Toen ik je tegenkwam

londen

Je ging een roman schrijven, zei je. Beter nog, je had ‘m al bijna af. Hij lag in een la van je bureau en je hoefde hem alleen nog maar op te sturen. Ik denk dat je dertig was, maar in mijn ogen was je al bijna met pensioen. Dat lag niet aan jou, want je zag er best goed uit voor een oude man. Zelf was ik twintig. Jammer genoeg kan ik me niet meer herinneren waar ik je tegenkwam, maar het moet op de universiteit zijn geweest. In mijn herinnering droeg je hele rare kleren. Corduroy tuinbroeken met een bordeaux-rode koltrui eronder. In ieder geval iets wat ook toen al uit de mode was. Ik geloof niet dat we ooit vrienden waren, daarvoor was het leeftijdsverschil vanaf mijn kant van de tijdslijn te groot. Wel herinner ik me feesten in een penthouse aan de Prinsengracht, waar je woonde.

Vorig jaar vond ik een stapel brieven die je me stuurde toen ik in het buitenland woonde. Daaruit blijkt dat je me bijna elke week schreef. Blaadjes vol. En toen ik ze herlas, wist ik dat ik je ook had terug geschreven. Prachtige brieven. Ik heb ze allemaal weggegooid. Zo ben ik, sorry.

En nu kwam ik je tegen. Zomaar op een zaterdagmiddag terwijl ik uit Albert Heijn kwam. Ik had een schreeuwend kind aan een arm, negen plastic tassen met bonusaanbiedingen aan de andere. Ik had toevallig mijn corduroy tuinbroek aan met rode koltrui, toch niemand die me zo zou zien. Jij herkende mij eerder dan ik jou. Je zag er fantastisch uit en ik heel erg niet. ‘Is dat je zoon?’ vroeg je, en je lachte heel raar. Ik knikte. ‘Ik wil naar huis,’ gilde de zoon. ‘Even wachten,’ gromde de moeder. 

Of het goed met je ging, vroeg ik. Heel goed zelfs. Nog steeds met dezelfde man in het zelfde penthouse, maar nu echt gelukkig. Ik ook nog steeds met dezelfde man, in een ander huis, en ook gelukkig. Zo onopvallend mogelijk streek ik mijn haar recht, dat bij vochtig weer altijd gaat krullen, maar dan alleen maar aan een kant van mijn hoofd. Ook probeerde ik mijn jas met zonder knopen dicht te doen zodat je de corduroy tuinbroek niet zou zien. Snel een zonnebril opzetten kon mijn imago van flitsende schrijver misschien nog redden. Maar helaas, het leeftijdsverschil van tien jaar was miraculeus omgedraaid in jouw voordeel. Je beloofde dat je mijn boek zou lezen, ik beloofde jou dat ik nog wel een keer zou mailen. Ik probeerde nog te zwaaien vanaf de fiets, balancerend tussen de tramrails. Ik zag je heel hard lachen en dansend de gracht af gaan. Het laatste wat we van elkaar zouden zien.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s