Caramac

‘Wat zit u hier alleen,’ zei een jongetje dat langsliep. Ik zat op een bankje aan het water een beetje voor me uit te staren. Dat doe ik wel vaker de laatste tijd. Ik keek de jongen aan. Hij droeg een voetbalshirt waar WK 1974 op stond. ‘Gaat het wel goed?’ Ik vond het een rare vraag voor zo’n jongen. Die moest gewoon voetballen, niet met droeve oude dames praten. ‘U bent helemaal geen droeve oude dame,’ sprak de jongen. Ik schrok. Weinig jongens kunnen namelijk gedachten lezen. ‘U ziet er wel verdrietig uit,’ zei de jongen. Ik zei dat hij zich vergiste. Dat ik van binnen juist ontzettend vrolijk was. ‘Maar aan de buitenkant ziet u er gewoon verdrietig uit,’ hield hij vol. ‘Ga toch voetballen,’ wilde ik zeggen. In plaats daarvan bood ik hem een caramac aan. Hij had geen idee wat dat was. Caramacs bestonden al lang niet meer. Met tegenzin nam hij hem aan, omdat hij van zijn moeder geleerd had geen snoep van vreemden aan te nemen. Omdat door de caramac zijn kiezen op elkaar bleven plakken, kon hij niets meer zeggen. Daar zaten we, zwijgend op een bankje, een droeve vrouw en een jongen die niet meer kon praten omdat zijn tanden met een kleverig caramelreepje aan elkaar zaten geplakt. Het was leuk dat we daar zaten al zullen voorbijgangers niet begrijpen wat we daar deden.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s