Maandelijks archief: april 2015

Verlangen

la

Een paar zomers geleden wandelde ik met mijn man door Los Angeles. In een zijstraat ontdekten we een rode muur met Chinese tekens. Veel mooier dan het Hollywood-bord vonden wij. En dus fotografeerden we elkaar voor die muur. Het was augustus en we waren ontzettend gelukkig. We wisten niet of we verliefd naar elkaar moesten kijken of elkaar moesten fotograferen en dus deden we het allebei. We gebruikten de foto voor de Chinese muur allebei als profielfoto op Facebook en nooit vroegen we ons af wat die letters betekenden. Tot ik op een dag een Chinese vrouw sprak die vertelde dat ze mijn foto zo leuk vond. Er blijkt ‘desire’ boven mijn hoofd te staan, verlangen. Ik haalde opgelucht adem, want er had ook ‘poepchinees’ kunnen staan.

Advertenties

Niet met vreemde piraten meegaan

2009australiepoolenmetandy

Daar staat ze, mijn kleuter van zes met een paspoort in haar hand, op weg naar Engeland, helemaal alleen. Ze wiebelt van haar ene voet op haar andere en kijkt op haar telefoon. ‘Wat ben je groot geworden,’ wil ik zeggen. Het was nog maar gisteren dat ze zo klein was. Ze is hetzelfde meisje, in mijn ogen dan. Ik kijk naar haar zoals ik mijn moeder soms naar mij zie kijken. In de ogen van je moeder blijf je gewoon eeuwig zes. ‘Kijk mam, zonder handen!’

Mijn dochter gaat studeren. Vijf Engelse universiteiten willen haar wel hebben. Vandaag neemt ze het vliegtuig naar Bristol. Stad van piraten. Zwartbaard is er geboren. Er schijnen ook bandjes vandaan te komen. Maar uit elke Engelse stad komen bandjes. Bristol is geloof ik Portishead. Meer weet ik niet over de stad. Behalve dat mijn meisje er vandaag naartoe is. ‘Pas je goed op?’ vraag ik. ‘Goed uitkijken bij het oversteken, zeker in Engeland. En niet met vreemde piraten meegaan.’ Ze lacht, dan kijkt ze op haar telefoon en lacht harder. Het leven wacht, ze moet opschieten.

10cc

Vechtscheiding

In Quest Psychologie verscheen vandaag een artikel van mijn hand over vechtscheidingen. Sinds de invoering van het ouderschapsplan zes jaar geleden is het aantal vechtscheidingen met vijftien procent gestegen. In het artikel vraag ik me af hoe dat kan. Zelf droeg ik een klein beetje bij aan het verplicht stellen van dat ouderschapsplan. In 2004 schreef ik namelijk samen met mijn moeder – we zijn allebei psycholoog – een boek voor grootouders van wie de volwassen kinderen gingen scheiden. Mijn moeder, kinderpsycholoog, had namelijk in haar praktijk ontdekt dat grootouders aan vaderskant opvallend vaak het contact met hun kleinkinderen verloren. En hoewel er boeken waren over hoe je een hamster door een hoepel kon laten springen of kon aquarellen met je billen, bestond er geen boek voor deze (groot)ouders. Naar aanleiding van dat boek werden we gevraagd om mee te werken aan een voorstel voor de minister om het ouderschapsplan voortaan verplicht te stellen voor scheidende ouders met minderjarige kinderen. Zo geschiedde en sinds de invoering van dat plan vechten ouders elkaar dus de tent uit.

In de tijd dat mijn moeder en ik dat boek schreven, verloor een groot deel van de gescheiden vaders het contact met zijn kinderen. In de helft van de scheidingen bleven de kinderen in het eerste jaar na de scheiding niet één keer bij hun vader overnachten. Wat ik in de tijd dat ik dat boek schreef niet had kunnen voorzien, was dat ik zelf ook zou scheiden. Voordeel was nu wel dat ik in mijn eigen boek kon lezen hoe ik dat moest aanpakken. De vader van mijn kinderen en ik hebben vast hier en daar wat steken laten vallen, maar over het algemeen denk ik dat we allebei en ook onze twee kinderen, tevreden zijn met hoe we met z’n allen door één deur kunnen. Twee deuren om precies te zijn, want onze huizen staan gezellig boven op elkaar en we delen twee voordeuren, samen met mijn nieuwe man. Die nieuwe man heeft ook twee kinderen. Twee kinderen die bijna elk weekend bij ons zijn. Mijn zoon geeft ze pianoles, mijn dochter past op als wij uit eten gaan, ik hang de slingers op wanneer ze jarig zijn, leer ze Engels, lees ze voor, help ze met hun boekverslagen en ben in de vier jaar dat ze bij ons zijn van ze gaan houden. Ik voel me vaak moeder van een reusachtig gezin met al die mannen en kinderen om me heen. Toch een beetje Yiddish, zou mijn vader zeggen.

Maar nu, de vechtscheiding. Mijn man en de moeder van zijn kinderen, kunnen weer niet zo goed door één deur. Gelukkig beperkt hun omgang zich tot de zondagmiddag waarop hun moeder ze komt ophalen en we allemaal onhandig jassen en kaplaarzen uitwisselen. De kinderen zitten vaak onder de modder omdat ze bij ons echte buitenkinderen zijn. Ze halen mottenballen uit elkaar, stampen door de plassen, vissen naar kikkerdril en gaan mee op lange wandeltochten. Een televisie hebben we niet, de computer mag ook niet aan en daarmee hebben we onze eigen weekend-bubble gemaakt. We zijn een Unox-reclame met een vleugje Merci.

En dan Jeugdzorg. Op een dag viel er een brief in de bus. De zondagmoeder had op school verteld dat ze de communicatie over de kinderen even niet aan kon en dat hun vader dat voortaan moest doen. Zij gooide de handdoek in de ring, schreef ze. De school had er melding van gemaakt bij het meldpunt Kindermishandeling en daarna volgden maanden van ontmoetingen en slecht geschreven mails tussen alle partijen. Ik hield me er zo veel mogelijk van afzijdig en geloofde dat het wel goed zou komen allemaal. Per slot van rekening was dat hele ouderschapsplan waar ik zelf zo’n voorstander van was geweest er niet voor niks. Wat wel opviel was dat er op de zondagen in de gang steeds meer werd gezwegen. Zo veel, dat er vandaag een meneer van Jeugdzorg belde die vertelde dat mijn man zijn kinderen voortaan nog maar één keer per maand te zien zou krijgen. Waarom dat precies beter was voor de kinderen, kon hij niet zeggen. En misschien heeft hij het wel gezegd, maar is mijn man het door de verbazing vergeten. Mooi is wel dat ik indertijd mee heb geholpen aan de kleine lettertjes van dat ouderschapsplan. Eenmaal opgesteld is het alleen nog aan te passen door tussenkomst van de Kinderrechter. Ik kan me niet voorstellen dat er één rechter is die in zo’n geval zegt dat het beter is voor kinderen om hun vader minder te zien wanneer diezelfde kinderen er zo gelukkig zijn.

Maar goed, zorgen zijn voor later zorg. Eerst maar eens dat verhaal herlezen in Psychologie Quest.