Maandelijks archief: oktober 2008

Boekenbeurs Antwerpen

Aanstaande vrijdag begint de Boekenbeurs in Antwerpen, de leukste boekenbeurs van Antwerpen. Ik mag er dit weekend weer mijn grote liefdesquiz presenteren en stapels boeken signeren. Tot die tijd is het akelig stil op mijn blog, want ik ben tijdelijk officieel blogger van de boekenbeurs. Zie hier: www.boekenbeurs.be/bloggers en klik op ‘Ga naar het overzicht van alle blogs’

Of doe dat niet.

Advertenties

Bokbierfestival

Groeten vanaf het 31ste bokbierfestival

1900

1900, 10.26 uur

‘Ik begrijp het niet,’ zei de schrijfster met wie ik vanochtend in het cafeetje op de hoek zat. ‘Ik begrijp niet hoe je elke dag een stukje op je blog kunt zetten.’ Ik sputterde tegen. ‘Niet elke dag hoor, soms schrijf ik wel drie dagen niet. Soms schrijf ik een hele week niet.’ ‘Toch begrijp ik het niet,’ zei de schrijfster. ‘Je hebt ook al een hyve en twee websites, een baan, twee kinderen, een man en veertien goudvissen.’ Ik haalde mijn iphone tevoorschijn en liet haar zien hoe eenvoudig ik een foto kon maken en die – binnen drie minuten – vanuit het café op mijn blog kon zetten. ‘En schrijf je dan wat je maar wilt?’ vroeg de schrijfster. ‘Nee,’ zei ik, ‘de helft van wat ik schrijf is waar, de rest niet. En ik zou nooit iets onaardigs schrijven over iemand die ik ken.’ De schrijfster keek me aan met opgetrokken wenkbrauwen. ‘Echt nooit?’ vroeg ze. Ik schudde mijn hoofd. ‘Zo zou ik bijvoorbeeld nooit schrijven dat het in café 1900 ’s ochtends ijskoud is omdat ze de deuren open hebben staan en de kachel op de laagste stand hebben staan.’ De schrijfster wilde weten waarom ik dat nooit zou schrijven. Het antwoord was simpel, omdat ik de eigenaren van het café ken en ik ze heel erg aardig vind. Ik pakte mijn iphone en warmde mijn handen eraan. De schrijfster wilde nog wat terug zeggen, maar haar lippen waren paars en stijf. Het was helemaal niet koud. Het was gewoon niet warm.

Verliefd op een ander

Ik had afgesproken met miss Texel. We zaten in een cafe op de Warmoesstraat in Amsterdam en aten broodjes met avocado en ansjovismayonaise en blaadjes rucola. Miss Texel vertelde over haar man die verliefd was op een ander. Ik kauwde op mijn zuurdesemboterham met avocado en luisterde naar scenes uit een huwelijk. Overspel is geen sinecure, wist ik van horen zeggen. Je moet er stalen zenuwen voor hebben, gewetenloos zijn en snoeihard kunnen liegen tegen diegene van wie je het meeste houdt. Maar, zo weet ik, verliefd worden op een ander kan ook heel goed zijn. Een soort catharsis voor de ziel én voor de relatie. In Psychologie Magazine van deze maand heb ik een leerzaam verhaal geschreven over waarom het juist goed is om verliefd te worden op een ander. Zelf waag ik me niet aan een minnaar. Ik heb mijn handen al vol aan mijn eigen familie. En dan heb ik het nog niet eens over de foto die ik vandaag uit Canada kreeg opgestuurd. Mijn drie achternichtjes in roze pyama’s met achter hen drie verloofdes in blauwe. Ik zal de foto eens opsturen naar miss Texel, misschien vrolijkt ze ervan op.

Regenboogdag

Meestal maak ik geen foto’s van de lucht, maar voor deze regenboog maak ik een uitzondering. Ook omdat het vandaag nationale regenboogdag is.

Gezocht: assistent

Nooit heb ik geweten dat grootmeesters bij het WK schaken secondantenteams hebben. Ik las het vanochtend in de krant. Ik probeerde me voor te stellen hoe dat gaat wanneer grootmeester en huidig wereldkampioen Anand (39) in de kleedkamer komt en daar wonderschaakkind Magnus Carlsen (17) in zijn secondantenteam vindt. ‘Sukkel,’ zegt Carlsen tegen Anand, ‘je had nooooooit in de eerste partij remise moeten spelen. Je had die Kramnik makkelijk een kopje kleiner kunnen maken!.’ Carlsen begint dan te stampvoeten (want dat doen jonge grootmeesters), waarna Anand een kopje thee voor hem gaat zetten (want Anand is de eerste grote schaker zonder opvliegend karakter). Terwijl hij kokend water in een kopje giet, bang om het over zijn handen te krijgen want dan kan hij niet meer schaken, vraagt hij zich af of hij er wel goed aan heeft gedaan om de jonge Noor naar Bonn te halen. Had ie niet beter een Hongaar in zijn team kunnen halen of desnoods een Rus, nee, juist een Rus.

Maar ik dwaal af. Leerde ik aan het ontbijt dat schakers assistenten hebben, een uur later bezocht ik een fotografe die vertelde dat een beetje fotograaf niet zonder assistent kon. Zelf had ze er ook een. Maar Erwin Olaf, zo vertelde ze, had er wel vier.

En het erge is: nu wil ik ook een assistent. Iemand die mijn lege wijnflessen naar de glasbak brengt, ervoor zorgt dat mijn telefoon is opgeladen, die mijn computer repareert, nieuwe opdrachten binnen sleept, koffie zet, de kachel hoger draait als ik het koud heb, een reservefiets regelt als ik een lekke band heb, een plek bezet houdt in de rij bij de kassa van H&M, mijn petroleumblauwe lievelingslaarzen naar de schoenmaker brengt omdat de hak is afgebroken, die extra verlof aanvraagt op de school van mijn dochter omdat ik in februari naar een bruiloft in verweggiland ga, mijn bankzaken regelt, mijn BTW-aangifte over het laatste kwartaal doet, de kasten in mijn kelder reorganiseert, op zoek gaat naar een lekkere maar ook mooie en niet al te dure bureaustoel en die de bladeren in de tuin komt wegharken.

Denkt u nu: dat is echt iets voor mij? Laat dan van u horen. Wie weet bent u binnenkort mijn eerste assistent.

JP

Vandaag was de laatste dag van mijn eerste Kinderboekenweek. Samen met kinderboekenschrijfster Victoria Farkas reed ik naar Almere waar de hele dag kinderboekendingen waren. Wij mochten met nog vijftien andere schrijvers in de hal van de schouwburg zitten en speeddaten met jonge lezers. Tot mijn verrassing was ik ingedeeld met Jan Paul Schutten, de winnaar van de gouden griffel. Met een schrijver van naam naast me zou ik de speed datende kinderen van me af moeten slaan. Maar gek genoeg bleef het heel erg stil. ‘Handtekening van een griffelwinnaar!’ riep de griffelwinnaar. ‘Gratis handtekeningen, mooie handtekeningen, kakelverse handtekeningen!’ Kinderen die per ongeluk langs liepen keken verschrikt op. Snel greep ik een meisje van een jaar of zeven bij haar capuchon. ‘Handtekeningetje?’ vroeg ik, en keek haar dreigend aan. Bibberend schoof ze mij haar handtekeningenboek toe. ‘Hier,’ zei ik, toen ik klaar was, ‘krijg je er ook nog een van een gouden-griffelwinnaar.’ Het meisje durfde niet te weigeren. ‘Hoe heet je?’ vroeg hij, maar het meisje sprak nu zo zacht, dat haar naam niet te verstaan was. De griffelwinnaar maakte een tekening in haar boek. ‘Bent u illustrator?’ vroeg het meisje. ‘Nee,’ zei de griffelwinnaar, ‘maar ik vind mijn handtekening zo raar, dat ik ‘m altijd maar versier met een tekening.’ Omdat het daarna weer heel erg stil werd in de hal waar de speed datende auteurs op lezers zaten te wachten, kocht ik het boek van de griffelwinnaar en vroeg hem of hij het wilde signeren. Met grote sierlijke letters schreef hij JP voorin mijn boek en versierde het met grappige tekeningetjes.

‘Heb je hem aangeraakt?’ vroeg Victoria op de terugweg in de auto.

‘Wie aangeraakt?’ vroeg ik.

‘De winnaar van de gouden griffel,’ sprak ze.

‘Waarom zou ik hem aanraken?’ vroeg ik.

‘Zodat zijn succes ook een beetje op jou afstraalt en jij die griffel ook wint op een dag,’ zei ze. Victoria en ik hadden elkaar eerder beloofd dat we allebei op een dag een literaire prijs zouden winnen. Het maakte niet uit welke, als het maar iets was met een podium en applaus en adembenemend hoge verkoopcijfers in de maanden erna.

‘Denk je dat het helpt als ik een blog over hem schrijf?’ vroeg ik hoopvol.

Victoria dacht van wel.