Maandelijks archief: mei 2010

Wijn en honing

Vorig jaar was ik een van de onbekende kinderboekenschrijvers op de site JipJip. Van de dertig onbekende schrijvers zijn er vier inmiddels heel erg bekend. Van die vier ben ik waarschijnlijk de minst bekende. Maar daar komt binnenkort verandering in. Deze maand staat er een interview met mij in het tijdschrift Winelife (over wat ik van wijn drinken vind…) en heb ik dit jaar al twee keer een column geschreven in een Belgisch imkerblad (!). En dan vergeet ik bijna nog te vermelden dat mijn badkamer vanaf 28 mei figureert in de Esta – als onbekende badkamer.

Van bloggen komt niet zo veel meer terecht nu ik aan het doorbreken ben in de wereld van wijn en honing. Sor-ry.

Write the future

Ik weet niet of ik alles mag vertellen wat ik weet over het nieuwe reclamefilmpje van Nike. Waarschijnlijk niet. Anders zou ik bloggen over hoe veel Nike heeft moeten betalen aan de makers van de Simpsons om een drieseconden spotje van Ronaldo in de commercial te verwerken. Of had ik kunnen schrijven hoe het een maand lang regende terwijl de makers van het filmpje een voetbalstadion in Madrid hadden gehuurd. En hoe de voetballers die je in het filmpje op het gras ziet in werkelijkheid op een tennisbaan of een ijsbaan staan. En hoe je, als je goed kijkt, een heleboel Amsterdamse reclamemakers in het publiek ziet zitten. En dan had ik ook kunnen bloggen dat er ook nog een versie van het filmpje komt met Nederlandse voetballers erin. Het is jammer dat ik er van de makers (die ik nogal goed ken) niets over mag bloggen. Maar ik mag het filmpje wel laten zien.

Wat ik twitterde vlak voor mijn dood

Ik heb me wel eens afgevraagd wat er met mijn virtuele alterego gebeurt als ik toevallig met een vliegtuig zou neerstorten. Zou er iemand zijn die mijn Facebook-account sluit? Iemand die mijn Hyves-foto’s verwijdert zodat ze niet bij Hart van Nederland worden vertoond? Kan Twitter mijn account sluiten als ik er niet meer ben? En zou het niet fijn zijn als je als nabestaande met een centrale inlogcode alle virtuele versies van je geliefde kunt sluiten? En stel dat ik dood zou zijn, zouden mijn nabestaanden dan ruzie maken over wanneer dat dan gebeurt? Misschien dat mijn man het wel leuk vindt als ik nog voortbesta in de virtuele tussenwereld, maar dat mijn moeder mij daar zo snel mogelijk weg wil hebben. En of die twee dan rechtszaken gaan voeren om mijn virtuele alterego te vermoorden.

Ik dacht er vandaag nog meer aan dan anders omdat ik al surfend de naam van een slachtoffer van de vliegtuigramp in Tripoli op het net zag staan. Nieuwsgierig typte ik haar naam op Twitter in en las haar berichten. “Lekker 2 prikkies gehaald voor zuid-afrika, Hepatites a en DTP @ nu een beetje spierpijn!” schreef ze, en “Nog één dag en dan zit ik in het vliegtuig naar Zuid-Afrika Ik heb zo’n zin!!!” en “Het is zo leuk hier in afrika:grazy: @ zuid-afrka”

Misschien is het ook wel mooi dat je van alle Twitteraars op een dag kunt zien wat ze deden in de uren, dagen en weken voor hun dood. je kunt hun leven achterstevoren lezen vanaf het laatste bericht. En misschien komt er dan ook een keer een boekje uit met famous last tweets: ‘Dag twittervriendjes. Zie rook uit motor komen.’


Wij zetten het op een zwijgen

Wij zetten het op een zwijgen.

Wij moeten er haast om lachen.

Wij weten dat het zinloos is.

Wij laten ons echter niet kennen.

Wij wijzen elkaar met driftige gebaren op onvolkomenheden in ons stil zijn.

Wij vrezen de eerste te zijn die praten zal.

Wij lezen die vrees in elkaars ogen.

Wij luisteren aandachtig naar de stilte.

Wij voeren de spanning op.

Wij tieren binnenin op elkaar.

Wij bezweren onszelf dit soort spelletjes nooit meer te doen.

Wij leren elkaar beter kennen op deze manier.

Wij bladeren in de aangevreten resten van de kreeftdichtbundel alsof we met heel andere dingen bezig zijn.

Wij proppen ons vol met Gamonéu, kruis- en aalbessen, aangezien je met volle mond niet spreken kan.

Wij lopen rood aan als we ons verslikken in de zachte kaas.

Wij begrijpen dat dit niet de manier is en dat het op wilskracht aankomt in plaats van op foefjes.

Wij roepen elkaar dan gelijktijdig toe dat de ander gewonnen heeft.

Wij snappen dat dit gelijkspel om een herkansing vraagt.

Wij schijnen daardoor niet in het minst onder de indruk.

Wij beginnen opnieuw.

Wij kunnen het bloed van de ander nu wel drinken.

Wij noemen onze tegenstander in gedachten een slechte verliezer.

Wij nemen het niet dat deze een langere adem lijkt te hebben.

Wij willen winnen.

Wij zullen zegevieren.

Wij malen niet om de tijd.

Wij merken dat de zon onder gaat en de temperatuur omlaag.

Wij denken dat het de ander is die nu snel zal breken.

Wij kijken opzij en twijfelen aan deze gedachte.

Wij vloeken binnensmonds.

Wij overwegen dit buitensmonds te doen.

Wij brengen onszelf in een lastig pakket.

Wij krijgen het koud.

Wij zeggen dat het onbeslist zal blijven.

Wij mogen nu eindelijk voluit praten.

Wij beklagen ons over kou, stijve gewrichten en een droge mond.

Wij geloven nooit dat de ander echt had kunnen winnen als we langer waren doorgegaan.

Wij schaffen onze vriendschap nu af.

Wij doen elkaar daar pijn mee.

Wij zien de ander nu als vijand.

Wij vonden de vriendschap altijd al zo zo.

Wij branden de vijand af.

Wij schelden ons de huid vol.

Wij vermoeden dat we het menen.

Wij hebben gewonnen.

(Uit: Brandbaard, Remco Sikkel van Zoest)

Brandbaard

‘Ik word wakker. Er loopt een straaltje bloed uit mijn oor. Ik zie flitsen licht achter mijn ogen. In mijn hoofd klinkt snoeihard Bulgaarse mars- en dansmuziek. Maar echt onredelijk hard.’

Tot zover het willekeurige citaat uit het boek dat mijn broer net heeft geschreven.

En nog een:

‘Mim weet niet dat hij aan de piano zit. Hij geniet van de muziek die wonderwel bij hem aansluit. Het zijn preludes en etudes. Hij speelt uit wat hij weet en keert van alles om. Het besef begint in zijn voeten als hij ontdekt dat zijn hoofd daar bezig is met pedaalgebruik. Van schrik gooit hij de klep van de piano dicht. Dat is pas een mooi geluid.’

En dan de achterflap:

‘Wie met elf vingers geboren wordt zou een groot pianist kunnen zijn. Maar dan moet je geen kousenhandelaar worden. Met Brandbaard, het vervolg op zijn debuutroman Guurte, laat Remco Sikkel van Zoest opnieuw zien dat hij het toestenbord kan bespelen als een klavier. Zijn krankzinnige verhaallijnen en taalvondsten doen soms denken aan het werk van Raymond Queneau, maar lijken vooral een ode aan het werk van de volkomen onbekende Thomas Fuller (1608-1661).

Bestellen kan ook: KLIK HIER

Weg met het auteursrecht

Ik zat aan een tafeltje in Den Haag en voor mij stond een rij kinderen. Ze kwamen mijn handtekening halen. Ik vind handtekeningen stom, daarom schrijf ik altijd een lang verhaal voorin een boek. ‘Zooooo,’ zei de beroemde schrijfster die naast mij zat, ‘jij schrijft er veel in.’ Het klonk als een compliment maar het was vast anders bedoeld. De beroemde schrijfster vormde een duo met haar beroemde man. Ze hadden, zo vertelde ze mij, samen één handtekening. Ik vroeg me af hoe dat er dan uit zag en hoe ze dat hadden geoefend, samen één handtekening. En of ze dan ook samen één tandenborstel hadden en één e-mailadres. Maar nog voor ik dat had kunnen vragen, stond er een mevrouw voor mijn tafeltje. ‘U was toch diegene die op uw blog iets had geschreven over Groen Links, de partij die het auteursrecht wil afschaffen?’ Ik zei dat ik niet eens wist dat Groen Links dat wilde, maar dat als ze dat wilden, ik daar een fel tegenstander van zou zijn en ik er zeker iets over op mijn blog wilde schrijven. De mevrouw zei: ‘google het maar,’ en verdween toen. Heel raar.

Thuis googelde ik Groen Links en auteursrecht en maakte me boos. Ik begreep het ook niet. Ik krijg nog steeds leengeld van boeken die ik twintig jaar geleden heb geschreven. Ik geef toe, het is niet veel, maar als je dertig boeken hebt geschreven tellen al die kleine beetjes nog aardig op. Ook worden er nog boeken verkocht die ik tien jaar geleden heb geschreven en ontvang ik daar royalties over. Ook niet veel, maar daarom schrijf ik ook zo veel boeken, want alleen dan kun je als schrijver een beetje van je royalties leven. Ik wil niet dat iemand over tien jaar mijn boeken onder een andere naam kan publiceren, dat er websites komen waar mijn teksten op staan, dat er straks e-books zijn waarover ik geen royalties meer ontvang. Gelukkig zag ik dat ik niet de enige was die zich over het idiote idee had opgewonden. Maar als iemand me kan uitleggen wat in hemelsnaam het idee hier achter is, graag!

Yes Sir, I can boogie

1.

Volgend jaar ligt er een nieuwe IzzyLove in de winkel. Dat lijkt nog heel ver weg en dat is het ook, maar vandaag ben ik begonnen met het schrijven van mijn nieuwe boek. Ik heb al een halve bladzijde af, joepiiiii, nu nog maar 249,5 pagina’s te gaan!!

2.

Iedereen die de afgelopen weken op Izzy Love (met spatie) heeft gestemd op www.kinderjury.nl, wil ik heel erg bedanken. Over tien dagen sluiten de stembussen en ik hoop natuurlijk dat ‘Is vriendschap 4ever? Door IzzyLove’ bij de laatste vijf zit.  Heb je nog niet gestemd? Doe dat dan voor 15 mei. (Wees erbij of wees vierkant!)
3.

Behalve een nieuw IzzyLove-boek, verschijnt er dit jaar heel misschien ook nog een klein boekje van mij. Op dit moment mag ik daar van mijn uitgeefster nog niets over vertellen, maar zodra ik mijn uitgeefster met plakband over haar mond en vastgebonden in de bezemkast heb weten te krijgen, laat ik jullie meer weten.

4.

En verder wil ik iedereen een hele mooie zesde mei wensen. De zon schijnt (in Amsterdam althans) en buiten klinkt muziek van Baccara. Baccara, Baccara? Ja, dat waren twee zussen met permanent die in de jaren zeventig liedjes zongen. Samen met mijn beste vriendin in die tijd heb ik me sterk gemaakt om Baccara uit de ether te halen. Op straat haalden we handtekeningen op tegen Baccara. En grappig genoeg waren er ook echt mensen die hun handtekening zetten. Wat we met die handtekeningen hebben gedaan, weet ik niet meer, maar daarna heb ik nooit meer iets van de zingende zusjes vernomen. Tot een uur geleden, want er klinkt Baccara in mijn straat. Het leven zit vol gekkigheid. En van het concert van Baccara krijgt niemand het program.

Wat ruikt u lekker II

Ooit schreef ik vol enthousiasme over mijn parfum. Het was een raar parfum uit een roze flesje, gemaakt door de zoon van Vivienne Westwood. Je kon het alleen kopen als je dat ene geheime adresje wist in een buitenwijk van Londen. Een week later roken alle mensen die ik kende naar mij. Vol trots lieten ze me het roze flesje zien en vertelden dat er inderdaad een goddelijke lucht uit kwam, waarschijnlijk gemaakt van het zweet van vermoorde maagden.

Omdat nu iedereen naar mij rook, goot ik het parfum door de gootsteen en ging op zoek naar een nieuw flesje. Goudkleurig dit keer en opnieuw alleen te krijgen op dat ene speciale adres waarvan ik deze keer niet zal zeggen waar dat is. Ook de naam van het parfum houd ik angstvallig geheim. Wie er van wil genieten steekt zijn neus maar in mijn nek.

Vandaag kwam de Poolse loodgieter op bezoek. Hij kwam mij de groeten overbrengen van zijn moeder, die een paar maanden geleden ziek is geworden en nu  in Polen in een kliniek in de bossen ligt. Na wat vriendelijke woorden over en weer, vroeg hij of hij me wat mocht vragen. Ik knikte ja in mijn beste Pools. Toen hij de vorige keer in mijn huis aan het werk was geweest had het zo lekker geroken. Hij was erachter gekomen dat ik degene was die zo lekker rook en hij had ook ontdekt dat de lucht uit een goud flesje kwam dat op mijn bureau stond. Ik lachte in mijn liefste Pools. Complimenten moet je altijd vriendelijk in ontvangst nemen en niet direct bagatelliseren zoals de meeste mensen doen. Maar het bleek helemaal geen compliment. Het was een vraag. De vraag waar dat gouden flesje vandaan kwam. De loodgieter wilde graag dat zijn moeder net zo zou ruiken als ik. Ik schudde mijn hoofd. Mijn parfum was mijn geheim en ik ging het dit keer aan niemand vertellen. Hij keek me dreigend aan en vloekte iets Pools. Ik sloeg mijn armen over elkaar en schudde nu nog harder met mijn hoofd. De loodgieter liep naar het bureau, pakte het flesje en dreigde het voor mijn ogen te laten vallen. Het is een nogal duur flesje. Snel bond ik in en schreef het geheime adres voor hem op een papiertje. Hij vroeg of ik ook de naam van het parfum nog wilde opschrijven. In sierlijke krulletters schreef ik ‘Old Spice’  op. De loodgieter stopte het briefje in zijn broekzak en bedankte mij. ‘Geen dank,’ zei ik in het Pools.