Sie verkaufen Haus, ja?

In NRC Handelsblad las ik een verhaal van Rascha Peper die haar Spaanse buitenhuis verkocht. Ik lees altijd alles van Rascha Peper omdat ik ooit op een boekenfeest aan haar werd voorgesteld en toen enthousiast riep: ‘Wat leuk, mijn moeder heeft al uw boeken gelezen!’ Alsof ik zelf nooit een boek lees. Dat doe ik wel. Alleen niet die van Rascha Peper. Maar als boetedoening voor mijn lompe opmerking lees ik sindsdien alles waar haar naam wordt genoemd. In haar column schrijft ze over de Spaanse bureaucratie tijdens het verkopen van haar huis. En het liefst zou ik haar willen vertellen hoe mijn moeder haar eigen huis in Spanje ooit verkocht. Maar dat is alleen maar omdat door die ene rare opmerking van mij de schrijfster en mijn moeder aan elkaar vastzitten in mijn hoofd. Het huis van mijn moeder stond ergens in het binnenland van Spanje. Het was een kleine villa met een grote tuin waar het gras ondanks de enorme droogte razendsnel groeide. En omdat het huis laag was, werd het al snel aan het zicht onttrokken als je er even een paar maanden niet was geweest. Het huis was een cadeau van mijn vader geweest aan mijn moeder. Hij wilde een zwembad in de tuin bouwen zodat het gras er niet kon groeien. Maar voor het zo ver was, werd mijn vader zelf aan het zicht onttrokken. Mijn moeder bleef achter met een huis en een heleboel gras. Een paar jaar na mijn vaders dood diende zich een koper aan. Hij was aan het wandelen door een woud van gras en was toen zomaar op een verlaten villa gestuit. Een maand later vlogen mijn moeder en ik naar Barcelona waar we de koper bij de notaris zouden ontmoeten. De koper was een kleine dikke man met een wit overhemd, de notaris was ook een kleine dikke man in een wit overhemd en op de vloer lag heel dik donkerrood tapijt.Mijn moeder en ik spraken geen woord Spaans. Die taal had mijn vader mee zijn graf in genomen. Of in zijn oven, om eerlijk te zijn. Daar zaten we dan, jonge weduwe en half weeskind en twee dikke Spaanse mannen die alleen maar Spaans spraken. Zenuwachtig schoof de notaris de papieren heen en weer. Af en toe brabbelde hij iets, keek dan naar de andere dikke man in wit overhemd en veegde het zweet van zijn voorhoofd. ‘La casa’, zei hij. We knikten alle vier. Ja, dat woord kenden we allemaal. De notaris zuchtte. De koper zuchtte. Wij glimlachten. Uiteindelijk sloeg de notaris het dossier dat voor hem lag dicht en keek mijn moeder recht aan. ‘Sie verkaufen Haus, ja?’ Vroeg hij. ‘Si,’ antwoordde mijn moeder. Toen moesten mijn moeder en ik onze handtekening ergens onder zetten en kregen we twee plastic tassen in onze handen geduwd. In elke tas zat een ton aan peseta’s. Daarmee liepen we naar de bank, een dikke man in wit overhemd voor ons en eentje achter ons. Mijn moeder en ik keken zo gewoon mogelijk, alsof we elke dag met honderdduizenden peseta’s over de Ramblas wandelden. Bij de bank kregen we een bewijs dat we het geld op een rekening hadden gestort. De volgende dag vlogen we naar huis.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s