Tagarchief: boekpresentatie

Pijn

beau

We stonden op de brug, mijn uitgeefster en ik. Naast ons stond Beau van Erven Dorens in zijn zwembroek. ‘Kijk,’ zei mijn uitgeefster, ‘als jij nou ook een keer zoiets zou doen bij de presentatie van je boek…’ Beau klom op de railing van de brug. ‘Ik kan je natuurlijk nergens toe dwingen,’ ging mijn uitgeefster verder, ‘maar het zou wel heel goed zijn voor je verkoopcijfers.’ Beau dook in de Amstel. ‘Niet dat we te klagen hebben over de verkoop hoor, begrijp me niet verkeerd,’ ging de uitgeefster verder. Ik keek naar beneden. Beau was weg. ‘Je mag ook bungee jumpen. Van het Okura Hotel, met een elastiek om je middel.’ Mijn uitgeefster keek op haar iphone. ‘Je boek komt in april uit….,’ zei ze, bladerend door haar i-agenda. Beau was boven gekomen en zwom in vlinderslag naar de kant. ‘Als we nou half april aankondigen dat je van een gebouw gaat springen….’ Beau werd in een dekentje van zilverfolie gewikkeld en door politie en brandweer afgevoerd. ‘De derde donderdag in april, kun je dan?’ vroeg de uitgeefster. Ik knikte. Ik doe alles voor de verkoop van mijn boek. Ook van een hotel af springen met een elastiek om mijn middel als mijn uitgeefster dat wil.

Advertenties

Vrouw en wijn II

kas1kas4

Sinds ik kinderboekenschrijver ben, krijg ik opeens uitnodigingen voor boekpresentaties. Zo kon ik alleen deze week al kiezen uit de presentatie van het boek van Char, het nieuwe boek van Iemand van den Eerenbeemt, de tatoeage-bijbel van Henk Schiffmacher en het boek ‘Vrouwen gek op wijn’. Boeken en wijn zijn altijd leuk. Daarom koos ik voor de laatste. Ik was de enige onbekende Nederlander op het feest. Dat heeft veel voordelen. Niemand die op mij lette welke wijn ik dronk en waarom. ‘Wilt u wijn drie of vier?’ vroeg de ober, die met twee flessen wijn voor mij en mijn lege glas stond. ‘Ah, joh,’ zei ik, ‘het smaakt toch allemaal hetzelfde. Als er maar alcohol in zit.’ Een vrouw die op Monique van de Ven leek, keek geschrokken om. ‘Dat mag je hier niet zeggen,’ zei ze. De ober was inmiddels terug met wijn vijf en zes. Ik moest raden welke van de twee de lievelingswijn van Sophie Hilbrand was. Ik had geen idee. Alle wijnen begonnen een beetje op elkaar te lijken vond ik. En omdat er geen hapjes waren, begon de wijn ook behoorlijk naar mijn hoofd te stijgen. De mensen om me heen begonnen ook op elkaar te lijken. Astrid Joosten werd Terese Boer en Terese Boer werd Susan Smit, met het hoofd van Rob Oudkerk op haar schouders. Een man die als twee druppels water op mijn uitgever leek, kwam naar me toe, duwde me een boek in handen en zei dat ik er maar een leuk stukje over moest schrijven. Maar dat is makkelijk gezegd als je net negen glazen verschillende wijn hebt gedronken zonder er iets bij te eten. Ik zeg: het is een ontzettend leuk boek, het nieuwe boek van Char eh… Henk Schiffmacher.

Chaperonne

‘Wil je mijn chaperonne zijn?’ vroeg de vriend die een uitnodiging had voor een boekpresentatie van Herman Franke.
‘Natuurlijk,’ zei ik. Ik ben niets liever dan iemands chaperonne. Het liefst laat ik me in een caleche voor rijden, neem ik mijn balboekje mee en wapper ik wat met een zakdoekje boven een glas champagne. ‘Wie is die vrouw die met haar zakdoek wappert?’ vragen mensen dan. ‘O,’ zegt mijn metgezel hopelijk, ‘mijn chaperonne.’ Een soort geisha, maar dan anders.

Omdat ik nog nooit iets van Franke had gelezen, en mijn metgezel mij op het hart drukte dat het hier om een onvervalste Ako-literatuurprijs-winnaar ging, kocht ik snel zijn verzameld werk. Het zou de boekpresentatie der boekpresentaties worden, met een buffet en glazen champagne en natuurlijk mijn vrienden van Propria Cures, die altijd op elk boekenfeest zijn. Ik kon me al verheugen.

‘Eh… sorry,’ schreef mijn metgezel vandaag. Hij had zich vergist. Niet ik was zijn chaperonne, maar een vrouw met een lui oog en een hazenlip. Ze had ook een bochel en een horrelvoet en ze sleepte een beetje met haar been. En ze kwam bijna nooit onder de mensen, dus hij kon niet anders dan haar meenemen. ‘Dat vind je toch niet erg he?’ schreef mijn metgezel die nu niet mijn metgezel was. ‘Die andere vrouw is een beetje zielig. Ze mist ook een arm en haar huis is vorige week afgebrand en ze moet binnenkort geopereerd worden aan een liesbreuk en daar ziet ze nogal tegenop. Je snapt, ze heeft dit feestje echt meer nodig dan jij.’
In al mijn coulantie, zoals een werkeloze chaperonne dat betaamt, stelde ik hem gerust. Natuurlijk zat ik liever op een vrijdagavond thuis. Drank, brrr, ik moest er niet aan denken. En bovendien had ik nog het complete werk van Herman Franke in de kast staan. Had ik eindelijk eens tijd om dat te lezen.