Maandelijks archief: februari 2009

HELP!

foto-9276help

Soms, als ik me heel erg verveel, schrijf ik nog wel eens een boekje. Vandaag heb ik – samen met Janneke Staats – de laatste hand gelegd aan HELP! Eerste Hulp Bij Ongelukken. Het is de opvolger van AU! Eerste hulp bij kinderziekten. Als de Chinese drukkers de teksten deze keer niet ondersteboven plaatsen ligt het boek waarschijnlijk na de zomer in de winkel.

Tot zover de schaamteloze zelfpromotie van februari.

Advertenties

Boekpresentatie

De eerste boekpresentatie in mijn leven was in besloten kring. Mijn uitgever, mijn moeder en ik aan een tafeltje in Cafe de Jaren.

De tweede boekpresentatie ging aan mijn neus voorbij omdat de opdrachtgever (het was een boek in eigen beheer) vergeten was mij uit te nodigen! Ik vond dat wel grappig, maar ook jammer. Daarom had ik mij enorm verheugd op boekpresentatie nummer drie. Vanmiddag op de Herengracht. Vanochtend belde Aartje van Uitgeverij Bert Bakker op om te vragen of we de presentatie niet een week wilden verzetten in verband met de naderende sneeuwstorm. “Sneeuw? Sneeuw?” antwoordde ik. “Ik ben dol op sneeuw! En dan niet een paar zielige vlokjes, maar sneeuw die je binnen een paar minuten het zicht beneemt. In afwachting van de mij beloofde sneeuwstorm begon ik al de filmtune van Doctor Zhivago te zingen. Doctor Zhivago liet zich ook niet tegenhouden door een paar vlokjes sneeuw. Nee, die galoppeerde op zijn paard half – of heel – Rusland door om bij zijn Lara te zijn. Die liet zich lekker insneeuwen in een huisje op de prairie en die liep gewoon op blote voeten weer terug naar Moskou omdat ie daar ook nog ergens een vrouw en een kind had. Doctor Zhivago luisterde niet naar het weerbericht en liet zich zeker niet tegenhouden door een weeralarm. Volgens mij komt het woord ‘weeralarm’ niet eens voor in de Russische taal.

In mijn verbeelding zie ik al hoe mijn gasten, Mai Spijkers en ik zullen insneeuwen op de gracht. Er zal in ieder geval genoeg drank zijn en lekker veel hapjes, omdat de helft van de genodigden natuurlijk verstek laat gaan. En als het koud wordt, stoken we een vuurtje van mijn boeken. Een vriend uit Groningen beloofde vanochtend zijn gitaar mee te nemen. Terwijl de sneeuw tegen de ramen slaat, zingen we hey ho, and a bottle of rum. Het wordt een boekpresentatie/boekverbranding die niet te missen is zo leuk!

Verhuizen naar Aarlem

img_0269

‘Vroeger,’ zei het dichtertje, ‘wist iedereen wie je was.’ Ik haalde mijn schouders op. ‘Vroeger,’ ging het dichtertje verder, ‘was er geen boekenfeestje waar jij niet was te vinden. Weet je nog,’ zei het dichtertje, ‘dat we samen aan de gevel van de Stadsschouwburg hingen omdat dat de enige manier was om zonder kaartje op het boekenbal te komen?’ Ik wist het nog. ‘En later,’ zo ging het dichtertje verder, ‘deden we onze mooiste jurken aan, ik een zilveren, jij een gouden, en liepen we gewoon zonder kaartje het boekenbal binnen. Niemand die ons durfde tegen te houden.’ Ik glimlachte. Dat waren nog eens tijden, toen we deden alsof we schreven, terwijl we natuurlijk alleen maar spraken over schrijven. Nu was alles anders, nu schreef ik echt boeken en had ik helemaal geen tijd meer om tot diep in de nacht in een schrijverscafé te zitten of om de gevel van de Stadsschouwburg te beklimmen.

‘Ik ga naar Aarlem verhuizen,’ zei het dichtertje opeens. Ik schrok. Aarlem, wat moest ze daar nou? ‘We hebben een huis gezien en we gaan een bod doen,’ zei het dichtertje enthousiast. We gaan honden en katten nemen en goudvissen en kinderen en planten in de vensterbank en we nemen een sauna en twee ligbaden en als we naar Amsterdam willen, dan springen we in de trein en zijn we er binnen twintig minuten.’

Of ze de cocktails in café Festina niet zou missen, vroeg ik, en het boekenbal en de afterparty in de Kring en het jaarlijkse zomerfeest van mijn uitgever en het herfstfeest van haar uitgever. ‘In Aarlem hebben ze dat allemaal niet.’ Het dichtertje keek me meewarig aan, ‘alsof jij ooit nog ergens naartoe gaat,’ zei ze en het lichte verwijt ontging me niet. ‘Ik ben hier toch?’ zei ik. Het dichtertje knikte en we dronken nog een glaasje wijn. Later, als zij in Aarlem zou wonen en ik in Hamsterdam zouden we hier nog met weemoed aan terug denken.

Boekjes om te lezen

Mijn tweede kinderboek is af. Vandaag leverde ik het gecorrigeerde manuscript in (dat interesseert u natuurlijk niets, dat snap ik) en in april ligt Is vriendschap 4ever? Door Izzylove in grote stapels in alle boekwinkels (en bij de supermarkten van Plus, hoorde ik).

Het is wel een hele saaie februaridag om zo iets fijns te vieren, maar mijn uitgeefster heeft het feestelijk gemaakt door me direct uit te nodigen voor een diner. Iets met drank en eten en de Roelies, de mannen die straks voor de publiciteit gaan zorgen. Ze zijn al druk in de weer met sandwichborden timmeren, waarmee ik straks elke dag naar mijn werk moet fietsen (gratis reclame). Als ik zelf nog ideeen heb, mag ik die tijdens het diner naar voren brengen. Het liefst wil ik een vliegtuigje dat in witte rookletters de titel van mijn boek in de lucht schrijft, maar de Roelies vinden dat misschien geen goed idee.

Moreaantje

mypicture_201

Omdat ik binnenkort op reis moet naar de heetste plek op aarde, bracht ik de zondagmiddag door onder de zonnebank om mijn witte vel voor te bereiden op wat straks komen gaat. Het was mijn allereerste keer. Ik legde mijn handdoek en zonnebrandcreme op de balie, klaar voor een uurtje zonnen. Het meisje achter de balie – Merel stond er op haar naamplaatje – lachte al haar witte tanden bloot. ‘Kom,’ zei ze, ‘dan meet ik even je huidtype. Ik moest mijn arm op een apparaat leggen. Biep, zei het apparaat. ‘Type drie,’ zei het meisje Merel. Ze voerde mijn huitype in de computer in en gaf me een kaartje waarop mijn zonneplan stond. Tussen nu en mijn tropenreis moest ik twee keer per week komen zonnen. Eerst op de basisbank, daarna op de sunshine-bank en uiteindelijk op de turbo-bank.

Het is gek hoe verloren je je kunt voelen als je op een zondagmiddag in een houten hokje van een bij twee meter op een lichtblauwe glazen plaat gaat liggen en een zware deksel van gloeiende lampen naar je toe moet trekken. Uit de twee boxen naast mijn hoofd klonk muziek van de drie toppers. Met mijn ogen dicht zocht ik naar de afstandsbediening waarmee ik zonnesterkte, ventilatoren en verkoelende sprays kon bedienen. Het zweet gutste langs mijn witte voorhoofd. Rustig blijven, sprak ik mezelf toe. Het is niet zo eng als het lijkt. Stel je voor, hield ik mezelf voor, dat je een hele enge kanker hebt en nu in een MRI-scanner ligt. En terwijl je in die scanner ligt, stel je je voor dat je gewoon op een zonnebank ligt. Er woei een stevige bries in de zonnebank en de drie toppers zongen al hun liedjes voor mij. Ik probeerde me voor te stellen hoe andere mensen dit deden. Of er ook mensen waren die dit voor hun plezier deden. Ik drukte op een knop en had eindelijk een andere radiozender gevonden. Weer een knop en de gezichtsbruiner schoot in de turbo-stand. Mr. Bean gaat zonnen.

‘En?’ vroeg meisje Merel. ‘Is het gelukt?’ Ik knikte. Mijn hoofd was rood als een tomaat, mijn haar was door de windmachine  alle kanten op geblazen en mijn hart ging nog steeds als een gek tekeer. ‘Het was heerlijk,’ loog ik. ‘Over drie dagen weer.’