Jongens in de boom

‘We hebben een verhalenwedstrijd,’ zei de hoofdredacteur. Ik knikte, al heeft dat weinig zin als je met iemand aan de telefoon zit. Met het knikje wilde ik aangeven dat ik niet meer meedoe met schrijfwedstrijden. Ik heb zes keer meegedaan en vijf keer de eerste prijs gewonnen. Daarna schreef ik nog wat boeken en inmiddels ben ik kinderboekenschrijfster. Het heeft twintig jaar en bijna vijfendertig boeken geduurd voor ik mezelf schrijfster durfde te noemen. Als mensen vroegen wat ik deed, zei ik snel dat ik journalist was en ook wel schreef. ‘Wat schrijf je dan?’ vroegen de mensen. ‘Boeken,’ mompelde ik dan. ‘Romans?’ vroegen de mensen dan. Dan schudde ik mijn hoofd en verontschuldigde mezelf voor het feit dat ik non-fictie schreef. Alsof dat geen boeken zijn. Gelukkig heb ik twee debuutprijzen en een hele grote prijs gewonnen voor mijn kinderboeken en kan ik er – als ik leef als een monnik – ook van rondkomen. Nog voor mensen vragen wat ik voor de kost doe, roep ik dat ik schrijfster ben, al is dat meestal op het zomerfeest van mijn uitgever en iedereen dat roept tussen het drinken door.

De hoofdredacteur wist al lang dat ik schrijfster ben en hij belde me niet om te vragen om mee te doen aan de verhalenwedstrijd, maar om te vragen of ik de ingezonden verhalen wilde lezen en redigeren. Dat deed ik graag, vooral omdat hij me er voor betaalde. Trots vertelde hij dat er ook een paar bekende schrijvers waren die een verhaal zouden plaatsen met als thema zomer. Hij noemde namen. Ik kende ze allemaal. Robert Vuijsje zie ik altijd op het boekenbal, Anna Drijver altijd op het diner voorafgaande aan het bal en de derde schrijver zie ik alleen maar op tv. Vlak voor het telefoongesprek ten einde was, vroeg de hoofdredacteur of ik ook een verhaal wilde schrijven, dat leek hem leuk. Ik glom van trots, maar dat kon hij ook al niet zien. ‘En dan plaatsen we het anoniem.’ Ik trok mijn wenkbrauwen zo hoog op als ik kon en dat is echt heel erg hoog. Waarom hij mijn verhaal anoniem wilde plaatsen was me een raadsel, maar het zal wel iets te maken hebben met het feit dat ik vooral voor kinderen schrijf. Op het laatste moment belde hij om te zeggen dat het zo’n leuk verhaal was geworden. Ik vond het jammer dat er anoniem boven kwam te staan en was te bescheiden om dat te eisen. Gelukkig is de hoofdredacteur ook de lulligste niet en prijkt mijn naam vandaag in tijdschrift de Liefde op pagina 73. Ineens is mijn verhaal niet anoniem meer. Als ik dat vantevoren had geweten had ik mijn ouders natuurlijk nooit voor pooier uitgemaakt in het verhaal.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s