang geleden. ‘Integendeel, ik zie zo weinig foto’s op uw blog dat ik u op straat niet eens meer zou herkennen. Ik zou niet eens voor u stoppen als ik u op een zebrapad zou zien lopen. Zonder u te herkennen zou ik zomaar over u heen rijden.’ Ik schrok. Hadden we niet juist afgesproken dat mijn lezertjes mij nooit pijn zouden doen? In ruil daarvoor kregen ze kleine brokjes aandacht. Een blog speciaal voor het lezertje van weleer waarmee hij zo weer tien jaar vooruit kon. Maar het lezertje van vroeger vond het niet genoeg. Hij wilde een levende ontmoeting. En dus reed ik naar Leleystad, waar het lezertje een handeltje had in tweedehands auto’s. ‘Ik had u niet herkend,’ sprak hij, ‘u bent zo dik geworden.’ ‘Dan moet u mij over tien jaar eens zien, dan komen mijn billen tot hier,’ sprak ik, mijn armen drie meter achter mij houdend. Het lezertje moest lachen. Gelukkig kon hij dat nog. We dronken een glaasje witte wijn en aten er een zelf gevangen visje bij. We spraken af om elkaar over tien jaar nog een keer te zien, zo gezellig was het.

Snel schreef ik op mijn blog dat ik graag al mijn lezertjes wilde ontmoeten. Het enige wat ze hoefden te doen was hun agenda open te slaan. Ikzelf heb altijd tijd, behalve soms.