Dagelijks archief: juni 29, 2010

Ik ben niet weg

Hoe veel dagen ik op de redactie werkte, wilde de hoofdredacteur van Psychologie Magazine weten. Ik vertelde hem dat ik er twee dagen in de week rondloop. Dat verbaasde hem. Het leek wel alsof ik er altijd was, zei hij. ‘Hoe heet dat ook alweer in de psychologie?’ vroeg hij. ‘Object permanence,’ wist hij. Net als alle redacteuren bij Psychologie is ook de hoofdredacteur psycholoog. Object permanence, zoals dat in leuk Engels heet, is een vaardigheid die kinderen pas rond hun tweede verjaardag krijgen. Tot die tijd denken ze dat alles wat ze zien er is en alles wat ze niet zien ook niet meer bestaat. Daarom kunnen kinderen hartverscheurend huilen als hun ouders bij het kinderdagverblijf weglopen. Die ouders zijn van de aardbodem verdwenen zodra ze de hoek om zijn. Daarom ook dat jonge kinderen zo hard moeten lachen als je je handen voor je gezicht slaat en kiekeboe roept. Dat gezicht was weg en bestond niet meer en opeens is het er weer, zomaar uit het niets. Maar los van dit leuke psychologische mechanisme – ontdekt en benoemd door Jean Piaget – wist ik niet of het een goed teken was of een slecht dat de hoofdredacteur dacht dat ik er altijd was. Misschien dacht hij wel dat ik daar ook weekenden en nachten zat te werken. Alsof ik de nachtzuster van de redactie was. Om dat uit te zoeken, sloeg ik mijn handen voor mijn gezicht. Ik ging voor de hoofdredacteur staan en haalde mijn handen weg. ‘Kiekeboe,’ riep ik heel hard. Hij gierde van het lachen.