Categorie archief: Uncategorized

Bloggen voor bejaarden

Bloggen is een beetje voor bejaarden. Ik zou eigenlijk moeten Instagrammen. Zelfs Twitter is al op zijn retour. Gelukkig ben ik nog wel heel hip en modern vergeleken bij de gemeente Amsterdam. Wie tijd over heeft, moet het volgende doen: splits je huis. Maakt niet uit hoe groot het is, maar hak het in stukken. Laat er tekeningen van maken, verbouw het voor een ton, zet er een nieuw dak op, laat het keuren op asbest, vervang de elektra, laat de buiten- en de binnenkant verven en vraag vergunningen aan voor elke deurklink die je wilt verplaatsen. Tot zo ver is het eenvoudig. Laat daarna een rapport maken van het fundament. Nee, begin daarmee, zodat je daar snel mee klaar bent. Betaal een flink bedrag aan een gerenommeerd bedrijf en laat ze in de archieven duiken, foto’s maken, lintmetingen doen, putten graven en daar een vuistdik rapport van maken. Ga met dat rapport naar de gemeente Amsterdam en dien het rapport in. Zorg dat er minstens drie mensen zijn die het rapport heen en weer schuiven, maar nooit op de juiste manier. Zorg dat persoon A het mailt naar persoon B, die het vervolgens niet leest omdat het rapport per mail is binnen gekomen en niet via de interne post. Zorg dat A en B niet met elkaar spreken. Vraag vervolgens persoon C om het uit te zoeken. Laat C naar B bellen, die vervolgens naar A mailt, wat niet mag, want dat had per gelukstelegram gemoeten. Vraag A om een vervanger in te huren en laten we die D noemen. Stuur het rapport naar D, vraag of die het naar B wil sturen, maar verklap niet dat dat per interne post moet, zodat B het wel leest, maar niet mag reageren. Vraag C waar A is. Laat C daarna B bellen, want wie A belt moet ook B bellen. Wacht daarna een tijdje en laat een nieuw rapport maken. Laat D ziek worden. Laat B van baan verwisselen. En schrijf daar dan een blogje over. Ik geef toe, het komt ouderwets over. Dat ga ik dan nu even twitteren.

Verlangen

la

Een paar zomers geleden wandelde ik met mijn man door Los Angeles. In een zijstraat ontdekten we een rode muur met Chinese tekens. Veel mooier dan het Hollywood-bord vonden wij. En dus fotografeerden we elkaar voor die muur. Het was augustus en we waren ontzettend gelukkig. We wisten niet of we verliefd naar elkaar moesten kijken of elkaar moesten fotograferen en dus deden we het allebei. We gebruikten de foto voor de Chinese muur allebei als profielfoto op Facebook en nooit vroegen we ons af wat die letters betekenden. Tot ik op een dag een Chinese vrouw sprak die vertelde dat ze mijn foto zo leuk vond. Er blijkt ‘desire’ boven mijn hoofd te staan, verlangen. Ik haalde opgelucht adem, want er had ook ‘poepchinees’ kunnen staan.

Niet met vreemde piraten meegaan

2009australiepoolenmetandy

Daar staat ze, mijn kleuter van zes met een paspoort in haar hand, op weg naar Engeland, helemaal alleen. Ze wiebelt van haar ene voet op haar andere en kijkt op haar telefoon. ‘Wat ben je groot geworden,’ wil ik zeggen. Het was nog maar gisteren dat ze zo klein was. Ze is hetzelfde meisje, in mijn ogen dan. Ik kijk naar haar zoals ik mijn moeder soms naar mij zie kijken. In de ogen van je moeder blijf je gewoon eeuwig zes. ‘Kijk mam, zonder handen!’

Mijn dochter gaat studeren. Vijf Engelse universiteiten willen haar wel hebben. Vandaag neemt ze het vliegtuig naar Bristol. Stad van piraten. Zwartbaard is er geboren. Er schijnen ook bandjes vandaan te komen. Maar uit elke Engelse stad komen bandjes. Bristol is geloof ik Portishead. Meer weet ik niet over de stad. Behalve dat mijn meisje er vandaag naartoe is. ‘Pas je goed op?’ vraag ik. ‘Goed uitkijken bij het oversteken, zeker in Engeland. En niet met vreemde piraten meegaan.’ Ze lacht, dan kijkt ze op haar telefoon en lacht harder. Het leven wacht, ze moet opschieten.

Vechtscheiding

In Quest Psychologie verscheen vandaag een artikel van mijn hand over vechtscheidingen. Sinds de invoering van het ouderschapsplan zes jaar geleden is het aantal vechtscheidingen met vijftien procent gestegen. In het artikel vraag ik me af hoe dat kan. Zelf droeg ik een klein beetje bij aan het verplicht stellen van dat ouderschapsplan. In 2004 schreef ik namelijk samen met mijn moeder – we zijn allebei psycholoog – een boek voor grootouders van wie de volwassen kinderen gingen scheiden. Mijn moeder, kinderpsycholoog, had namelijk in haar praktijk ontdekt dat grootouders aan vaderskant opvallend vaak het contact met hun kleinkinderen verloren. En hoewel er boeken waren over hoe je een hamster door een hoepel kon laten springen of kon aquarellen met je billen, bestond er geen boek voor deze (groot)ouders. Naar aanleiding van dat boek werden we gevraagd om mee te werken aan een voorstel voor de minister om het ouderschapsplan voortaan verplicht te stellen voor scheidende ouders met minderjarige kinderen. Zo geschiedde en sinds de invoering van dat plan vechten ouders elkaar dus de tent uit.

In de tijd dat mijn moeder en ik dat boek schreven, verloor een groot deel van de gescheiden vaders het contact met zijn kinderen. In de helft van de scheidingen bleven de kinderen in het eerste jaar na de scheiding niet één keer bij hun vader overnachten. Wat ik in de tijd dat ik dat boek schreef niet had kunnen voorzien, was dat ik zelf ook zou scheiden. Voordeel was nu wel dat ik in mijn eigen boek kon lezen hoe ik dat moest aanpakken. De vader van mijn kinderen en ik hebben vast hier en daar wat steken laten vallen, maar over het algemeen denk ik dat we allebei en ook onze twee kinderen, tevreden zijn met hoe we met z’n allen door één deur kunnen. Twee deuren om precies te zijn, want onze huizen staan gezellig boven op elkaar en we delen twee voordeuren, samen met mijn nieuwe man. Die nieuwe man heeft ook twee kinderen. Twee kinderen die bijna elk weekend bij ons zijn. Mijn zoon geeft ze pianoles, mijn dochter past op als wij uit eten gaan, ik hang de slingers op wanneer ze jarig zijn, leer ze Engels, lees ze voor, help ze met hun boekverslagen en ben in de vier jaar dat ze bij ons zijn van ze gaan houden. Ik voel me vaak moeder van een reusachtig gezin met al die mannen en kinderen om me heen. Toch een beetje Yiddish, zou mijn vader zeggen.

Maar nu, de vechtscheiding. Mijn man en de moeder van zijn kinderen, kunnen weer niet zo goed door één deur. Gelukkig beperkt hun omgang zich tot de zondagmiddag waarop hun moeder ze komt ophalen en we allemaal onhandig jassen en kaplaarzen uitwisselen. De kinderen zitten vaak onder de modder omdat ze bij ons echte buitenkinderen zijn. Ze halen mottenballen uit elkaar, stampen door de plassen, vissen naar kikkerdril en gaan mee op lange wandeltochten. Een televisie hebben we niet, de computer mag ook niet aan en daarmee hebben we onze eigen weekend-bubble gemaakt. We zijn een Unox-reclame met een vleugje Merci.

En dan Jeugdzorg. Op een dag viel er een brief in de bus. De zondagmoeder had op school verteld dat ze de communicatie over de kinderen even niet aan kon en dat hun vader dat voortaan moest doen. Zij gooide de handdoek in de ring, schreef ze. De school had er melding van gemaakt bij het meldpunt Kindermishandeling en daarna volgden maanden van ontmoetingen en slecht geschreven mails tussen alle partijen. Ik hield me er zo veel mogelijk van afzijdig en geloofde dat het wel goed zou komen allemaal. Per slot van rekening was dat hele ouderschapsplan waar ik zelf zo’n voorstander van was geweest er niet voor niks. Wat wel opviel was dat er op de zondagen in de gang steeds meer werd gezwegen. Zo veel, dat er vandaag een meneer van Jeugdzorg belde die vertelde dat mijn man zijn kinderen voortaan nog maar één keer per maand te zien zou krijgen. Waarom dat precies beter was voor de kinderen, kon hij niet zeggen. En misschien heeft hij het wel gezegd, maar is mijn man het door de verbazing vergeten. Mooi is wel dat ik indertijd mee heb geholpen aan de kleine lettertjes van dat ouderschapsplan. Eenmaal opgesteld is het alleen nog aan te passen door tussenkomst van de Kinderrechter. Ik kan me niet voorstellen dat er één rechter is die in zo’n geval zegt dat het beter is voor kinderen om hun vader minder te zien wanneer diezelfde kinderen er zo gelukkig zijn.

Maar goed, zorgen zijn voor later zorg. Eerst maar eens dat verhaal herlezen in Psychologie Quest.

Energielabel van een gezonken woonboot in de winter

De man met wie ik was en ik woonden als studenten in zijn woonboot. Eigenlijk was het meer een kartonnen bak met een dakje erop, maar wij vonden het een echt huis. Er was geen verwarming, behalve een oliekachel en het eerste jaar dat we er woonden hingen er ijspegels aan onze neuzen, ook in de zomer. Het maakte niet uit of de ramen open of dicht stonden, de wind blies er van alle kanten doorheen. We droegen zeven truien over elkaar die zijn oma voor ons breide in grappige jaren tachtig-kleuren. Het leven was ijskoud, maar goed.

Inmiddels wonen we in een huis in wat makelaars de mooiste straat van het pittoreske Watergraafsmeer noemen. En in die straat wonen we ook nog eens in een van de mooiste huizen. We hebben het huis aan alle kanten dichtgemaakt zodat de wind er nergens doorheen kan. Extra dikke muren, dubbele beglazing en een dak van thermisch piepschuim. Binnen zorgen energiezuinige cv-ketels en geïsoleerde vloeren voor warmte. Het leven is heerlijk warm. We zijn inmiddels gescheiden, dat wel.

Het huis kreeg deze week een energielabel, een G. De man met wie ik was schreef: “En dat is niet de G van Groen of Goed maar van de slechtste die er is. We staan op het zelfde niveau als een gezonken woonboot in de winter zeg maar.” Ik beloofde hem me in de materie te verdiepen, maar op de officiële site van de Rijksoverheid – energielabelvoorwoningen.nl vind ik de volgende tekst:

Een energielabel geeft de mate van energiezuinigheid van uw woning aan. Heeft u label G dan is uw woning zeer energiezuinig, heeft u label A dan is uw woning behoorlijk energiezuinig.

Nu ben ik vreselijk benieuwd naar de labels B t/m F, waarschijnlijk hebben die de omschrijving nogal zuinig, best wel zuinig, erg zuinig en redelijk zuinig. Ik denk dat de tekstschrijver die hier aan het werk is geweest in een goede bui was. Wanneer je gelukkig bent is energiezuinig een relatief begrip.

Kinderboekenweek 2014

Het is kinderboekenweek, ik reis het hele land door. Ik zie kinderen in Friesland en kinderen in Rotterdam. Ik zie juffen met hun rug naar me toe zitten omdat ze liever hun Facebook bekijken en ik zie meesters die lachen om mijn grapjes. Maar vooral zie ik lezers. Honderden, nee, duizenden lezers. En dan weet ik weer waarom ik kinderboekenschrijver ben geworden.

Basisschool de Octopus, Swalmen (Limburg)

swalmen2014

BaBasisschool de Octopus Swalmen (

Ik zwaai dag…

Afbeelding

‘Wanneer schrijft u?’ Dat vragen kinderen wanneer ik voor de klas sta. Ik lieg altijd en zeg dat ik schrijf als mijn kinderen op school zitten. Ik lieg omdat ze het niet begrijpen wanneer ik zeg dat ik zodra zij in bed liggen ik nog door ga met schrijven, gewoon tot een uur ‘s nachts. En dat er ook nauwelijks dagen zijn waarop ik niet werk. Ik ben er heel wat vrienden door kwijtgeraakt, maar om drie boeken per jaar te schrijven, kan ik niet anders dan hard werken en mijn vrienden verwaarlozen. Voor Margriet schreef ik dit jaar een verhaal met de titel: ‘waarom ik meer aan mijn werk denk dan aan mijn kind’. Toen ik het mijn dochter liet lezen, keek ze verontwaardigd op en zei: ‘maar zo erg verwaarloos je ons niet!’ Het was lief dat ze dat zei en ik doe ook echt mijn best om de liefsten om me heen het idee te geven dat ik er altijd voor hen ben. Tussen negen uur ‘s avonds en een uur ‘s nachts bijvoorbeeld kunnen ze me altijd bellen.

Eind juni houden de scholen op en klap ik mijn laptop dicht. Dat doe ik al zo lang als mijn kinderen op school zitten. Twee maanden lang neem ik geen telefoon op, beantwoord geen mail en kijk ik niet een keer op Facebook. De leukste opdrachten krijg ik juist dan aangeboden. Een persreis naar de Maladiven, een hoofdartikel over kinderboeken, de herdruk van een kookboek dat ik al klaar heb liggen, ik zeg overal nee tegen. Sterker, ik zeg helemaal niets. Mijn computer en telefoon staan uit en ik ga twee maanden met mijn kinderen in de tuin zitten, naar Italië, Vlieland of naar ons buitenhuis in de Achterhoek. Mijn collega’s bij Psychologie Magazine hadden de grootste moeite om hun jaloezie te verbergen, maar lief als ze altijd zijn wensten ze me toch elk jaar weer een fijne vakantie twee maanden, toe maar, zag ik ze denken).

Hoe hard ik ook werk, al die boeken en projecten die zo belangrijk leken zal ik vergeten. En al die mensen die van alles van me wilden ook. Maar wat ik nooit vergeet is de dag dat ik met mijn dochter en haar vrienden naar het buitenhuis rijd, ze zie stralen en zie hoe ze niet eens doorhebben dat ik ook nog in de auto zit. Het maakt me niet uit of de zon schijnt of dat de regen de hele zomer met bakken uit de lucht komt vallen. Dit is het leven en mooier dan dit wordt het niet, dus geniet ik er van, twee maanden lang. Ik zwaai dag.