Maandelijks archief: augustus 2008

Is liefde besmettelijk? II

Twee maanden geleden lag Izzylove: Is liefde besmettelijk? in de boekwinkel en nu zijn bijna alle 6000 boeken verkocht! Op 20 september ligt de tweede druk in de winkel. Om dat te vieren ga ik nu een glanzende nieuwe bic-pen kopen, drie potloden en een gummetje om deel twee mee te schrijven. In mei 2009 ligt ook die in de winkel. Het is fijn om kinderboekenschrijver te zijn.

Advertenties

Eenzame meisje zonder schadelijke gewoonte

‘Ik zoek naar liefde,’ stond er in het mailtje dat vandaag mijn mailbox binnen zeilde. Per ongeluk klikte ik er op. Je weet maar nooit. ‘Hoi. Mijn naam is Natalia. Ik eenzame meisje zonder schadelijke gewoonten. ik 29 jaar. Ik zoek een man van 32 jaar voor ernstige relaties. mijn e-mail . het gemakkelijker voor mij. Ik kan sturen brief en de foto elkaar. Natalia’

Hoewel ik geen Natalia kende, was haar mail grappig genoeg om te reageren. Nieuwsgierig als ik was geworden stuurde ik haar een mail terug. ‘Hoi. Mijn naam is Manon. Ik ook eenzame meisje zonder schadelijke gewoonten – behalve roken terwijl ik eigenlijk gestopt ben en veel te veel bier drinken en op mijn fiets keihard door rood rijden en sms-en terwijl ik auto rijd. ik 50 jaar. ik soms een beetje kribbig, maar ook vrolijk. mijn e-mail. het gemakkelijker voor mij. ik kan ook sturen brief en foto naar elkaar. Manon.’

Een uur later kreeg ik een mail terug. ‘hoi. Die zegt dat de klok altijd dure merken. Bij ons krijgt u de teursten Horloges zeer goedkoop. De bestelling wordt direct verwerkt en wordt u veilig en zurfieden. Bij ons bespaart u goed, zelfs met dure Horloges. Natalia.’

Het was het begin van een mooie briefwisseling. Wij eenzame meisjes zonder schadelijke gewoonte hadden elkaar eindelijk gevonden.

10cc

De cavia doet het niet meer

Had ik je al verteld dat je cavia het niet meer doet? Ik weet niet of je de gebruiksaanwijzing nog ergens hebt liggen… dat zou handig zijn. Cavia ligt heel stil op zijn rug in de fietstas, zijn hoofdje een beetje scheef, zijn voorpootjes gevouwen op zijn borst. Eerst dacht ik dat hij dood was, want zo zag hij eruit, maar toen ik goed keek zag ik zijn caviaborstharen bewegen. Ik zei dat ie gewoon moest doen, dat ik thuis al twee kinderen heb en daar mijn handen vol aan. Dat ik er niet ook nog eens zijn caviagrappen bij kon hebben. Nu ligt hij op zijn buik en weigert mij aan te kijken. Klote-cavia.

Ik hoorde trouwens dat je weer terugkomt uit China. Een man op straat die helemaal niet op jou lijkt vertelde het me. Je schijnt ook al heel snel terug te komen. Gelukkig maar. Ik heb het neonbord met de tekst ‘God bestaat’ vast voor je raam gehangen, om je te verrassen. Als je de letters achterstevoren leest staat er wat anders. Het wordt akelig druk in de straat als jij er weer bent.

Ook hier mag gerookt worden

De website van het Zwitserse sanatorium zag er prima uit. Frisse zalen met massagebedden, zwavelbaden, manden met fruit, spijkerbedden, modderbaden, bloesemolievelden, stoombaden en yogamatten. Ik kreeg al helemaal zin in mijn reis naar de bergen. De redactrice die mij op bergpad stuurde om de boel van dichtbij te beschrijven vond het tijd worden dat ik wat frisse lucht kreeg. Ik zat al veel te lang achter dat stoffige bureautje vond ze. En hoe langer ik naar de website keek, hoe meer zin ik er in kreeg. Na vier dagen zou ik als herboren terugkomen. Op de laatste pagina vond ik een foto van de fitnesszaal. ‘Auch hier darf geraucht werden’ stond eronder. Grappige Zwitsers die Zwitsers dacht ik nog. Nergens in Europa mag je nog roken behalve daar. Maar ja, ze hebben dan ook de meeste zuurstof van iedereen. Ik zag mezelf al rennen op de loopband, magistraal uitzicht op de bergen, sigaretje tussen de lippen, heerlijk. Tot mijn oog op het woord ‘nicht’ viel. Even verbaasde ik me over de Freudiaanse vergissing. Was ik niet al maanden geleden gestopt met roken? Waarom werd ik dan zo vrolijk bij het idee dat ik mocht roken in een sanatorium? Terwijl er toch echt stond dat je juist nergens mocht roken, niet op de spijkerbedden, niet in de modderbaden en zelfs niet in de gymzaal. Nu ik er nog eens goed naar keek leek het zelfs of er in heel Zwitserland niet gerookt mocht worden. Dat was nog knap lastig voor een roker. Gelukkig was ik gestopt.

Victoria amazonica

Daar stonden we, de man en ik, tegenover een reuze-rabarber van meer dan honderd jaar oud. De bladeren waren groter dan wij samen en voelden aan als olifantenhuid. Voorzichtig lieten we onze handen over de bladeren gaan. Het eelt schuurde van onze handen. Het was al sluitingstijd geweest in de Hortus Botanicus en niemand wist dat wij er nog waren, aan het zicht onttrokken door de reuze-rabarber. En zo kwam het dat we na sluitingstijd langs de vijver liepen waar de koningin der lelies bloeide. De Victoria Amazonica, die maar twee nachten in haar leven bloeit, een keer wit en een keer roze. Een bloem van overweldigende schoonheid tussen bladeren ter grootte van een satelietschotel. Een witte bloem als een wild dier midden in die vijver en alleen wij die haar zagen. Voorgaande jaren had de Hortus de hekken open gegooid en kwam de lokale zender AT5 filmen. De volgende dag had Victoria voor op de krant gestaan als natuurwonder in de stad. Nu bloeide ze helemaal alleen en niemand anders dan de man en ik keken toe. Voorzichtig boog de man zich voorover en streelde met zijn vingertoppen over de bloem, daarna knakte hij de steel af en stopte de bloem achter zijn oor. ‘Hij staat je goed,’ zei ik. De man glimlachte. Omdat het hek al dicht was klommen we daarna over de muur en maakten onze fietsen los. Bij de ingang zagen we de camera’s van AT5 en een rij mensen tot aan de hoek van de straat. Boven de ingang van de Hortus hing een bordje waarop de speciale avond-openstelling was aangekondigd vanwege de koningin der lelies, die slechts tweemaal bloeit. Eenmaal in de vijver en eenmaal achter het oor van de man.

Ik ben er wel maar jij bent er niet

Het is heel gek: ik ben er wel en jij bent er niet. Nou ja, je bent er natuurlijk wel, maar je zit waarschijnlijk in een Chinese gevangenis. Niet achter tralies – zo eentje ben jij niet – maar omdat ze er wireless internet hebben. Terug van vakantie vond ik de sleutels van je fiets in mijn brievenbus. ‘Zorg je er goed voor?’ had je geschreven. Ik pompte de banden op, smeerde de ketting, kocht een bel die het wel deed en plakte mijn uit Amerika meegenomen Elvis is alive-stickers op de jasbeschermers. Pas na twee dagen ontdekte ik dat je ook je cavia in de fietstas had achtergelaten. Als ik die niet wilde hebben, kon ik hem terug geven aan je broer, die de komende jaren op je huis past. Je bent maar drie jaar weg, maar het kunnen ook drie dagen zijn. Ik fiets nu elke dag langs je huis en kijk naar binnen. Je broer heb ik nog niet gezien. De cavia heeft het prima naar zijn zin in de fietstas, die heeft geen haast. Vandaag hebben we een fietstochtje gemaakt door Amsterdam Noord, cavia en ik. Bij Holy Sloot hebben we een glas wijn gedronken (ik) en een bakje water (cavia). Dat je maar snel terug mag komen. Het is akelig leeg in de straat zonder jou.

10cc

Cursus vliegangst

Houdt u wel van vogels, maar niet van vliegen? Volgt u dan eens de cursus vliegangst. Zelf heb ik de cursus met veel succes afgerond. In een vliegtuig ter grootte van een SUV met vleugels. Zo klein dat ik me afvroeg of mijn dochter en ik er nog wel bij pasten op weg van Washington naar New York. Maar we pasten prima, samen met onze twintig minderjarige medepassagiers. Twintig jongens van vijftien die elkaar en mij ervan overtuigden dat het vliegtuig nogal rare geluiden maakte. Met een piepend wiel en veel gekraak reed het vliegtuigje over de baan. ‘This is not okay, dude,’ sprak een van de ‘dudes’. ‘We’re gonna die, dude’ sprak een ander, nog voor we waren opgestegen. Vlak voor het vliegtuig op volle snelheid was, remde het af en sprak de stewardess dat het onze eigen keus was om met United Airlines te vliegen en dat iedere passagier mocht aangeven als hij of zij met een andere vlucht mee wilde. Direct daarna steeg het vliegtuig op. De stewardess had ons, volgens de richtlijnen van United op onze rechten gewezen. Er was nog maar een weg terug. Het vliegtuig maakte een grappige bocht naar links waarna het als een six flags-attractie recht naar beneden zakte. Ik zweefde een paar centimeter boven mijn stoel, de vliegtuigriem snijdend in mijn bovenbenen. ‘Holy f*ck, dude, we’re gonna die,’ sprak de inmiddels lijkwitte zwarte jongen voor mij. Mijn dochter snurkte haar hoofd tegen mijn schouder, moe van een lange reis en totaal onwetend van de goedkope rampenfilm waarin we terecht waren gekomen. Ik bestudeerde de rampenkaart in het vakje voor me. De zittingen zaten los en moesten in geval van een noodlanding boven zee uit de stoel worden getild. Aan de onderkant zaten twee grote elastieken waardoor ik mijn armen moest steken zodat het kussen als een drijfkussen tegen mijn lichaam zou blijven zitten. Ik keek naar het plaatje van een vrouw die met een grijs kussentje in haar armen in zee dreef. ‘Zijn we er al?’ vroeg mijn dochter, die wakker werd door het opeens hevig schudden van het vliegtuig. Nu niet naar beneden in vrije val, maar gewoon grappig heen en weer. Ik keek naar buiten en zag New York onder mij heen en weer wiebelen. De cursus vliegangst was bijna afgelopen. Alle vluchten daarna zouden minder eng zijn dan deze en in zoverre was de cursus nu al geslaagd.